ECLI:NL:RBDHA:2026:16028
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging visumafwijzing wegens onvoldoende zorgvuldigheid en onvoldoende binding met Syrië
Eiseres, van Jordaanse nationaliteit en woonachtig in Syrië, verzocht om een visum kort verblijf om haar in Nederland wonende dochter te bezoeken. De minister wees de aanvraag af wegens twijfel over het doel van het verblijf en onvoldoende sociale en economische binding met Jordanië, het land van terugkeer.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid, omdat eiseres niet is gehoord en het feit dat zij via Jordanië naar Syrië zou terugkeren niet is meegenomen. De rechtbank vernietigt daarom het besluit.
Echter, de rechtbank stelt vast dat eiseres onvoldoende sociale en economische binding met Syrië heeft aangetoond, mede omdat haar meerderjarige zoons zelfstandig zijn en zij financieel afhankelijk is van hen zonder eigen bezit of inkomen. Daarom laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand, waardoor de afwijzing van het visum blijft gelden.
De minister wordt opgedragen het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand waardoor de visumafwijzing blijft gelden.