ECLI:NL:RBDHA:2026:1606

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 januari 2026
Publicatiedatum
30 januari 2026
Zaaknummer
NL25.38120
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de VwArt. 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de VwArt. 31, eerste lid, van de VwArt. 31, zesde lid, aanhef en onder a, van de VwArt. 31, zesde lid, aanhef en onder b, van de Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid identiteit en homoseksuele gerichtheid

Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 18 april 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze aanvraag op 21 juli 2025 af wegens ongeloofwaardigheid van eisers identiteit en homoseksuele gerichtheid. Eiser stelde dat hij vanwege zijn seksuele gerichtheid en de daaraan verbonden risico's in Nigeria vreest voor vervolging.

De rechtbank behandelde het beroep op 4 december 2025, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser onvoldoende documenten en samenhangende verklaringen heeft overgelegd om zijn identiteit en seksuele gerichtheid aannemelijk te maken. Eiser gebruikte verschillende aliassen en gaf summiere toelichtingen over zijn relaties en gevoelens.

De rechtbank verwierp de stellingen van eiser dat verweerder onvoldoende rekening hield met zijn referentiekader en dat de vragen niet aansloten bij zijn leefwereld. Ook vond de rechtbank dat verweerder niet hoefde over te gaan tot onderzoek van het originele geboorteakte, omdat dit document geen pasfoto bevat.

Gelet op het voorgaande concludeerde de rechtbank dat verweerder de aanvraag terecht als ongegrond heeft afgewezen. Het beroep is ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van identiteit en homoseksuele gerichtheid.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.38120

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. K. Benchaïb),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Latul).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
1.1.
Eiser heeft op 18 april 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 21 juli 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. [1] Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 4 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde waren, met voorafgaande kennisgeving, niet aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas
2. Eiser stelt de Nigeriaanse nationaliteit te hebben en geboren te zijn op [geboortedatum] 1991. Hij heeft – kort samengevat – aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij homoseksueel is. In Nigeria is hij door jongens uit zijn gemeenschap betrapt toen hij seks had met [naam] , zijn partner op dat moment. Daarop is hij uit Nigeria gevlucht. Bij terugkeer vreest eiser voor problemen met zijn gemeenschap, met de familie van [naam] en met de Nigeriaanse autoriteiten.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiser bestaat volgens verweerder uit de volgende asielmotieven:
identiteit, nationaliteit en herkomst; en
homoseksuele gerichtheid en de daaraan gerelateerde problemen.
3.1.
Verweerder vindt eisers nationaliteit en herkomst geloofwaardig, maar zijn identiteit niet. Eiser heeft volgens verweerder geen oprechte inspanning geleverd om dit asielmotief te onderbouwen [2] . Ook heeft hij onvoldoende documenten gegeven en hij heeft daar geen goede verklaring voor [3] . Eisers verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel [4] . Eiser heeft namelijk verschillende aliassen gebruikt en in andere lidstaten andere asielmotieven benoemd. Hierdoor kan eiser ook in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd [5] . Eisers gestelde homoseksuele gerichtheid en de daaraan gerelateerde problemen vindt verweerder ook niet geloofwaardig. Eiser heeft geen oprechte inspanning geleverd om dit asielmotief te onderbouwen [6] . Ook zijn verklaringen vormen volgens verweerder geen samenhangend en aannemelijk geheel [7] . Verder vindt verweerder dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege zijn nationaliteit en herkomst een vrees heeft voor vervolging [8] of een reëel risico op ernstige schade loopt [9] bij terugkeer naar Nigeria. Verweerder heeft eisers asielaanvraag daarom afgewezen als ongegrond.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn asielaanvraag en voert – kort samengevat – het volgende aan. Allereerst verzoekt hij om dat wat hij in de zienswijze naar voren heeft gebracht als herhaald en ingelast te beschouwen. Daarnaast voert eiser aan dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn referentiekader en de omstandigheid dat homoseksualiteit in Nigeria een taboe is. Zijn identiteit is geloofwaardig en zijn overgelegde geboorteakte is ten onrechte niet onderzocht. Eiser heeft met zijn verklaringen inzicht gegeven in zijn persoonlijke ervaringen en gevoelens en de bewustwording van zijn homoseksuele gerichtheid. De tegenwerping dat hij summier en oppervlakkig zou hebben verklaard kan volgens eiser dan ook geen standhouden. Ook is tijdens het nader gehoor geen rekening gehouden met de omstandigheid dat de vragen die zien op seksuele gerichtheid niet aansluiten bij de ervaringen en leefwereld van eiser. Bij terugkeer vreest eiser dan ook voor vervolging en loopt hij een reëel risico op ernstige schade.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag van eiser kon afwijzen als ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank dat uit.
6. De rechtbank overweegt allereerst dat door het in algemene zin herhalen en inlassen van wat eiser in de zienswijze naar voren heeft gebracht, zij niet kan afleiden waarom eiser van mening is dat het bestreden besluit onjuist is. Het enkel verwijzen naar argumenten in de zienswijze kan dan ook niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. De rechtbank zal zich dan ook beperken tot de bespreking van de gronden die in beroep zijn aangevoerd.
Heeft verweerder voldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiser?
7. Voor zover eiser aanvoert dat geen rekening gehouden is met zijn referentiekader, merkt de rechtbank op dat verweerder hier in de beschikking al inhoudelijk op heeft gereageerd. Uit wat eiser in beroep aanvoert blijkt niet waarom eiser van mening is dat het bestreden besluit op dit punt onjuist is. Door niet te verschijnen ter zitting heeft eiser ook niet nader onderbouwd en concreet gemaakt waaruit blijkt dat zijn referentiekader niet zou zijn betrokken. Deze beroepsgrond slaagt dan ook niet.
Mocht verweerder eisers identiteit ongeloofwaardig vinden?
8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft mogen stellen dat eisers identiteit niet geloofwaardig is. Zo mocht verweerder eiser tegenwerpen dat hij onvoldoende documenten heeft overgelegd die zijn identiteit onderbouwen en dat hij daar geen goede verklaring voor heeft. Bij de zienswijze van 15 juli 2025 heeft eiser een kopie van zijn geboorteakte overgelegd en gesteld dat het origineel beschikbaar is voor nader onderzoek. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder het origineel van de geboorteakte niet hoeven innemen voor onderzoek, nu eisers identiteit niet met een geboorteakte kan worden aangetoond, omdat deze geen pasfoto bevat. Dat eiser met de geboortedatum op de geboorteakte zijn identiteit zou hebben onderbouwd, heeft verweerder niet hoeven volgen. In het bestreden besluit heeft verweerder immers al voldoende gemotiveerd uiteengezet dat een document een pasfoto, de geboorteplaats en de geboortedatum moet bevatten om iemands identiteit aan te kunnen tonen. Alleen een geboortedatum is onvoldoende. Voor wat betreft eisers betoog dat verweerder in de vraagstelling geen rekening houdt met de ervaringen en leefwereld van asielzoekers, merkt de rechtbank op dat verweerder hier in de beschikking al inhoudelijk op heeft gereageerd. Nu uit wat eiser in beroep aanvoert niet blijkt waarom eiser van mening is dat het bestreden besluit op dit punt onjuist is, slaagt deze beroepsgrond niet.
Mocht verweerder eisers gestelde homoseksuele gerichtheid en de daaraan gerelateerde problemen ongeloofwaardig vinden?
9. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eisers seksuele gerichtheid en de daaraan gerelateerde problemen ongeloofwaardig heeft mogen vinden. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Daarbij heeft verweerder mogen tegenwerpen dat eiser oppervlakkig en summier heeft verklaard over de bewustwording van zijn homoseksuele gevoelens, de verdere ontwikkeling daarvan, zijn gestelde relaties en zijn persoonlijke ervaringen en gevoelens. Verweerder heeft hierbij mogen betrekken dat eiser al geruime tijd in Europa verblijft, stelt sinds 2016 homoseksueel te zijn [10] , en meerdere relaties zegt te hebben gehad, waaronder met [naam] . Volgens eiser waren hij en [naam] twee jaar samen en had deze relatie het meest voor hem betekend. Verweerder heeft dan ook van eiser mogen verwachten dat hij meer persoonlijke details over deze gestelde relatie kon geven, kon toelichten wat deze voor hem heeft betekend, en waar hij met [naam] over sprak en samen met hem deed. Verweerder heeft mogen vinden dat eiser dat onvoldoende heeft gedaan.
9.1.
Dat wat eiser in beroep naar voren brengt, verschilt niet wezenlijk van wat hij al in de zienswijze heeft verklaard. Verweerder heeft in het besluit gemotiveerd uiteengezet dat ook die toelichtingen summier, algemeen en weinig persoonlijk zijn en geen inzicht bieden in de ontwikkeling van eisers gevoelens, en ook niet in de betekenis van zijn relaties. De stelling dat eiser zich door zijn achtergrond moeilijk kan uitdrukken en dat verweerder hem niet goed heeft begrepen, leidt niet tot een ander oordeel, nu eiser niet heeft onderbouwd welke verklaringen dan volgens hem beperkt of onjuist zouden zijn uitgelegd. Ook ten aanzien van eisers verklaringen over zijn deelname aan lhbti-bijeenkomsten heeft eiser in beroep geen andere, concrete toelichting gegeven dan al in de zienswijze naar voren is gebracht. Uit dat wat hij in beroep aanvoert volgt niet wat deze bezoeken voor hem persoonlijk hebben betekend. Deze beroepsgronden slagen daarom niet.
Mocht verweerder vinden dat eiser bij terugkeer geen gegronde vrees heeft voor vervolging en geen reëel risico loopt op ernstige schade?
10. Zoals overwogen in rechtsoverwegingen 8. tot en met 9.1. heeft verweerder eisers identiteit en gestelde homoseksuele gerichtheid en de daaraan gerelateerde problemen ongeloofwaardig mogen vinden. Verweerder heeft zich dan ook op het standpunt mogen stellen dat eiser geen gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade [11] .

Conclusie en gevolgen

11. Gelet op het voorgaande, komt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag van eiser in stand blijft.
12. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van mr. L.C.C. Bakx, griffier.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder a, van de Vw.
3.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b, van de Vw.
4.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw.
5.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e, van de Vw.
6.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder a, van de Vw.
7.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw.
8.Op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw.
9.Op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw.
10.Verslag van het nader gehoor, p. 13.
11.Als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw.