ECLI:NL:RBDHA:2026:16020
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing gezinshereniging vluchtelingengezin wegens onvoldoende belangenafweging
Eisers, een Eritrees gezin, hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging met hun Nederlandse referent met vluchtelingenachtergrond. De minister had de aanvraag afgewezen vanwege het niet voldoen aan het middelenvereiste, waarbij onvoldoende rekening was gehouden met de vluchtelingenachtergrond en de belangen van de minderjarige kinderen.
De rechtbank oordeelde in een tussenuitspraak dat de minister de Gezinsherenigingsrichtlijn en artikel 8 EVRM Pro niet voldoende had betrokken en onvoldoende motivering had gegeven over de belangenafweging tussen het gezinsleven en het economisch belang van Nederland. De minister kreeg de gelegenheid dit te herstellen, maar de aanvullende motivering bleef achter bij de vereisten.
De rechtbank stelt dat de minister onvoldoende heeft toegelicht waarom het economisch belang zwaarder weegt dan het belang van eisers en referent, die al elf jaar gescheiden zijn en waarbij hereniging door het middelenvereiste steeds moeilijker wordt. De dreiging van permanente scheiding van het gezin weegt zwaar.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen binnen zes weken, rekening houdend met de uitspraak. Tevens wordt het betaalde griffierecht en proceskosten aan eisers vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege onvoldoende motivering van de belangenafweging, met opdracht tot een nieuw besluit binnen zes weken.