ECLI:NL:RBDHA:2026:16129
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden bij afwijzing verblijfsvergunning familie en gezin
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 24 juni 2024, waarin haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier met als doel familie en gezin werd afgewezen. De minister verklaarde het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk omdat zij geen gronden had aangevoerd.
De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat eiseres geen specifieke beroepsgronden heeft vermeld. Ondanks meerdere verzoeken van de rechtbank om dit verzuim binnen de gestelde termijnen te herstellen, heeft eiseres geen gronden ingediend of een geldige reden voor het verzuim gegeven.
Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelt en het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet herstellen van dit verzuim.