6.3.Het oordeel van de rechtbank
Na te melden maatregel is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Dat is een hinderlijk feit, waarvan winkeliers en de maatschappij schade en overlast ondervinden. Met het plegen van dit feit heeft de verdachte blijk gegeven van een gebrek aan respect voor de eigendomsrechten van anderen.
Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan belediging van een conducteur. Verdachte heeft een conducteur in de uitoefening van zijn functie uitgescholden in een rijdende trein. Niet alleen heeft de conducteur daarvan de nadelige gevolgen ondervonden, maar ook de medereizigers hebben door het strafbare gedrag van verdachte vertraging opgelopen.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 3 april 2026. Hieruit blijkt dat de verdachte herhaaldelijk voor soortgelijke, overlastgevende, feiten is veroordeeld.
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of oplegging van de ISD-maatregel, zoals door de officier van justitie gevorderd, is aangewezen. In dat verband overweegt de rechtbank als volgt.
Reclasseringsadvies
De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsadvies over de verdachte van 24 april 2026. De reclassering adviseert de rechtbank om bij een veroordeling aan de verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen.
Uit het advies blijkt dat er op nagenoeg elk leefgebied bij de verdachte sprake is van risicofactoren die het risico op recidive hoog maken. Verdachte leeft op straat, zonder inkomen en begeeft zich in een negatief netwerk. Tezamen met het feit dat verdachte door traumatische levensgebeurtenissen verslaafd is geraakt, weet de verdachte geen stabiliteit te creëren. De eerder ingezette justitiële interventies hebben niet tot het uitblijven van delictgedrag geleid. De verdachte heeft zich wisselend opgesteld tijdens de uitvoering van een eerdere ISD-maatregel. Door de niet meewerkende en zorg-mijdende houding van betrokkene stagneert de uitvoering van bijzondere voorwaarden, en wordt een dergelijk kader dan ook niet uitvoerbaar geacht.
Een ISD-maatregel is volgens de reclassering geïndiceerd om de risico's te beperken. Deze biedt, vanuit een duidelijke structuur, de tijd en de mogelijkheid om stabiliteit te creëren en meer zicht te krijgen op de mogelijkheden en onmogelijkheden van verdachte waarbij het helder is wat de consequenties zijn van niet meewerken hieraan. Hiermee kan de kans op re-integratie worden vergroot met uiteindelijk als doel de recidivekans te doen afnemen.
Voorwaarden ISD-maatregel
De rechtbank stelt, anders dan de raadsman, vast dat de verdachte voldoet aan alle voorwaarden voor het opleggen van de ISD-maatregel, zoals bepaald in artikel 38m Sr. Er is een vordering van het Openbaar Ministerie tot oplegging van de ISD-maatregel. De verdachte heeft zich onder andere schuldig gemaakt aan diefstal, een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan. Ook is hij in de vijf jaar voorafgaand aan het door hem begane feit ten minste driemaal onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel veroordeeld, terwijl de in dit vonnis bewezenverklaarde feiten zijn begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen. Er moet gelet op de problematiek waarmee verdachte kampt, het strafblad en de onderhavige veroordeling (waaronder voor diefstal), ernstig rekening mee gehouden worden dat de verdachte een misdrijf zal begaan waarbij de veiligheid van personen of goederen in het geding is.
De verdachte voldoet naast deze wettelijke vereisten ook aan de definitie van ‘zeer actieve veelpleger’ uit de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers. Tegen de verdachte zijn in de afgelopen vijf jaar processen-verbaal voor meer dan tien misdrijffeiten opgemaakt, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de datum van het laatst gepleegde feit.
ISD-maatregel passend en geboden
De rechtbank is, met de reclassering, van oordeel dat reële, minder ingrijpende alternatieven voor hulpverlening en het voorkomen van recidive zijn uitgeput en dus het uiterste middel van de ISD-maatregel overblijft. Verdachte heeft een verleden van het niet nakomen van afspraken bij de reclassering. Hij is moeilijk bereikbaar of weigert in gesprek te gaan. De zorg-mijdende houding van verdachte tezamen met zijn complexe problematiek, maken dat het door de raadsman aangevoerde alternatief in een voorwaardelijk kader niet als een reële, voldoende kansrijke optie kan worden beschouwd.
Alles afwegende acht de rechtbank het opleggen van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel voor de duur van twee jaar passend en geboden. Voor een optimale bescherming van de maatschappij, maar ook om de verdachte gelegenheid te geven aan zijn problematiek te werken, acht de rechtbank het belangrijk voldoende tijd te nemen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de ISD-maatregel opleggen voor de maximale duur van twee jaren en de tijd die de verdachte vóór tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft gezeten niet aftrekken van de duur van die maatregel.