De vrouw verzocht de rechtbank om haar het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toe te kennen en de minderjarige kinderen aan haar toe te vertrouwen. De man, die geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en in het buitenland verblijft, werd opgeroepen maar verscheen niet op de zitting. Hij gaf aan de oproep per e-mail te hebben ontvangen, maar niet de stukken, en kon niet aanwezig zijn vanwege verblijf in het buitenland.
De rechtbank besloot op dit moment alleen uitspraak te doen over het uitsluitend gebruik van de woning en de toevertrouwing van de kinderen, omdat het een voorlopige voorzieningenprocedure betreft en de man nog geen verweer heeft kunnen voeren tegen de alimentatieverzoeken. De vrouw draagt de volledige zorg voor de kinderen, die in Nederland verblijven, en de man bezoekt hen sporadisch. De rechtbank achtte het belang van de kinderen gediend met toewijzing van de toevertrouwing aan de vrouw.
Ook het verzoek tot uitsluitend gebruik van de woning werd toegewezen, omdat het in het belang van de kinderen is dat zij in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen. De behandeling van de verzoeken tot vaststelling van voorlopige partner- en kinderalimentatie en de proceskosten werd aangehouden en zal op een later te plannen zitting worden voortgezet.
De beschikking is uitgesproken op 15 mei 2026 door rechter A.C. Olland, tevens kinderrechter, en griffier mr. N.C. Gantenbein.