ECLI:NL:RBDHA:2026:16137

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
NL25.49440
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W. H. Bel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000Verordening (EU) Nr. 604/2013Besluit tot instelling van het besluitmoratorium
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet verstreken beslistermijn asielaanvraag

Eiser heeft op 10 oktober 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 3 maart 2025. Verweerder heeft onderzocht of Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag, waarbij de Dublinverordening en de Vreemdelingenwet 2000 een rol spelen.

De beslistermijn was opgeschort vanwege het besluitmoratorium voor Syrische asielzoekers van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025. Hierdoor begon de beslistermijn pas op 13 juni 2025 en eindigde deze op 13 december 2025. De ingebrekestelling van eiser op 23 september 2025 vond plaats voordat de beslistermijn was verstreken.

De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter W. H. Bel op 11 juni 2026 en openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard omdat de beslistermijn nog niet was verstreken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.49440

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. K. Yousef),
en

de minister van Asiel en Migratie,

Procesverloop

Eiser heeft op 10 oktober 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 3 maart 2025.

Beoordeling door de rechtbank

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Verweerder heeft onderzocht of de asielaanvraag van eiser niet in behandeling moet worden genomen omdat een andere lidstaat van de Europese Unie daarvoor verantwoordelijk is zoals bedoeld in de Verordening (EU) Nr. 604/2103 (Dublinverordening). Artikel 42, zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) bepaalt dat de beslistermijn in dergelijke gevallen aanvangt op het moment waarop is komen vast te staan dat Nederland verantwoordelijk is of zal worden voor de behandeling van de asielaanvraag. Dat moment is in ieder geval aangebroken wanneer de in de Dublinverordening neergelegde uiterste overdrachtstermijn is verstreken. Dat moment kan zich echter ook eerder voordoen, bijvoorbeeld als verweerder zelf eerder besluit om de asielaanvraag aan zich te trekken of als door feiten en omstandigheden blijkt dat de verantwoordelijkheid vanaf een bepaald moment aan Nederland behoort of zal gaan behoren.
3. In de memo nationale procedure heeft verweerder meegedeeld dat er is besloten om geen terug-/overnameverzoek in te dienen bij de autoriteiten en dat de termijn om een verzoek in te dienen is verstreken. Dit betekent dat verweerder vanaf 4 mei 2025 verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. Op dat moment was de termijn voor het indienen van een terug-/overnameverzoek verstreken.
4. Op de asielaanvraag van eiser is het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium [1] van toepassing. Eiser stelt namelijk dat hij de Syrische nationaliteit heeft. Ook heeft verweerder nog geen besluit genomen op de asielaanvraag. Verder is niet gebleken dat eiser viel onder één van de in artikel 4 van Pro het Besluit tot instelling van het besluitmoratorium genoemde categorieën die uitgesloten zijn van de werking van het besluitmoratorium. Het gevolg is dat de beslistermijn was opgeschort voor de duur van het besluitmoratorium. Dit was van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025. De wettelijke beslistermijn is daarom gestart op 13 juni 2025. De beslistermijn eindigt daarom op 13 december 2025.
5. Dat betekent dat op 23 september 2025, het moment van indiening van de ingebrekestelling, de beslistermijn nog niet was verstreken. Daarom is het beroep tegen het uitblijven van een besluit op de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 11 juni 2026 door mr. W. H. Bel, rechter, in aanwezigheid van M. Strik, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Besluit van de Minister van Asiel en Migratie van 11 december 2024, nummer 5987202, tot het instellen van een besluitmoratorium en vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië, Staatscourant 2024, 41538.