ECLI:NL:RBDHA:2026:1606
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid identiteit en homoseksuele gerichtheid
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 18 april 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze aanvraag op 21 juli 2025 af wegens ongeloofwaardigheid van eisers identiteit en homoseksuele gerichtheid. Eiser stelde dat hij vanwege zijn seksuele gerichtheid en de daaraan verbonden risico's in Nigeria vreest voor vervolging.
De rechtbank behandelde het beroep op 4 december 2025, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser onvoldoende documenten en samenhangende verklaringen heeft overgelegd om zijn identiteit en seksuele gerichtheid aannemelijk te maken. Eiser gebruikte verschillende aliassen en gaf summiere toelichtingen over zijn relaties en gevoelens.
De rechtbank verwierp de stellingen van eiser dat verweerder onvoldoende rekening hield met zijn referentiekader en dat de vragen niet aansloten bij zijn leefwereld. Ook vond de rechtbank dat verweerder niet hoefde over te gaan tot onderzoek van het originele geboorteakte, omdat dit document geen pasfoto bevat.
Gelet op het voorgaande concludeerde de rechtbank dat verweerder de aanvraag terecht als ongegrond heeft afgewezen. Het beroep is ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van identiteit en homoseksuele gerichtheid.