ECLI:NL:RBDHA:2026:16272
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening terugvordering bijstandsuitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Leiden waarin een te veel betaalde bijstandsuitkering over de periode van 20 februari 2025 tot en met 31 mei 2025 werd teruggevorderd. Na intrekking van een eerder besluit werd een bedrag van €319,19 teruggevorderd. Verzoekster stelde een financiële noodsituatie te ervaren en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het teruggevorderde bedrag inmiddels volledig was afgelost via inhoudingen op de bijstandsuitkering in de maanden november 2025 tot en met maart 2026. Daarnaast ontvangt verzoekster vanaf juni 2025 een ongekorte bijstandsuitkering. Hierdoor ontbrak het spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening.
Verzoekster had ook aangevoerd dat zij minder vakantiegeld had ontvangen, maar dit punt dient in de bodemprocedure te worden behandeld. De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang omdat het terugvorderingsbedrag volledig is afgelost.