Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:16237

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 mei 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
NL24.50325
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 3:46 AwbArt. 8:72 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens onvoldoende betrokkenheid referentiekader bij afwijzing asielaanvraag lesbische vrouw uit Ethiopië

Eiseres, een lesbische vrouw uit Ethiopië, diende op 9 augustus 2022 een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie op 21 november 2024 werd afgewezen. De rechtbank oordeelt dat verweerder het referentiekader van eiseres onvoldoende heeft betrokken, met name haar streng christelijk-orthodoxe achtergrond en de taboes rondom seksualiteit binnen haar gezin en cultuur.

Verweerder vond de seksualiteit van eiseres niet geloofwaardig, onder meer vanwege onvoldoende persoonlijke toelichting en tegenstrijdigheden in haar relaas. De rechtbank stelt echter dat verweerder deze beoordeling niet zorgvuldig heeft gemotiveerd en onvoldoende rekening hield met de persoonlijke omstandigheden van eiseres.

De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het referentiekader van eiseres volledig wordt betrokken en haar verklaringen opnieuw worden beoordeeld. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot hernieuwde beoordeling binnen vier weken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.50325

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. C.C. Smit),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. R.A.B. van Steijn).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing door verweerder van de asielaanvraag van eiseres. Eiseres in deze zaak is [eiseres] . Verweerder in deze zaak is de minister van Asiel en Migratie. Eiseres is het er niet mee eens dat haar asielaanvraag is afgewezen. Zij heeft daarvoor een aantal redenen, de beroepsgronden. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of verweerder de asielaanvraag van eiseres heeft kunnen afwijzen.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven
.Verweerder heeft het referentiekader van eiseres onvoldoende in zijn besluitvorming betrokken. Reeds daarom is het beroep gegrond. Aan de hand van het nieuwe referentiekader moet verweerder de verklaringen en de geloofwaardigheid van de seksualiteit van eiseres opnieuw beoordelen. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 9 augustus 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 21 november 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 21 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, haar gemachtigde, [tolk] als tolk en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Zij heeft de Ethiopische nationaliteit en is geboren op [datum] 1996. Eiseres is lesbisch, wat in Ethiopië strafbaar is. Bij de ontdekking van haar seksualiteit heeft eiseres het hier erg lastig mee gehad. Eiseres was toen ze jong was samen met een meisje van haar school, [naam 1] . [naam 1] is overleden en daarna is eiseres meer gaan nadenken over wat [naam 1] voor haar heeft betekend. Zo kwam eiseres tot de conclusie dat ze lesbisch is. Zij werd hier aanvankelijk erg verdrietig van, omdat dit verboden is in Ethiopië. Eiseres kreeg daarna een relatie met [naam 2] . Na hun afstuderen had eiseres een huisje gehuurd om samen met [naam 2] te kunnen zijn. De persoon van wie zij het huisje huurde, [naam 3] , bleek camerabeelden te hebben gemaakt van eiseres en [naam 2] . Op deze beelden waren zij naakt te zien. [naam 3] confronteerde eiseres hiermee en dwong haar met hem een relatie aan te gaan onder de dreiging dat hij anders de beelden zou uitlekken. Daarnaast heeft [naam 3] eiseres verkracht. Eiseres heeft om dit alles Ethiopië verlaten.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven.
identiteit, nationaliteit en herkomst;
seksuele geaardheid en de problemen als gevolg daarvan.
Verweerder vindt het eerste asielmotief geloofwaardig en het tweede niet. Verweerder stelt dat eiseres geen inzicht geeft in haar specifieke gevoelsleven gedurende het proces dat zij haar geaardheid nog moest accepteren. Ook vindt verweerder de verklaringen van eiseres over haar relatie met [naam 1] niet authentiek en in beperkte mate persoonlijk. Verweerder werpt eiseres tegen dat zij niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe het voor haar was om haar relatie met [naam 2] geheim te moeten houden. Ook vindt verweerder het niet logisch dat eiseres naar Zega feestjes ging terwijl ze geheim moest houden dat ze lesbisch is. De verklaringen van eiseres over haar activiteiten vindt verweerder summier en maar in beperkte mate persoonlijk omdat eiseres niet toelicht hoe het bijwonen van een activiteit ertoe leidt dat zij zich krachtiger, sterker en vrijer voelt.
Verweerder wijst de asielaanvraag van eiseres af als ongegrond. Verweerder vaardigt ook een terugkeerbesluit uit aan eiseres waarin staat dat zij binnen vier weken naar Ethiopië moet vertrekken.
Heeft verweerder het referentiekader van eiseres voldoende betrokken in zijn besluitvorming?
5. Eiseres voert aan dat verweerder ten onrechte niet bij haar referentiekader heeft betrokken dat zij uit een streng orthodox gezin komt, waarin geen ruimte is voor gesprekken over emoties en seksualiteit en waarin homoseksualiteit bovendien een taboe is. Ook haar culturele achtergrond ontbreekt. Eiseres voert aan dat verweerder deze aspecten wel had moeten betrekken bij het referentiekader, waarbij zij ook verwijst naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 25 februari 2026 [1] .
5.1.
Verweerder geeft aan dat hij bij de geloofwaardigheidsbeoordeling van het asielrelaas van eiseres voldoende rekening heeft gehouden met haar referentiekader. Verweerder betrekt in het referentiekader van eiseres dat zij twee relaties heeft gehad met vrouwen, een universitaire opleiding heeft afgerond en een eigen bedrijf heeft gerund in Ethiopië. Daarnaast betrekt verweerder dat eiseres voor een langdurige periode in Ethiopië op normale wijze heeft deelgenomen aan de Ethiopische maatschappij. Verweerder verwacht daarom van eiseres dat zij duidelijk kan verklaren over hoe het voor haar is geweest om op te groeien in een maatschappij waarin homoseksualiteit niet is toegestaan. Op de zitting heeft verweerder in dit verband nog benoemt dat eiseres in het nader gehoor haar familie gelijkstelt met de rest van de Ethiopische maatschappij, waardoor haar gezinssituatie geen persoonlijke omstandigheid oplevert waarmee apart rekening moet worden gehouden.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiseres. Eiseres komt uit een streng christelijk-orthodox gezin [2] . Dit is door verweerder niet in het referentiekader van eiseres opgenomen. Op zitting heeft zij hierover nog toegelicht dat praten over seks en gevoelens daarom een groot taboe was. Dat haar familie over homoseksualiteit dezelfde opvattingen heeft als de Ethiopische maatschappij, betreft slechts één aspect en maakt daarom niet dat haar religieuze achtergrond niet als persoonlijke omstandigheid dient te worden aangemerkt. Verder is voor eiseres, verweerder en de rechtbank bekend dat homoseksualiteit verboden, strafbaar en taboe is in Ethiopië. Verweerder heeft zich daarom ook niet op het standpunt kunnen stellen dat eiseres op normale wijze heeft deelgenomen aan de Ethiopische maatschappij, nu dit voor haar als (gesteld) lesbische vrouw juist niet mogelijk is geweest. De rechtbank is daarnaast nog van oordeel dat de omstandigheid dat eiseres hoogopgeleid is op zichzelf niet betekent dat zij daardoor (goed) over haar gevoelens en emoties kan praten.
Deze beroepsgrond slaagt. De rechtbank stelt een zorgvuldigheidsgebrek vast. Verweerder moet het referentiekader opnieuw vaststellen, waarbij hij ditmaal ook kenbaar de religieuze en culturele achtergrond van eiseres betrekt.
Heeft verweerder zich voldoende gehouden aan Werkinstructie 2019/17 [3] ?
6. Eiseres voert aan dat verweerder ten onrechte niet aan haar heeft gevraagd hoe zij uiting zou geven aan haar lesbische seksualiteit als zij zou moeten terugkeren naar Ethiopië. In dit verband verwijst zij naar de Werkinstructie 2019/17 (WI 2019/17), waarin die vraag staat opgenomen.
6.1.
Niet in geschil is dat eiseres niet is gevraagd hoe zij uiting zou geven aan haar seksualiteit bij terugkeer naar Ethiopië. Dit is een belangrijke vraag, maar in WI 2019/17 staat ook dat de gesuggereerde vragen uit de werkinstructie geen checklist zijn [4] . Deze vraag speelt bovendien met name wanneer verweerder wel uitgaat van de geaardheid, maar niet van problemen die een persoon hierdoor ervaren zou hebben. In onderhavige zaak is geen sprake van deze omstandigheid, nu verweerder de seksuele geaardheid van eiseres niet geloofwaardig vindt. Deze vraag zou wel relevant kunnen zijn om te stellen aan eiseres bij het nieuw te nemen besluit. De beroepsgrond slaagt gelet op deze omstandigheden nu niet.
Heeft verweerder de seksualiteit van eiseres ongeloofwaardig kunnen vinden?
7. Eiseres voert aan dat verweerder haar seksualiteit ten onrechte ongeloofwaardig vindt. Zo heeft verweerder in zijn geloofwaardigheidsbeoordeling ten aanzien van de ontdekking van de seksualiteit van eiseres niet meegenomen dat zij heeft verklaard dat ze angst voelde dat haar familie achter haar seksualiteit zou komen, zij mensen na de ontdekking van haar seksualiteit vermeed, alleen wilde zijn en huilde om de ontdekking van haar seksualiteit. Eiseres heeft ook verklaard boos en verdrietig te zijn geweest, dat haar zelfbeeld zeer laag was en dat ze zichzelf haatte om haar seksualiteit. Eiseres heeft hiermee voldoende inzicht gegeven in hoe het voor haar was om haar seksualiteit te ontdekken, die in Ethiopië niet is toegestaan.
Eiseres voert verder aan dat haar verklaringen over haar gevoelens voor [naam 1] voldoende inzicht geven. Ze heeft verklaard over de gevoelens die ze voor [naam 1] had en hoe deze zich konden uiten in sterke jaloezie. Tijdens de relatie met [naam 1] was eiseres zich er bovendien nog niet volledig bewust van het feit dat zij lesbisch is. Verder voert eiseres aan dat verweerder bij zijn conclusie dat eiseres onvoldoende persoonlijk heeft verklaard over hoe het voor haar was om haar relatie met [naam 2] geheim te houden in het voornemen antwoorden uit het nader gehoor aanhaalt die zij op een andere vraag heeft gegeven. De verklaringen waarin zij wel ingaat op haar gevoel heeft verweerder ten onrechte niet in zijn besluitvorming betrokken. Dit is onzorgvuldig. Ter onderbouwing van haar relatie met [naam 2] heeft eiseres nog berichtjes tussen haar en [naam 2] overgelegd.
Wat betreft de Zega feestjes voert eiseres aan dat zij in de zienswijze al heeft uitgelegd waarom deze feestjes geen risico vormden. Ook is het niet duidelijk waarom de verklaringen van eiseres over haar betrokkenheid, contacten en activiteiten in Nederland met en bij LHBTIQ+-organisaties onvoldoende inzicht geven in waarom deze organisaties belangrijk zijn voor eiseres. Om dit verder te onderbouwen, heeft eiseres verschillende foto’s van zichzelf waarop te zien is dat zij deelneemt aan activiteiten voor de LHBTIQ+-gemeenschap, contact van haar met Queer Ethiopia en een ondersteunende brief van een goede queer vriend van haar in Nederland overgelegd.
Tot slot voert eiseres aan dat verweerder de problemen die eiseres heeft gehad met [naam 3] , zoals nader toegelicht in de zienswijze, onvoldoende bij de besluitvorming heeft betrokken.
7.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder de seksualiteit niet ongeloofwaardig heeft kunnen vinden. Hierbij overweegt de rechtbank ten eerste dat, zoals overwogen in overweging 5.2, verweerder het referentiekader niet juist heeft vastgesteld en dus ook niet goed heeft betrokken in zijn geloofwaardigheidsbeoordeling. Verweerder dient deze beoordeling dan ook opnieuw te maken aan de hand van het nieuwe referentiekader. Daaraan voegt de rechtbank nog het volgende toe.
7.2.
Wat betreft de Zega feestjes heeft eiseres in het nader gehoor verklaard dat deze besloten zijn. Ook geeft eiseres aan dat de Zega feestjes plaatsvinden in een guesthouse of andere eigen ruimtes. Verweerder heeft hier vervolgens geen verdere vragen over gesteld aan eiseres, ook niet wat betreft haar veiligheid op deze feestjes. Verweerder kan daarom niet tegenwerpen dat eiseres niet heeft uitgelegd dat zij naar deze feestjes ging terwijl dit volgens verweerder onveilig zou zijn. Ook dit dient verweerder te betrekken in de nieuwe besluitvorming.
7.3.
Wat betreft de bedreigingen door [naam 3] , overweegt de rechtbank als volgt. Verweerder heeft ter zitting aangegeven dat verschillende tegenwerpingen die hij heeft gemaakt in dit kader geen stand kunnen houden. Hetzelfde geldt voor de verklaringen van eiseres over haar plannen na haar vertrek uit Ethiopië. Het aantal aanpassingen in de tegenwerpingen door verweerder was omvangrijk en mede daarom onoverzichtelijk. Dat alleen al maakt dat verweerder opnieuw moet beoordelen en kenbaar moet maken welke tegenwerpingen wel kunnen blijven staan en hoe dit meeweegt in de geloofwaardigheidsbeoordeling van de seksualiteit van eiseres.
7.4.
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, slaagt deze beroepsgrond. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat de seksualiteit van eiseres niet geloofwaardig is. De rechtbank stelt daarom een motiveringsgebrek vast. Verweerder dient het referentiekader van eiseres opnieuw vast te stellen en aan de hand hiervan en hetgeen hiervoor is overwogen de verklaringen van eiseres over haar seksualiteit opnieuw te beoordelen.

Conclusie en gevolgen

8. Verweerder heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel zoals neergelegd in artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het motiveringsbeginsel zoals neergelegd in artikel 3:46 van Pro de Awb. Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing te nemen.
8.1.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat verweerder een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft verweerder hiervoor vier weken.
8.2.
Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten.
Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 21 november 2024;
- draagt verweerder op binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Ramondt, rechter, in aanwezigheid van mr. A.V. Kostiouk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

2.Rapport Aanmeldgehoor Dublin, pagina 3.
3.Werkinstructie 2019/17 Horen en beslissen in zaken waarin lhbti-gerichtheid als asielmotief is aangevoerd
4.WI 2019/17, pagina 1.