Uitspraak
Alimentatie
Beschikking op het op 20 november 2024 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
[de vrouw] ,
Procedure
- het verzoekschrift van de zijde van de man, ingekomen op 20 november 2024;
- de brief van 18 december 2024, met bijlage, van de zijde van de man;
- de brief van 13 januari 2025, met bijlage, van de zijde van de man;
- het verweerschrift met een zelfstandig verzoek van de zijde van de vrouw, ingekomen op 16 januari 2025;
- het verweerschrift tegen het zelfstandige verzoek tevens houdende een aanvullend verzoek van de zijde van de man, ingekomen op 12 maart 2025;
- het verweerschrift tegen het aanvullende verzoek van de zijde van de vrouw, ingekomen op 6 mei 2025;
- het bericht van 7 april 2026, met bijlagen, van de zijde van de man;
- het bericht van 7 april 2026, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;
- het bericht van 13 april 2026, met bijlagen, van de zijde van de man.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2003 tot [datum 2] 2019.
- Zij zijn de ouders van de volgende kinderen:
- De man is Brits burger en de vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit.
- Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 1 augustus 2019 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is, voor zover hier van belang:
- bepaald dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw zal zijn;
- bepaald dat de man aan de vrouw met ingang van het tijdstip waarop de echtscheidingsbeschikking is of zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, telkens bij vooruitbetaling zal uitkeren € 390,- per maand per kind;
- ten laste van de man aan de vrouw tot 1 september 2022 een uitkering tot levensonderhoud toegekend van € 392,- per maand, hetgeen correspondeert met het gedeelte van de hypotheekrente van de echtelijke woning door de man voldaan ten titel van partnerbijdrage, met ingang van de dag dat de echtscheidingsbeschikking is of zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, waarbij geheel is uitgesloten de wijziging die genoemde uitkering op grond van de wettelijk vastgestelde indexering over het komende jaar tot 1 september 2022 kan of zal ondergaan.
Verzoek en verweer
Beoordeling
1 augustus 2019, te weten dat [de minderjarige] bij de man is gaan wonen. Tussen partijen is niet in geschil dat als gevolg van deze wijziging de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie voor [de minderjarige] op nihil moet worden bepaald. Partijen zijn het echter niet eens over de ingangsdatum van de nihilstelling. De man verzoekt de kinderalimentatie per 25 juli 2023 op nihil te bepalen en de vrouw per 5 juli 2024.
Beslissing
1 augustus 2019 – de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie voor de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] 2009 te [geboorteplaats] , met ingang van 25 juli 2023 op nihil, en verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;