ECLI:NL:RBDHA:2026:16208

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
NL25.54539
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • L.J. van der Veen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking tijdelijke humanitaire verblijfsvergunning

Verzoeker, van Nigeriaanse nationaliteit, had een tijdelijke humanitaire verblijfsvergunning die op 7 maart 2025 door de minister van Asiel en Migratie werd ingetrokken. Tevens werd zijn verzoek om wijziging naar een niet-tijdelijke humanitaire verblijfsvergunning afgewezen. Na bezwaar op 10 oktober 2025 bleef de minister bij zijn besluit.

Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Op 11 juni 2026 vond de zitting plaats waarbij verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig waren.

De voorzieningenrechter oordeelde dat het beroep ongegrond was en dat een voorlopige voorziening niet nodig was. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de tijdelijke humanitaire verblijfsvergunning is afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.54539

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

geboren op [geboortedatum],
van Nigeriaanse nationaliteit,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. U.H. Hansma),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. P. Boelhouwer).

Procesverloop

1. De minister heeft met het primaire besluit van 7 maart 2025 de reguliere verblijfsvergunning ‘tijdelijk humanitair’ van eiser ingetrokken en zijn verzoek om de beperking te wijzigen naar ‘niet-tijdelijk humanitair’ afgewezen. Met het bestreden besluit van 10 oktober 2025 op het bezwaar van eiser is de minister bij het besluit gebleven.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 11 juni 2026 op zitting behandeld, samen met het beroep van verzoeker. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep van verzoeker, en dat beroep ongegrond verklaard. [1] Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op::
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zaaknummer NL25.54538.