Uitspraak
1.De procedure
2.Standpunten van partijen
3.De beoordeling
Bevoegdheid
4.De beslissing
[bedrijf] B.Vvoornoemd, in staat van faillissement;
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, voormalig werknemer van verweerster, heeft een verzoek tot faillietverklaring ingediend wegens onbetaalde loonvorderingen, vakantiegeld, verlofuren en reiskosten. Na een conflict heeft verzoeker de arbeidsovereenkomst zelf opgezegd per 30 november 2025. Verweerster betwist betaling vanwege vermeende onvoldoende werk en onjuiste diploma’s, maar erkent geen procedure te zijn gestart tegen de loonvordering.
De rechtbank oordeelt bevoegd te zijn op grond van de Verordening 2015/848 en stelt vast dat verzoeker een vorderingsrecht heeft dat summierlijk is bewezen. Verweerster verkeert in financiële problemen en laat meerdere schuldeisers onbetaald, waaronder verzoeker. De toestand van opgehouden te betalen is daarmee aanwezig.
De rechtbank wijst het verzoek tot faillietverklaring toe, verklaart de BV failliet, benoemt een rechter-commissaris en curator, en geeft de curator opdracht tot inzage in de post van verweerster. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen.
Uitkomst: Verzoek tot faillietverklaring van de BV wordt toegewezen wegens niet-betaling van loonvorderingen.