ECLI:NL:RBDHA:2026:16245
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende zwaarwegende discriminatie in Ethiopië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank heeft het beroep eerder niet-ontvankelijk verklaard, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit vernietigd en de zaak terugverwezen.
De rechtbank heeft de zaak op 17 maart 2026 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen. De rechtbank oordeelt dat de door verweerder geaccepteerde asielmotieven, waaronder discriminatie en detentie, niet leiden tot een asielgrond zoals bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank stelt dat de discriminatie niet zodanig ernstig is dat eiser maatschappelijk en sociaal niet kan functioneren. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiser een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer. De aangevoerde informatie over geweld tegen Eritrese vluchtelingen is niet op eiser van toepassing. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.