ECLI:NL:RBDHA:2026:1603
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie legde op 20 november 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had deze maatregel reeds eerder getoetst en verklaarde deze op 5 januari 2026 rechtmatig tot het moment van het sluiten van het onderzoek.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of de maatregel sinds 30 december 2025 nog rechtmatig is. Eiser betoogde dat er geen zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat, omdat de Marokkaanse autoriteiten niet hebben gereageerd op de aanvraag voor een laissez-passer. De rechtbank oordeelt dat er geen reden is om aan te nemen dat de uitzetting niet binnen een redelijke termijn zal plaatsvinden, mede gelet op de voortgangsrapportage waarin blijkt dat de minister meerdere malen heeft gerappelleerd en geen negatieve reactie ontving.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtmatigheid van de maatregel te betwijfelen en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.