Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:16036

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
C/09/690787 / FA RK 25-6535
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377b lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging omgangsregeling en vaststelling informatie- en consultatieregeling tussen ouders

De moeder verzocht de rechtbank om een uitgebreidere omgangsregeling met haar minderjarige kind, waaronder vaste fysieke contactmomenten en een verdeling van vakanties, alsmede een informatie- en consultatieregeling met de vader. De vader voerde verweer en stelde dat het kind zelf wil bepalen wanneer contact plaatsvindt en dat hij het contact stimuleert.

De rechtbank overwoog dat het kind in de puberteit is en behoefte heeft aan eigen invulling van contactmomenten. Daarom werd een flexibele regeling vastgesteld: het kind belt de moeder wekelijks op donderdagavond op een voor hem passend tijdstip en heeft eens per twee weken fysieke omgang op een door hem te bepalen locatie en tijd.

De rechtbank stelde vast dat de vader de moeder maandelijks per e-mail zal informeren over het welzijn en de ontwikkeling van het kind, maar wees het verzoek om een consultatieregeling af omdat de vader daartoe al wettelijk verplicht is. Dwangsommen werden afgewezen vanwege het ontbreken van aanwijzingen dat de vader zich niet aan de afspraken zal houden. De proceskosten worden door partijen zelf gedragen.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de omgangsregeling met flexibele contactmomenten en stelt een informatieplicht vast, maar wijst het verzoek om dwangsommen en een consultatieregeling af.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-6535
Zaaknummer: C/09/690787
Datum beschikking: 15 mei 2026

Omgang, informatie- en consultatieregeling en dwangsom

Beschikking op het op 29 augustus 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C. van der Zalm te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.C. Carli-Lodder te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
- het verzoekschrift;
- het bericht van 29 september 2025, met bijlage, van de zijde van de moeder;
- het bericht van 29 oktober 2025, met bijlagen, van de zijde van de moeder;
- het bericht van 28 november 2025, met bijlagen, van de zijde van de moeder;
- het bericht van 7 april 2026, met bijlagen, van de zijde van de moeder;
- het bericht van 8 april 2026 van de zijde van de moeder;
- het bericht van 10 april 2026, met bijlagen, van de zijde van de vader.
De minderjarige [minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 16 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen de moeder, bijgestaan door haar advocaat, en de vader, bijgestaan door zijn advocaat en tolk A. Fawzy.

Feiten

- De moeder en de vader zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2012 tot [datum 2] 2024.
- Zij zijn de ouders van de nog minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] , [land] .
- [minderjarige] is in de Basisregistratie Persoonsgegevens geregistreerd op het woonadres van de vader.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 19 april 2024 is – voor zover hier aan de orde – bepaald dat de moeder gerechtigd is om twee keer per week, op een tussen partijen in onderling overleg te bepalen moment, contact te hebben met [minderjarige] door middel van videobellen.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 11 maart 2025 is – voor zover hier aan de orde – de vader alleen met het gezag over [minderjarige] belast.
- Bij beschikking van het gerechtshof Den Haag van 19 november 2025 is de beschikking van deze rechtbank van 11 maart 2025 bekrachtigd.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
een zorg- dan wel omgangsregeling te bepalen waarbij [minderjarige] bij de moeder zal verblijven:
- iedere week op woensdag na school tot 20.00 uur;
- in de oneven weken op zaterdag van 09.00 uur tot 21.00 uur;
- in de even weken op zondag van 09.00 uur tot 20.00 uur;
althans een zodanige omgangsregeling vast te stellen als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;
te bepalen dat de feestdagen en vakanties worden verdeeld conform het voorstel van de moeder althans een zodanige feestdagen- en vakantieregeling vast te stellen als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;
te bepalen dat de vader een dwangsom zal verbeuren van € 500,- voor iedere dag of gedeelte van en dag dat de vader in gebreke blijft aan de door de rechtbank te bepalen omgangsregeling (inclusief eventuele vakantie- en feestdagenregeling) te voldoen, met een maximum van € 25.000,-, althans een zodanige dwangsom met een zodanig maximum te bepalen als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;
te bepalen dat de vader de moeder ten minste één keer per maand per e-mail informeert over het wel en wee van de minderjarige [minderjarige] , waaronder doch niet uitsluitend omtrent zijn ontwikkelingen, zijn vrijetijdsbesteding, medische kwesties, vakanties en uitjes naar het buitenland met precieze bestemming en informatie over financiële kwesties aangaande de minderjarige en de moeder vooraf in een zo vroeg mogelijk stadium consulteert bij het nemen van belangrijke beslissingen over de minderjarige althans een informatie- en consultatieregeling vast te leggen als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;
ingeval een informatie- en consultatieregeling wordt vastgesteld, te bepalen dat de vader een dwangsom zal verbeuren van € 250,- voor iedere keer dat hij in gebreke blijft (tijdig) aan de informatie- en consultatieregeling te voldoen, met een maximum van € 25.000,-, althans een zodanige dwangsom met een zodanig maximum te bepalen als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;
kosten rechtens.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken ten aanzien van de omgang en de informatie- en consultatieregeling.
Omgang
De moeder wenst dat er een uitgebreidere en meer vastomlijnde omgangsregeling wordt vastgesteld. De moeder stelt dat de ouders in oktober 2025 de voorlopige afspraak hebben gemaakt dat de moeder en [minderjarige] iedere donderdag om 18.00 uur videobellen, maar dat de vader daaraan geen consistente uitvoering geeft. Volgens de moeder verlopen de (fysieke) contactmomenten die wel plaatsvinden goed, heeft [minderjarige] het tijdens die momenten naar zijn zin en geeft hij aan dat hij zijn moeder langer en op andere locaties zou willen spreken, ook zonder dat de vader erbij is. Tot slot verzoekt de moeder een verdeling van de schoolvakanties, zodat [minderjarige] tijdens de vakanties ook een aantal dagen met zijn moeder kan doorbrengen.
De vader geeft aan dat hij [minderjarige] probeert te stimuleren en te enthousiasmeren voor het contact met de moeder, maar dat [minderjarige] aangeeft dat hij zelf wil beslissen wanneer hij zijn moeder belt en ziet en dat hij zich op dertienjarige leeftijd niet meer laat dwingen. Ook stelt de vader dat hij op eigen initiatief eens per twee weken een fysieke ontmoeting tussen [minderjarige] en de moeder bij de McDonalds in [plaats] organiseert. Volgens de vader geeft [minderjarige] steeds aan dat hij wil dat de vader daarbij (op afstand) aanwezig is omdat hij angstig is voor de moeder vanwege dingen die er in het verleden zijn gebeurd, onder meer toen de moeder in een psychose verkeerde. Daarbij wijst de vader erop dat [minderjarige] met name vreest dat zijn moeder hem zal meenemen naar [land] , omdat zij eens tegen [minderjarige] zou hebben gezegd dat te willen doen. Gelet hierop is er bij [minderjarige] geen ruimte voor een uitgebreidere, vaste omgangsregeling, aldus de vader.
De rechtbank constateert dat de ouders allebei een verschillend beeld schetsen over hoe [minderjarige] het contact met de moeder ervaart en overweegt dat het mogelijk is dat hij daarover bij de ene ouder andere signalen afgeeft dan bij de andere ouder. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is duidelijk geworden dat [minderjarige] veel heeft meegemaakt. Ook is duidelijk dat hij in de puberteit zit en steeds meer zelf wil bepalen hoe hij zijn leven, waaronder ook de contacten met zijn moeder, vormgeeft. De rechtbank vindt het belangrijk dat [minderjarige] een band behoudt met zijn moeder, maar ziet in de voornoemde omstandigheden aanleiding om [minderjarige] enige ruimte te geven bij de concrete invulling van de omgangsregeling. Hierbij weegt de rechtbank ook mee dat de vader heeft aangegeven dat de weerstand van [minderjarige] tegen de contactmomenten wordt vergroot wanneer hij wordt gedwongen om zijn moeder bijvoorbeeld op een specifieke tijd te bellen. Daarom zal de rechtbank de bestaande belregeling vastleggen, met dien verstande dat [minderjarige] de moeder iedere donderdagavond zal bellen op een tijdstip dat voor hem goed uitkomt. Ook zal de rechtbank bepalen dat [minderjarige] eens per twee weken fysieke omgang met de moeder zal hebben bij de McDonalds, het winkelcentrum of op een andere locatie, waarbij [minderjarige] zelf met de moeder mag afspreken op welk moment dat plaatsvindt. Daarbij doet de rechtbank een beroep op de moeder om ruimhartig te zijn als [minderjarige] af en toe aangeeft dat het die week niet lukt om te bellen of haar te ontmoeten. Ook verwacht de rechtbank dat de vader het contact tussen [minderjarige] en de moeder zal blijven stimuleren.
Vakantieregeling
Ten aanzien van de verdeling van de schoolvakanties overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank heeft er op zichzelf geen bezwaar tegen dat [minderjarige] en de moeder tijd met elkaar doorbrengen gedurende de schoolvakanties en ziet ook geen reden waarom dit niet voor langere tijd zou kunnen. Het is echter wel nodig dat daarvoor draagvlak bestaat bij [minderjarige] zelf. De rechtbank vertrouwt erop dat wanneer [minderjarige] aangeeft dat hij ook tijd met zijn moeder wil doorbrengen in de vakanties, de ouders dit in onderling overleg zullen organiseren. Daarom zal de rechtbank geen verdeling van de schoolvakanties vastleggen in deze beschikking.
Informatie- en consultatieregeling
De moeder stelt dat zij op dit moment niet door de vader op de hoogte wordt gehouden over de gewichtige aangelegenheden omtrent [minderjarige] . Daarom wenst de moeder via de mail door de vader op de hoogte te worden gehouden over [minderjarige] en geconsulteerd te worden bij belangrijke beslissingen.
De vader stelt dat hij de moeder informeert over [minderjarige] wanneer zij elkaar ontmoeten in het kader van de fysieke contactmomenten bij de McDonalds en dat hij de moeder ook raadpleegt wanneer er belangrijke beslissingen over [minderjarige] moeten worden genomen. De vader geeft aan dat hij in de veronderstelling was dat hij de moeder hiermee voldoende informeert, maar dat hij bereid is om de moeder maandelijks per mail te informeren.
Naar het oordeel van de rechtbank is het van belang dat de vader de moeder informeert over [minderjarige] , zodat de moeder tijdens de contactmomenten kan aansluiten bij zijn interesses en bij wat er in zijn leven speelt. Omdat de vader ermee instemt de moeder eens per maand per mail te informeren over [minderjarige] , zal de rechtbank aldus beslissen. De rechtbank zal het verzoek van de moeder om te bepalen dat de vader de moeder dient te consulteren afwijzen, omdat de vader daartoe reeds op grond van het bepaalde in artikel 1:377b lid 1 BW gehouden is.
Dwangsom
De moeder verzoekt de rechtbank een dwangsom te verbinden aan de zorgregeling en de informatieregeling, omdat zij vreest dat de vader zich zonder deze financiële prikkel niet aan de regelingen zal houden.
De vader stelt dat er geen noodzaak bestaat om een dwangsom op te leggen, omdat hij zich aan de door de ouders overeengekomen zorgregeling houdt. Daarnaast wijst de vader erop dat hij zelf de tweewekelijkse fysieke ontmoetingen tussen [minderjarige] en de moeder heeft geïnitieerd en faciliteert, waaruit blijkt dat hij welwillend tegenover de regelingen staat en deze ook zonder dwangsom zal naleven.
De rechtbank zal geen dwangsom verbinden aan de nakoming van de zorgregeling en de informatieregeling, omdat zij op dit moment geen aanwijzingen ziet dat de vader zich niet aan deze regelingen zal houden. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat een dwangsom niet goed past bij de flexibele aard van de zorgregeling die zal gelden, waarbij [minderjarige] enige ruimte wordt gelaten om zelf aan te geven wanneer de bel- en fysieke contactmomenten hem goed uitkomen.
Proceskosten
Omdat het een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten verdelen als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 19 april 2024 – :
*
stelt de volgende omgangsregeling vast, waarbij de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] , [land] :
  • iedere donderdagavond zal videobellen met de moeder;
  • eens per veertien dagen fysieke omgang zal hebben met de moeder, op een door [minderjarige] met de moeder af te spreken moment;
*
bepaalt dat de vader de moeder iedere maand per e-mail informatie zal verschaffen over de ontwikkeling en het welzijn van [minderjarige] ;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, bijgestaan door
mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 15 mei 2026.