4.4.De minister acht ook de problemen als gevolg van eisers seksuele gerichtheid ongeloofwaardig. Eiser verklaart namelijk ongerijmd over de problemen die hij heeft ervaren naar aanleiding van zijn homoseksuele gerichtheid.
De homoseksuele gerichtheid
5. Eiser stelt dat de minister zijn homoseksuele gerichtheid ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht en legt daar samenvattend het volgende aan ten grondslag. Hij stelt ten eerste – samengevat - dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser ten aanzien van zijn verklaringen over zijn bewustwording en gevoelens summier, vaag en oppervlakkig heeft verklaard. Daarnaast stelt eiser dat de minister eisers verklaringen over zijn relatie met [naam 1] ten onrechte niet diepgaand acht, en zich ten onrechte op het standpunt stelt dat de verklaringen vaagheden en ongerijmdheden bevatten. Ook stelt eiser dat hij niet wisselend heeft verklaard over de duur van zijn relatie met [naam 1]. Verder heeft de minister zich – samengevat - ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser een geringe kennis heeft van de LHBTIQ+-situatie in Nederland en Uganda.
6. De rechtbank overweegt ten eerste dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser ten aanzien van zijn verklaringen over zijn bewustwording en gevoelens summier, vaag en oppervlakkig heeft verklaard. Eiser heeft in het nader en aanvullend gehoor zijn gevoelens en gedachtes omtrent de ontdekking dat hij homoseksueel was beschreven. Zo heeft eiser op pagina 23 van het nader gehoor verklaard dat hij gemengde gevoelens had op het moment dat hij erachter kwam dat hij homoseksueel was. Hij verklaart dat het eerst mooi was maar daarna eng omdat hij wist dat het niet geaccepteerd was in de maatschappij. Verder verklaart hij bijvoorbeeld dat hij zich eenzaam voelde, met niemand kon praten en dat hij druk van de familie, voornamelijk van zijn moeder, voelde om zich te conformeren. Op pagina 22 van het aanvullend gehoor verklaart eiser verder nog dat hij geprobeerd heeft te veranderen door te bidden en door te proberen verliefd te worden op meisjes.
7. De rechtbank oordeelt daarnaast dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eisers verklaringen over zijn relatie met [naam 1] niet diepgaand zijn en dat deze verklaringen vaagheden en ongerijmdheden bevatten. De rechtbank volgt eiser in zijn stelling dat het feit dat eiser de naam van de film niet meer weet die draaide op het moment dat hij [naam 1] over zijn gevoelens voor hem vertelde of dat hij [naam 1] in de gehoren een soort broer noemt, nog niet maakt dat zijn verklaringen over het ontstaan van de relatie niet diepgaand zijn. Verder heeft eiser in de gehoren zijn gevoelens voor [naam 1] beschreven en persoonlijke verklaringen afgelegd. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom je van een persoon met de achtergrond van eiser meer mag verwachten.
8. Ten aanzien van eisers verklaringen over de duur van zijn relatie overweegt de rechtbank dat eiser daarover in het aanmeldgehoor heeft verklaard dat hij sinds vijf jaar een relatie heeft. Daaruit is af te leiden dat de relatie in 2017 zou zijn begonnen omdat het aanmeldgehoor in 2022 heeft plaatsgevonden. Hoewel deze verklaring niet overeenkomt met eisers latere verklaringen, verklaart eiser in de verder procedure wel consistent over de duur van de relatie. Daar geeft hij namelijk steeds aan dat de relatie van 2012 tot 2018-2019 heeft geduurd. Dit is ook in overeenstemming met de verklaringen over [naam 2]. Over eisers verklaring in het aanmeldgehoor dat zijn relatie vijf jaar duurde, is niet doorgevraagd, daarom heeft eiser niet de kans gehad om dit verder te verduidelijken. Gezien eiser na het aanmeldgehoor consequent heeft verklaard over de duur van de relatie, kan aan deze discrepantie naar het oordeel van de rechtbank niet de conclusie worden verbonden dat eisers relatie met [naam 1] daarom ongeloofwaardig is.
9. De rechtbank volgt eiser verder dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser een geringe kennis heeft van de LHBTIQ+-situatie in Nederland en Uganda. Zo heeft eiser over de situatie in Uganda bijvoorbeeld verklaard dat er geen toegang is tot faciliteiten en voorzieningen zoals HIVconsulstaties.Verder heeft eiser bijvoorbeeld verklaard dat de overheid in Uganda extreem tegen homoseksualiteit is en dat er in mei 2023 een nieuwe wet is aangenomen waardoor eiser bij terugkeer mogelijk de doodstraf of een levenslange gevangenisstraf krijgt.Ten aanzien van de situatie in Nederland heeft eiser naar voren gebracht en met verklaringen onderbouwt dat hij betrokken is bij de Regenboog Groep, dat hij een buddy heeft, dat hij de pastoor van Stap Verder kent, en dat hij een partner heeft. Ook heeft eiser met foto’s onderbouwd dat hij heeft deelgenomen aan de Pride in Utrecht.
10. Concluderend oordeelt de rechtbank dat de minister niet voldoende heeft gemotiveerd waarom eisers verklaringen in combinatie met de verklaringen van derden onvoldoende zijn om zijn homoseksuele gerichtheid aannemelijk te maken. Op de zitting heeft de minister aangegeven dat als verklaringen enigszins aannemelijk zijn, verklaringen van derden ondersteunend kunnen zijn om het asielrelaas aannemelijk te maken. De rechtbank oordeelt dat de minister niet heeft gemotiveerd waarom eisers verklaringen zijn homoseksuele gerichtheid niet dusdanig aannemelijk maken dat de verklaringen van derden de geloofwaardigheid van zijn asielrelaas kunnen ondersteunen. De door eiser overgelegde verklaringen van derden gaan namelijk over feitelijke informatie over de seksuele geaardheid eiser. Zo verklaart de buddy dat eiser aanvankelijk schuchter was en niet te koop liep met zijn homoseksuele gerichtheid en dat eiser nu steeds meer voor zijn homoseksuele gerichtheid durft uit te komen en inmiddels ook een relatie heeft. Dit heeft de buddy van eiser op de zitting ook nog een keer bevestigd. Eiser heeft eerst verklaard dat hij een relatie had met een man uit Egypte en nu met een man uit Frankrijk. Zijn huidige partner heeft ook een verklaring afgelegd. De minister heeft de door eiser overgelegde verklaringen van derden niet meegewogen. Daarom komt de rechtbank tot het oordeel dat de minister de verklaringen van derden alsnog inhoudelijk moet beoordelen en dient te onderzoeken of eiser met deze verklaringen alsnog zijn homoseksuele gerichtheid aannemelijk heeft gemaakt middels steunbewijs.
Problemen als gevolg van de homoseksuele gerichtheid
11. De rechtbank overweegt verder dat de minister de problemen als gevolg van de homoseksuele gerichtheid van eiser in het bestreden besluit als los asielmotief heeft opgenomen. De minister heeft in zijn beleid opgenomen dat de minister, gelet op de zeer fragiele positie van LHBTIQ+ in Uganda, aan Ugandese LHBTIQ+ een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt verleend, tenzij contra-indicaties de verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de weg staan.Op basis van hetgeen in het beleid van de minister is opgenomen, ziet de rechtbank geen aanleiding om de problemen als gevolg van de homoseksuele gerichtheid als los asielmotief te toetsen.
12. Omdat het beroep reeds op de vorige beroepsgrond slaagt, behoeven de overige beroepsgronden geen bespreking meer.