ECLI:NL:RBDHA:2026:1605

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 januari 2026
Publicatiedatum
30 januari 2026
Zaaknummer
NL25.8989
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 29 Vreemdelingenwet 2000Art. 31 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielverzoek lesbische vrouw uit Venezuela wegens onvoldoende risico op vervolging

Eiseres, een vrouw met de Venezolaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege haar lesbische gerichtheid en politieke activiteiten voor de partij Voluntad Popular. Zij vreesde vervolging en ernstige schade bij terugkeer naar Venezuela, mede door discriminatie en deelname aan demonstraties.

De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat, hoewel de asielmotieven geloofwaardig werden geacht, niet was aangetoond dat eiseres een reëel risico liep op vervolging of ernstige schade. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de discriminatie in Venezuela niet zodanig ernstig is dat het onmogelijk is om maatschappelijk te functioneren. Ook was onvoldoende onderbouwd dat eiseres persoonlijk risico loopt vanwege haar politieke activiteiten.

De rechtbank overwoog dat het behoren tot de lhbti-gemeenschap in Venezuela niet als risicoprofiel geldt en dat het individuele risico van eiseres onvoldoende aannemelijk is gemaakt. De afwijzing van de asielaanvraag blijft daarom in stand en het beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijk gemaakt vervolgingsrisico.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.8989

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. M. van Werven),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Latul).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag.
1.1.
Eiseres heeft op 15 november 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 30 januari 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. [1] Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 4 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Als tolk was aanwezig R.A. Caicedo Larrea.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas
2. Eiseres heeft de Venezolaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1979. Eiseres heeft – kort samengevat – aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij vanwege haar lesbische gerichtheid problemen heeft ervaren in Venezuela. Ook heeft zij als lid van de politieke partij Voluntad Popular deelgenomen aan demonstraties tegen de overheid. Bij terugkeer naar Venezuela is eiseres bang dat zij in een depressie zal raken en vreest zij op straat te belanden.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiseres bestaat volgens verweerder uit de volgende asielmotieven:
identiteit, nationaliteit en herkomst;
lesbische gerichtheid; en
politieke overtuiging.
3.1.
Verweerder vindt alle drie de asielmotieven van eiseres geloofwaardig. Echter vindt verweerder dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij hierdoor een vrees heeft voor vervolging [2] of een reëel risico op ernstige schade loopt [3] bij terugkeer naar Venezuela. Eiseres heeft volgens verweerder niet aannemelijk gemaakt dat de discriminatie die zij heeft ervaren vanwege haar gerichtheid tot dusdanige ernstige beperkingen van haar bestaansmogelijkheden heeft geleid dat het onmogelijk was voor haar om op maatschappelijk en sociaal gebied te functioneren. Bovendien leidt het openlijk uiting geven aan de seksuele gerichtheid voor lhbti’ers niet tot zwaarwegende problemen in Venezuela. Verder vindt verweerder het niet aannemelijk dat eiseres wordt gezocht vanwege haar deelname aan demonstraties en dat zij op de Tascón-lijst zou staan. Verweerder heeft de asielaanvraag daarom afgewezen als ongegrond.
Wat vindt eiseres in beroep?
4. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van haar asielaanvraag en voert – kort samengevat – het volgende aan. Allereerst verzoekt zij om dat wat zij in de zienswijze naar voren heeft gebracht als herhaald en ingelast te beschouwen. Eiseres voert aan dat verweerder ten onrechte niet heeft onderbouwd waarom lhbti-personen geen risicoprofiel vormen en dat haar problemen niet in samenhang zijn beoordeeld. Zij betoogt daarnaast dat verweerder haar verklaringen over de discriminatie op het gebied van huisvesting, zorg en de verlenging van haar contract onvoldoende heeft meegewogen. Ook het feit dat zij haar gerichtheid moest verbergen, wat volgens internationale richtlijnen relevant is voor het vervolgingsrisico, is niet voldoende betrokken. De sociaaleconomische crisis in Venezuela heeft de situatie van eiseres verergerd en moet daarom in samenhang worden gezien met de problemen vanwege de seksuele geaardheid. Daarnaast stelt zij dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat zij geen risico loopt vanwege haar politieke activiteiten voor Voluntad Popular, haar registratie op de Tascón-lijst en het feit dat zij geen vaderlandskaartje heeft. Dit levert een reëel risico op ernstige schade [4] bij terugkeer op. Ter onderbouwing van deze vrees verwijst eiseres in de aanvullende gronden nog naar een aantal rapporten [5] en documenten van VluchtelingenWerk Nederland.
4.1.
Verder hebben eiseres en haar partner nog een persoonlijke brief geschreven, waarin zij onder meer aangeven dat zij als lesbisch koppel, politieke activisten en als leden van de lhbti-gemeenschap werden geconfronteerd met discriminatie en vervolging, onder meer omdat zij op de Tascón-lijst zouden staan. Zij wijzen erop dat de mensenrechtensituatie en het gebrek aan rechtsbescherming in Venezuela door verweerder onjuist zijn beoordeeld. Tot slot benadrukken zij dat terugkeer voor hen onmogelijk en onveilig is en vragen zij de rechtbank hier rekening mee te houden.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag van eiseres kon afwijzen als ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. De rechtbank geeft eiseres geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank dat uit.
6. De rechtbank overweegt allereerst dat door het in algemene zin herhalen en inlassen van wat eiseres in de zienswijze naar voren heeft gebracht, zij niet kan afleiden waarom eiseres van mening is dat het bestreden besluit onjuist is. Het enkel verwijzen naar argumenten in de zienswijze kan dan ook niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. De rechtbank zal zich dan ook beperken tot de bespreking van de gronden die in beroep zijn aangevoerd.
7. De rechtbank stelt verder vast dat verweerder ter zitting heeft bevestigd dat alle asielmotieven van eiseres geloofwaardig zijn en daarmee ook alle problemen die zij heeft ervaren vanwege haar seksuele gerichtheid.
Heeft verweerder voldoende gemotiveerd waarom lhbti-personen in Venezuela niet als risicoprofiel worden aangemerkt?
8. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende gemotiveerd waarom het behoren tot de lhbti-gemeenschap niet als risicoprofiel geldt in Venezuela. Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat, ondanks dat er in Venezuela wel moeilijkheden zijn voor de lhbti-gemeenschap, niet blijkt dat sprake is van blootstelling aan ernstig geweld, ernstig discriminerende maatregelen van overheidswege of strafbepalingen gericht tegen lhbti’ers. Ter zitting heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank voldoende gemotiveerd waarom de door eiseres overgelegde stukken het oordeel niet anders maken. Daartoe is redengevend dat uit die stukken niet volgt dat de discriminatie waar lhbti’ers in Venezuela mee geconfronteerd worden zodanig ernstig is dat het onmogelijk is voor hen om op maatschappelijk en sociaal gebied te functioneren. Om die reden heeft verweerder deze groep dan ook niet als risicoprofiel hoeven aanmerken.
9. Los van de vraag of lhbti’ers als risicogroep aangemerkt moeten worden, betekent het vallen onder een risicogroep niet automatisch dat eiseres te maken krijgt met vervolging of ernstige schade bij terugkeer. Als iemand onder een risicoprofiel valt betekent dat diegene in algemene zin een bepaalde mate van risico loopt in een bepaald land van herkomst. Echter, niet iedere persoon die onder hetzelfde risicoprofiel valt, zal op gelijke wijze hebben te vrezen bij terugkeer. Bij brief van 5 maart 2024 kondigde verweerder aan dat ‘beleidsmatig geen lagere bewijslast’ voor risicoprofielen geldt. [6] Het is nog steeds aan de vreemdeling om zijn individuele vrees aannemelijk te maken. Hierna zal uiteen worden gezet dat eiseres daar niet in is geslaagd.
Mocht verweerder vinden dat eiseres bij terugkeer geen gegronde vrees heeft voor vervolging en geen reëel risico loopt op ernstige schade?
10. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres er niet in is geslaagd om haar individuele vrees aannemelijk te maken. De problemen die eiseres in Venezuela heeft ervaren vanwege haar seksuele gerichtheid worden door verweerder erkend. Echter heeft verweerder mogen vinden dat hieruit niet blijkt dat eiseres dusdanig werd beperkt in haar bestaansmogelijkheden dat de discriminatie als vervolging moet worden aangemerkt of een schending van artikel 3 van Pro het EVRM oplevert. Eiseres had immers toegang tot scholing [7] , huisvesting [8] , en medische zorg [9] . Ook heeft eiseres gewerkt en had zij een vriendenkring en een partner met wie zij samenwoonde [10] . Ook heeft verweerder mogen tegenwerpen dat uit de verklaringen van eiseres niet volgt dat zij geen huisvesting heeft kunnen vinden alleen vanwege haar seksuele gerichtheid. Eiseres heeft immers meer redenen genoemd waarom mensen geen huis aan haar wilden verhuren [11] . Hoewel uit de door eiseres ingebrachte informatie in zijn algemeenheid blijkt van moeilijkheden voor de lhbti-gemeenschap in Venezuela, heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij persoonlijk zulke zwaarwegende problemen heeft ondervonden dat zij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren wegens haar seksuele gerichtheid.
10.1.
Ook met betrekking tot de gestelde politieke overtuiging heeft verweerder mogen vinden dat er geen sprake is van een risico bij terugkeer. Zo heeft eiseres onvoldoende onderbouwd dat de Venezolaanse autoriteiten op de hoogte zijn van haar politieke activiteiten, zoals haar lidmaatschap bij Voluntad Popular of deelname aan protesten. Eiseres heeft nooit problemen met de autoriteiten gehad [12] , vervulde geen bijzondere rol binnen de politieke partij en bij de protestmarsen [13] en is in 2017 gestopt met haar politieke activiteiten [14] . Daarnaast heeft eiseres niet onderbouwd dat haar naam op de Tascón-lijst staat. Dat eiseres aanvoert dat er sprake is van willekeur en
low-profileactivisten kwetsbaarder zijn, maakt het oordeel niet anders, nu zij deze vrees onvoldoende concreet en geïndividualiseerd heeft en ook niet onderbouwd heeft dat zij als
low-profileactiviste zal worden gezien. Ook het betoog van eiseres dat het niet hebben van een vaderlandskaartje bijdraagt aan haar gemarginaliseerde positie en niet van haar verlangd kan worden dat zij een vaderlandskaartje aanvraagt, heeft verweerder niet hoeven volgen. Daarbij heeft verweerder mogen tegenwerpen dat eiseres ook zonder deze kaart toegang had tot scholing, werk, huisvesting en medische zorg, en het niet bezitten van een vaderlandskaartje daarom niet zwaarwegend is.
11. Gelet op wat onder rechtsoverweging 10. en 10.1 is overwogen, heeft verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat eiseres bij terugkeer naar Venezuela geen reëel risico loopt op vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag of op een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM, vanwege haar seksuele gerichtheid en haar politieke overtuiging.

Conclusie en gevolgen

12. Gelet op het voorgaande, komt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres in stand blijft.
13. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van mr. L.C.C. Bakx, griffier.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw.
3.Op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw.
4.Op grond van artikel 3 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
5.Eiseres verwijst onder andere naar het Freedom House rapport Venezuela 2025, Venezuela: Freedom in the World 2025 Country Report | Freedom House; Human Rights Watch World Report 2024 – Venezuela, Venezuela: Freedom in the World 2025 Country Report | Freedom House; Country Report on Human Rights Practices: Venezuela, 2024.
6.Kamerstukken II 2023/24, 19637, nr. 3211 p. 5.
7.Verslag van het aanmeldgehoor van 18 november 2025, p. 5; Verslag van het nader gehoor van 20 december 2023, p. 37.
8.Verslag van het nader gehoor, p. 36-37.
9.Idem, p. 38.
10.Idem, p. 21, 25.
11.Idem, p. 36-37.
12.Idem, p. 11.
13.Idem, p. 14, 16.
14.Idem, p. 12-13.