ECLI:NL:RBDHA:2026:16171
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.G. Vegter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag van Congolese burger wegens onvoldoende geloofwaardigheid en risico op ernstige schade
Eiser, een burger van de Democratische Republiek Congo, diende op 3 mei 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Hij verklaarde te zijn gevlucht vanwege problemen met de autoriteiten in verband met zijn werkzaamheden in de coltanmijnen in Noord-Kivu. De minister wees de aanvraag op 15 juli 2025 af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas en het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Kinshasa.
De rechtbank behandelde het beroep op 2 juni 2026 en oordeelde dat de minister voldoende rekening had gehouden met de psychische situatie van eiser, waaronder PTSS-klachten. De verklaringen van eiser over zijn verblijf en werkzaamheden in de mijnen werden als vaag en ongerijmd beoordeeld, mede gelet op landeninformatie over de situatie in Noord-Kivu.
Verder concludeerde de rechtbank dat het risico op ernstige schade bij terugkeer naar Kinshasa onvoldoende aannemelijk was, ook gelet op de medische situatie van eiser. De aanvraag voor uitstel van vertrek op medische gronden werd eveneens afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de afwijzing van de asielaanvraag in stand bleef.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.