ECLI:NL:RBDHA:2026:16052

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
C/09/702991 / JE RK 26-585
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens aanhoudende ontwikkelingsbedreigingen

De kinderrechter van de rechtbank Den Haag heeft op 20 mei 2026 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in mei 2021. De ondertoezichtstelling was eerder vastgesteld tot 21 mei 2026. De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging vanwege onvoldoende weggenomen ontwikkelingsbedreigingen en problemen in de omgang tussen de minderjarige en de vader.

In het afgelopen jaar was er geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar, waardoor de situatie onvoldoende kon worden gemonitord. De moeder had het contact tussen de minderjarige en de vader meerdere malen eenzijdig stopgezet en hield de minderjarige langere tijd thuis van school. Hoewel de moeder inmiddels heeft toegezegd het contact en de schoolgang te faciliteren, is onzeker of dit structureel zal zijn.

De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke criteria van artikel 1:255 BW Pro zijn vervuld. Het belang van de minderjarige bij een voorspelbare en gestructureerde omgeving, positieve omgang met de vader en regelmatige schoolgang rechtvaardigt voortzetting van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling blijft belast met de uitvoering en monitoring van de hulpverlening. De vader stemde in met de verlenging, de moeder was niet verschenen en voerde geen verweer.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en kan binnen drie maanden door belanghebbenden met tussenkomst van een advocaat worden aangevochten bij het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 21 mei 2027 met behoud van de gecertificeerde instelling als uitvoerder.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/702991 / JE RK 26-585
Datum uitspraak: 20 mei 2026

Beschikking van de kinderrechter

Verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak naar aanleiding van het op 8 april 2026 ingekomen verzoekschrift van:
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, (hierna te noemen: de gecertificeerde instelling),
betreffende:
- [de minderjarige], geboren op 22 mei 2021 te ’s-Gravenhage;
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. Grijmans te ‘s-Gravenhage.

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder :
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het gewijzigde verzoekschrift.
Op 30 april 2026 heeft de kinderrechter de zaak op de zitting met gesloten deuren behandeld,
gecombineerdmet het verzoek van de vader tot vaststelling van een zorgregeling (zaak- en rekestnummer C/09/701273 FA RK 26-2497). Op dit verzoek wordt bij afzonderlijke beschikking beslist.
Op de zitting zijn verschenen: [naam] , namens de gecertificeerde instelling, en de vader, bijgestaan door zijn advocaat.
Opgeroepen en niet verschenen is: de moeder.

Feiten

  • Het geregistreerd partnerschap van de vader en de moeder is ontbonden.
  • De vader en de moeder oefenen gezamenlijk het gezag over [de minderjarige] uit.
  • [de minderjarige] woont bij de moeder.
  • De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 februari 2025 [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 27 mei 2026. Vervolgens heeft de kinderrechter in deze rechtbank bij beschikking van 21 mei 2025 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 21 mei 2026.

Verzoek

De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Aan het verzoek ligt het volgende ten grondslag. Van augustus 2026 tot maart 2026 was geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar voor [de minderjarige] . In het afgelopen jaar zijn de ontwikkelingsbedreigingen van [de minderjarige] (daardoor) onvoldoende weggenomen. De moeder heeft in dat jaar het contact tussen [de minderjarige] en de vader meerdere malen eenzijdig stopgezet. Daarnaast heeft zij [de minderjarige] gedurende een langere periode thuisgehouden van school. Inmiddels heeft de moeder toegezegd dat zij [de minderjarige] weer naar de vader en school zal laten gaan, maar is niet duidelijk of de moeder dit structureel zal faciliteren of toch weer omgang en schoolgang zal stoppen als zij daar aanleiding toe ziet. In de komende periode kan, onder regie van de jeugdbeschermer, worden gemonitord of het contact tussen [de minderjarige] en de vader structureel wordt hervat en hoe de samenwerking tussen de ouders verloopt. Tevens kan de ontwikkeling van [de minderjarige] worden gevolgd door nauw samen te werken met haar basisschool. Een jeugdbeschermer kan er op toezien dat [de minderjarige] de komende periode stabiliteit zal krijgen, wat ten goede komt aan haar ontwikkeling.
De vader heeft ingestemd met het verzochte, althans heeft zich niet tegen toewijzing daarvan verzet.
De moeder is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. De ontwikkelingsbedreigingen van [de minderjarige] zijn in het afgelopen jaar niet weggenomen. Door een tekort aan jeugdbeschermers is er pas sinds maart 2026 (opnieuw) zicht gekomen op het dossier van [de minderjarige] . Ten opzichte van de vorige ondertoezichtstelling is er weinig veranderd, terwijl de zorgen omtrent het contact met de vader en de schoolgang voortbestaan. Het is belangrijk dat [de minderjarige] opgroeit in een voorspelbare en gestructureerde omgeving, zij moet zich passend bij haar leeftijd ontwikkelen, positief contact met de vader hebben en structureel naar school gaan. Op dit moment is het noodzakelijk dat de gecertificeerde instelling betrokken blijft, om het voorgaande te monitoren en regie te voeren in de hulpverlening die er nodig is om de ontwikkelingsbedreigingen weg te nemen.
Tot slot neemt de kinderrechter mee in overweging dat de vader zich niet tegen een verlenging van de ondertoezichtstelling verzet en dat de moeder niet is verschenen.
Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] van tot 21 mei 2027, met behoud van Stichting Jeugdbescherming west Heeglanden als gecertificeerde instelling die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 20 mei 2026.
*Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: *Voor zover in deze beschikking eindbeslissingen staan, kan hoger beroep tegen deze beschikking worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.