ECLI:NL:RBDHA:2026:16154
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning familie- en gezinslid wegens ontbreken mvv en onvoldoende medische onderbouwing
Eiseres, moeder van de referent en Marokkaanse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning aan voor verblijf als familie- of gezinslid. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet beschikte over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet voldeed aan de voorwaarden voor vrijstelling hiervan, mede door het ontbreken van een compleet medisch dossier.
De rechtbank overwoog dat eiseres onvoldoende medische stukken had aangeleverd om vrijstelling van het mvv-vereiste op medische gronden te rechtvaardigen. Ook werd geoordeeld dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro in het nadeel van eiseres uitviel, mede omdat haar dochter ook geen verblijfsvergunning kreeg en zij sterke banden met Marokko heeft.
Verder werd het beroep op de hardheidsclausule en het discriminatieverbod verworpen. De rechtbank stelde dat eiseres geen aannemelijk gevaar had aangetoond in Marokko en dat het onderscheid in het mvv-vereiste gerechtvaardigd is. Ten slotte werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.