ECLI:NL:RBDHA:2026:1608

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
30 januari 2026
Zaaknummer
NL25.61749
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening niet-ontvankelijk verklaard

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 15 december 2025 waarin de minister van Asiel en Migratie heeft bepaald dat de asielaanvraag van eiser niet in behandeling wordt genomen omdat Duitsland hiervoor verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het beroepschrift van eiser geen gronden bevatte, terwijl dit volgens artikel 6:5 Awb Pro verplicht is. De rechtbank heeft eiser op 17 december 2025 verzocht binnen vijf werkdagen alsnog gronden in te dienen, met de waarschuwing dat het beroep anders niet-ontvankelijk zou worden verklaard.

Eiser heeft binnen de gestelde termijn noch daarna gronden ingediend of een reden gegeven voor het uitblijven daarvan. Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.61749

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 december 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder bepaald dat eisers asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen, omdat Duitsland hiervoor verantwoordelijk is.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb bevat het beroepschrift ten minste de gronden van het beroep. Dat zijn de punten waarop degene die beroep instelt het niet eens is met het bestreden besluit.
2. Als er geen gronden worden ingediend, kan de rechtbank op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Dat houdt in dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. De rechtbank moet dan wel eerst een mogelijkheid tot herstel bieden.
3. Het beroepschrift van eiser bevat geen gronden. Daarom heeft de rechtbank op 17 december 2025 aan eiser gevraagd om binnen vijf werkdagen na de dag van verzending van het bericht alsnog gronden in te dienen. Hierbij is meegedeeld dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard, indien de gronden niet binnen die termijn alsnog worden ingediend.
4. Eiser heeft binnen de door de rechtbank gestelde termijn geen gronden ingediend. Evenmin heeft hij na afloop van deze termijn beroepsgronden ingediend dan wel een reden gegeven waarom hij dit niet heeft gedaan.
5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 29 januari 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.