Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:16160

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
NL25.31384
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige biseksuele geaardheid uit Ghana

Eiseres, een vrouw van Ghanese nationaliteit, diende een asielaanvraag in op grond van haar biseksuele geaardheid en mishandeling door haar ex-man. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat de biseksuele geaardheid niet geloofwaardig werd geacht.

De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de minister het toetsingskader voor geloofwaardigheid correct had toegepast. Hoewel de mishandeling en identiteit van eiseres geloofwaardig waren, waren haar verklaringen over haar seksuele geaardheid summier, tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd.

De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende inzicht gaf in de ontwikkeling van haar gevoelens en relatie, en dat de wisselende verklaringen over problemen met haar ex-man en andere omstandigheden niet overtuigend waren. Lidmaatschap van een LHBTIQ-organisatie maakte haar geaardheid niet aannemelijk.

De rechtbank concludeerde dat de minister terecht de aanvraag als kennelijk ongegrond heeft afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardige biseksuele geaardheid.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.31384

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. G.J. Douma).

Samenvatting

1.1
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw 2000 [1] . Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.2
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.1
Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt van Ghanese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1994. De minister heeft met het bestreden besluit van 7 juli 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
2.2
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.3
De rechtbank heeft het beroep op 19 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en P. Cuijpers als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Op vijftienjarige leeftijd is eiseres uitgehuwelijkt aan een man die veel ouder is dan eiseres zelf. Deze man mishandelde eiseres en heeft gedreigd haar te vermoorden. Daarnaast is eiseres biseksueel en heeft zij een relatie met een vrouw. Haar inmiddels ex-man is daarvan op de hoogte en heeft bewijs hiervan, namelijk audiogesprekken. Eiseres is bang dat haar ex-man – die connecties heeft met de autoriteiten – de autoriteiten op de hoogte zal brengen van haar seksuele geaardheid. Daarnaast vrees eiseres voor de autoriteiten omdat zij in maart 2023 op een feest aanwezig is geweest van iemand binnen de LHBTIQ-gemeenschap, waar de autoriteiten een inval hebben gedaan.
Standpunten partijen
4.1
Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
- de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres;
- de gedwongen uithuwelijking;
- de biseksuele geaardheid van eiseres en de daaruit voortvloeiende problemen.
De minister heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig geacht. Ook heeft de minister geloofwaardig geacht dat eiseres gedwongen is uitgehuwelijkt aan een oudere man, die haar mishandelde en tot seksuele handelingen dwong. De minister heeft de door eiseres gestelde biseksuele geaardheid echter niet geloofwaardig geacht en daarmee evenmin de daaruit voortvloeiende problemen. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat Ghana ten aanzien van eiseres als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt. De minister heeft daarom concludeert daarom dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is.
4.2
Eiseres heeft het standpunt van de minister gemotiveerd betwist. Op hetgeen zij in dit verband heeft aangevoerd zal hieronder – voor zover relevant – worden ingegaan.
Toetsingskader geloofwaardigheidsbeoordeling
5. In het voornemen heeft de minister aanvankelijk aan eiseres tegengeworpen dat zij de door haar gestelde problemen in verband met haar geaardheid niet heeft onderbouwd met documenten, terwijl ze stelde deze wel in haar bezit te hebben. Dit standpunt heeft de minister in het bestreden besluit laten vallen omdat eiseres deze documenten alsnog heeft overgelegd. Voor zover eiseres heeft betoogd dat het niet langer tegenwerpen van het ontbreken van documenten ter onderbouwing van haar biseksuele geaardheid gevolgen zou moeten hebben voor de geloofwaardigheidsbeoordeling van haar asielmotief, volgt de rechtbank eiseres hierin niet. Daartoe wordt overwogen dat eiseres niet nader heeft geconcretiseerd op welke punten de alsnog overgelegde documenten kunnen afdoen aan de door de minister in het bestreden besluit gegeven motivering ten aanzien van de geloofwaardigheidsbeoordeling van de gestelde biseksuele geaardheid van eiseres. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister bij deze beoordeling het in Wi neergelegde toetsingskader van de geloofwaardigheid op juiste wijze toegepast. Dat dit niet het geval zou zijn is door eiseres niet nader geconcretiseerd met een verwijzing naar relevante wet- en regelgeving.
Het referentiekader
6.1
Eiseres heeft zich allereerst op het standpunt gesteld dat de minister bij de geloofwaardigheidsbeoordeling van haar geaardheid onvoldoende rekening heeft gehouden met haar referentiekader. Volgens eiseres had de minister bij de beoordeling meer gewicht moeten toekennen aan de omstandigheid dat eiseres slachtoffer is van huiselijk geweld, wat de reden is geweest voor het feit dat zij tijdens het nader gehoor in zekere mate terughoudend is geweest bij de beantwoording van de vragen van de gehoorambtenaar. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft eiseres verwezen naar de uitspraak van de Afdeling [2] van 25 februari 2026 [3] , waaruit – kort samengevat – blijkt dat de minister bij de besluitvorming rekening dient te houden met het referentiekader van een vreemdeling.
6.2
De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog. Daarbij wijst de rechtbank erop dat de minister in het voornemen het referentiekader van eiseres heeft weergegeven en dat daarin ook wordt vermeld dat eiseres is mishandeld door de oudere man aan wie zij op
15-jarige leeftijd is uitgehuwelijkt. Voor zover eiseres betoogt dat deze omstandigheid invloed heeft gehad op haar vermogen om te kunnen verklaren is de rechtbank van oordeel dat het verslag van het nader gehoor geen aanknopingspunten biedt om tot de conclusie te komen. Eiseres heeft ook niet nader geconcretiseerd op welke punten in de besluitvorming de mishandeling onvoldoende bij de beoordeling van haar asielrelaas os betrokken. Dat eiseres door de mishandeling niet heeft geleerd om voor haarzelf op te komen en daardoor minder vaardig is in het kunnen praten over gevoelens volgt de rechtbank niet. Daarbij heeft de minister niet ten onrechte betrokken dat eiseres een opleiding heeft gevolgd en een cursus emotionele intelligentie. Bovendien heeft eiseres – zoals zij zelf verklaart – uit eigen beweging contact gezocht met de LHBTIQ-organisatie Dovvsu in Ghana. Dat eiseres niet voor zichzelf op zou kunnen komen acht de rechtbank daarom niet aannemelijk. Er bestaat gelet op het vorenstaande geen grond voor het oordeel dat de minister bij de beoordeling van het asielverzoek niet heeft kunnen uitgaan van de verklaringen zoals deze door eiseres tijdens het nader gehoor zijn afgelegd.
Geloofwaardigheid van de biseksuele geaardheid
7.1
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich in het bestreden besluit en het daarin als herhaald en ingelast beschouwde voornemen voldoende gemotiveerd en op goede gronden op het standpunt gesteld dat eiseres – in het licht van de omstandigheid dat haar gestelde seksuele geaardheid in Ghana verboden is – summier en onvoldoende inzichtelijk heeft verklaard over het (denk)proces dat is voorafgegaan aan de realisatie dat zij biseksueel is. Redelijkerwijs mag van eiseres worden verwacht dat ze meer weet te verklaren over hoe haar gedachten en gevoelens met betrekking tot haar seksualiteit zich ontwikkelden nu zich dit afspeelde in de periode van tien jaar die is gelegen tussen het moment waarop eiseres op haar vijftiende ontdekte dat ze zich tot vrouwen aangetrokken voelde en het moment waarop eiseres in 2019 haar eerste seksuele contact had met een vrouw. Eiseres verklaart in hoge mate oppervlakkig, zoals dat zij zich ontspannen voelde in de aanwezigheid van haar vriendin en vrouwen in het algemeen, en zij geeft daarmee onvoldoende inzicht in hoe haar gedachten en gevoelens over vrouwen zich hebben gevormd. Ook de verklaringen die eiseres heeft afgelegd over (de ontwikkeling van) haar relatie met haar vriendin Yaa zijn algemeen en oppervlakkig. De verklaringen van eiseres geven weinig inzicht in haar gevoelens en gedachtes met betrekking tot haar vriendin. Ook blijkt daaruit niet dat sprake is van gevoelens en gedachtes die dieper gaan dan de gevoelens die kunnen bestaan bij een gewone vriendschap. Dat het kunnen verklaren over een seksuele identiteit en de gewaarwording daarvan niet voor iedere vreemdeling vanzelfsprekend is, neemt niet weg dat van eiseres verwacht mag worden dat zij enig inzicht kan geven in de ontwikkeling van haar gedachtes en gevoelens omtrent haar seksuele geaardheid. Tot slot overweegt de rechtbank dat uit de door eiseres overgelegde brief van de organisatie LGBTQ+ Human Rights Ghana weliswaar het lidmaatschap van eiseres van deze organisatie kan worden afgeleid, maar daarmee is de gestelde biseksuele geaardheid van eiseres nog niet zonder meer aannemelijk gemaakt. Daartoe overweegt de rechtbank dat ook personen die niet tot de LHBTIQ-gemeenschap behoren lid kunnen worden van een dergelijke organisatie. Dat lidmaatschap van deze organisatie in een land als Ghana enig risico met zich mee zou kunnen brengen maakt dit niet anders.
7.2
De rechtbank is verder van oordeel dat de minister voldoende gemotiveerd heeft overwogen dat eiseres wisselend en vaag heeft verklaard over de problemen die zij had met haar man vanwege tot haar seksuele gerichtheid. De minister heeft terecht geconcludeerd dat eiseres wisselend heeft verklaard over het moment waarop zij contact heeft gehad met de organisatie Dovvsu en eiseres schetst daaromtrent een onlogische tijdslijn. Ook heeft de minister terecht in het voornemen terecht opgemerkt dat eiseres wisselend heeft verklaard over het moment waarop zij met haar baby vertrokken is. Naar het oordeel van de rechtbank is in het voornemen voldoende gemotiveerd en op goede gronden overwogen dat eiseres wisselend en vaag heeft verklaard over het tot stand komen van de opnames die haar man zou hebben gemaakt en over de overheidsambtenaren die op haar werk kwamen. De rechtbank is daarbij van oordeel dat eiseres met hetgeen zij in de zienswijze en gronden van beroep naar voren heeft gebracht geen plausibele verklaring heeft gegeven met betrekking tot de door de minister geconstateerde wisselende en onlogische verklaringen. Ditzelfde geldt voor de door de minister in het bestreden besluit geconstateerde onjuistheden in de verklaringen van eiseres met betrekking tot het verjaardagsfeest van een bekend persoon binnen de LHBTIQ-gemeenschap in Ghana waar zij zou zijn geweest. De minister is op grond van informatie uit algemene bronnen tot de conclusie gekomen dat de verklaringen van eiseres niet overeenkomen met deze informatie. De rechtbank stelt vast dat eiseres niet met informatie uit objectieve bronnen heeft onderbouwd dat de informatie waar de minister naar verwijst niet in overeenstemming is met de werkelijkheid. In dit verband overweegt de rechtbank nog dat de door eiseres overgelegde foto’s de geconstateerde onjuistheden niet wegnemen, nu uit deze foto’s niet valt af te leiden met wie eiseres op de foto staat en hoe eiseres zich tot deze persoon verhoudt.
7.3
De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat de minister zich in het bestreden besluit op goede gronden en voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat de biseksuele geaardheid van eiseres en de daarmee samenhangende vrees voor de autoriteiten niet geloofwaardig is.

Conclusie en gevolgen

8. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Ides, rechter, in aanwezigheid van M.J. Kambeel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000
2.Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.