Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:16129

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
AWB 25/1637
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:6 AwbArt. 6:5 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden bij afwijzing verblijfsvergunning familie en gezin

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 24 juni 2024, waarin haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier met als doel familie en gezin werd afgewezen. De minister verklaarde het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk omdat zij geen gronden had aangevoerd.

De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat eiseres geen specifieke beroepsgronden heeft vermeld. Ondanks meerdere verzoeken van de rechtbank om dit verzuim binnen de gestelde termijnen te herstellen, heeft eiseres geen gronden ingediend of een geldige reden voor het verzuim gegeven.

Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelt en het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet herstellen van dit verzuim.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/1637

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A.T. Eisenmann),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Met het besluit van 24 juni 2024 heeft de minister de aanvraag om een verblijfsvergunning regulier met als verblijfsdoel ‘familie en gezin’ afgewezen. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Met het besluit van 10 januari 2025 heeft de minister dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres geen gronden heeft aangevoerd.
1.1.
In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van de minister van 10 januari 2025.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
3. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. [1] Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren. [2] Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen beroepsgronden zijn genoemd. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiseres de gronden van het beroep niet heeft vermeld en dat verzuim niet (tijdig) heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
5. Eiseres heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiseres in haar bericht van 28 januari 2025 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Eiseres heeft binnen die termijn geen gronden ingediend. Op 28 februari 2025 en op 3 april 2035 heeft de rechtbank eiseres nogmaals verzocht om binnen vier werken de gronden in te dienen. De brief van 3 april 2025 heeft de rechtbank aangetekend verzonden. Eiseres heeft hierop niet gereageerd.
6. Eiseres heeft de beroepsgronden dus niet (tijdig) vermeld. Eiseres heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van Pro de Awb). Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van
mr. N.R. Hoogenberk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.