Eiseres, een vrouw van Ghanese nationaliteit, diende een asielaanvraag in op grond van haar biseksuele geaardheid en mishandeling door haar ex-man. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat de biseksuele geaardheid niet geloofwaardig werd geacht.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de minister het toetsingskader voor geloofwaardigheid correct had toegepast. Hoewel de mishandeling en identiteit van eiseres geloofwaardig waren, waren haar verklaringen over haar seksuele geaardheid summier, tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende inzicht gaf in de ontwikkeling van haar gevoelens en relatie, en dat de wisselende verklaringen over problemen met haar ex-man en andere omstandigheden niet overtuigend waren. Lidmaatschap van een LHBTIQ-organisatie maakte haar geaardheid niet aannemelijk.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht de aanvraag als kennelijk ongegrond heeft afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.