ECLI:NL:RBDHA:2026:16182
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak met proceskostenvergoeding
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister is afgewezen in een besluit van 15 september 2025. Hiertegen is beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 22 mei 2026 behandeld samen met de beroepszaak. Omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst het verzoek af.
Daarnaast bepaalt de voorzieningenrechter dat verzoekster recht heeft op een vergoeding van proceskosten voor de rechtsbijstand door haar gemachtigde, vastgesteld op € 934,00, welke door de minister moet worden betaald. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van € 934,00 aan proceskosten aan verzoekster.