Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:16277

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
C/09/691542
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 22 RvArt. 194 RvArt. 195 RvArt. 1 Wok
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onrechtmatige concurrentie door illegale online kansspelaanbieders en gegevensverstrekking

TOTO, een legale aanbieder van online kansspelen in Nederland, vordert schadevergoeding en een verbod op onrechtmatige concurrentie tegen verschillende gedaagden die illegale online kansspelen aanboden via de website Lala.bet en later Chacha.bet. De vennootschap Casbit exploiteerde Lala.bet tot haar faillissement in 2024, waarna SkyGrow de exploitatie voortzette. DECC, een trustkantoor, richtte Casbit op en trad enige tijd op als lokaal zaakwaarnemer.

De rechtbank stelt vast dat Casbit en SkyGrow zonder vergunning van de Nederlandse Kansspelautoriteit illegale kansspelen aanboden, wat onrechtmatig is jegens TOTO. De vorderingen tegen de bestuurders van Casbit en SkyGrow worden toegewezen, evenals de vordering tot gegevensverstrekking aan TOTO over aandeelhouders en begunstigden. De vorderingen tegen DECC en haar bestuurders worden afgewezen, omdat onvoldoende is gesteld dat DECC wist of moest weten van de illegale activiteiten.

De rechtbank veroordeelt de betrokken bestuurders en vennootschappen tot het staken van illegale activiteiten, tot schadevergoeding en tot het verstrekken van gevraagde gegevens. DECC wordt veroordeeld tot het verstrekken van gegevens over Casbit in de periode van oprichting tot april 2024. Proceskosten worden verdeeld conform de uitkomst van de procedure.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt bestuurders en vennootschappen tot staken illegale kansspelen, schadevergoeding en gegevensverstrekking, en wijst vorderingen tegen DECC af.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
zaaknummer: C/09/691542 / HA ZA 25-803
vonnis van 17 juni 2026
in de zaak van
TOTO ONLINE B.V.te Den Haag,
hierna te noemen: TOTO,
eiseres in de hoofdzaak en in het (voorwaardelijke) incident,
advocaat: mr. J.W. Leedekerken,
tegen

1.DOWNTOWN E-COMMERCE COMPANY B.V. te Curaçao,

hierna te noemen: DECC,
2.
[gedaagde sub 2]te [land 1] ,
hierna te noemen: [gedaagde sub 2] ,
3.
[gedaagde sub 3]te [land 1] ,
hierna te noemen: [gedaagde sub 3] ,
gedaagden in de hoofdzaak en verweerders in het (voorwaardelijke) incident,
advocaat: mr. R.B. van Hees,
DECC, [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] samen ook te noemen DECC c.s.,
4.
[gedaagde sub 4]te [land 2] ,
hierna te noemen: [gedaagde sub 4] ,
niet verschenen gedaagde,
5.
SKYGROW GROUP LIMITADAte Puntarenas, Costa Rica,
hierna te noemen: SkyGrow,
niet verschenen gedaagde,
6.
[gedaagde sub 6]te [plaats] , [land 3] ,
hierna te noemen: [gedaagde sub 6] ,
niet verschenen gedaagde.

1.Samenvatting

TOTO biedt online kansspelen aan in Nederland met de daarvoor vereiste vergunning van de Nederlandse Kansspelautoriteit. Op de website Lala.bet zijn vanaf eind 2022 illegaal
– want zonder de vereiste vergunning – online kansspelen aangeboden in Nederland. De vennootschap naar Curaçaos recht Casbit heeft Lala.bet geëxploiteerd tot haar faillissement eind 2024. DECC – een trustkantoor op [land 1] met als (voormalig) bestuurders [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] – heeft Casbit in 2021 opgericht, is enkele dagen bestuurder van Casbit geweest en is daarna tot en met april 2024 lokaal zaakwaarnemer van Casbit geweest. Ook [gedaagde sub 4] is bestuurder van Casbit geweest. SkyGrow – een vennootschap naar Costa Ricaans recht met als bestuurder [gedaagde sub 6] – heeft de exploitatie van Lala.bet na het faillissement van Casbit voortgezet.
Volgens TOTO is door middel van Lala.bet onrechtmatig met haar geconcurreerd en hebben alle gedaagden in dat verband een onrechtmatige daad jegens haar gepleegd. TOTO vordert onder meer dat aan gedaagden een verbod tot onrechtmatige concurrentie wordt opgelegd en dat gedaagden hoofdelijk worden veroordeeld tot schadevergoeding. Ook vordert TOTO om gedaagden te veroordelen tot verstrekking van een aantal gegevens over onder meer de aandeelhouders en uiteindelijk begunstigden achter Casbit en SkyGrow.
De rechtbank wijst de vorderingen van TOTO (grotendeels) toe voor zover deze zijn ingesteld tegen [gedaagde sub 4] , SkyGrow en [gedaagde sub 6] . De vorderingen tegen [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] worden afgewezen. De rechtbank beveelt DECC om bepaalde gegevens over de aandeelhouders en uiteindelijk begunstigden achter Casbit aan TOTO te verstrekken, maar wijst de overige vorderingen van TOTO tegen DECC af. De rechtbank licht hierna toe hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

2.De procedure

2.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende processtukken:
- de dagvaardingen van 14 maart 2025, tegen de eerste roldatum van 17 september 2025, met producties 1 tot en met 16;
- het tegen [gedaagde sub 4] , SkyGrow en [gedaagde sub 6] verleende verstek;
- de conclusie van antwoord van DECC c.s. in het voorwaardelijke incident en in de hoofdzaak, met producties 1 tot en met 6;
- de akte wijziging van eis van TOTO, met producties 17 tot en met 20;
- het vonnis van 21 januari 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bevolen.
2.2.
Op donderdag 9 april 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. De advocaten van partijen hebben spreekaantekeningen voorgedragen en overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de mondelinge behandeling verder is besproken.
2.3.
Ten slotte is de datum voor vonnis nader bepaald op heden.

3.De feiten

3.1.
In Nederland is het op grond van de Wet op de Kansspelen (Wok) uitsluitend toegestaan kansspelen aan te bieden als daarvoor een vergunning is verleend door de Nederlandse Kansspelautoriteit (Ksa).
3.2.
TOTO is een staatsdeelneming en biedt kansspelen aan in Nederland.
3.3.
DECC is een trustkantoor gevestigd op Curaçao met [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] als (voormalig) bestuurders. Op de website van DECC staat dat zij zich specialiseert in de kansspelindustrie en dat zij in dat kader verschillende diensten aanbiedt, zoals het regelen van (online) kansspelvergunningen voor Curaçaose aanbieders en het opstellen van algemene voorwaarden. DECC heeft een vergunning van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten om op te treden als (trust)bestuurder ofwel plaatselijk vertegenwoordiger.
3.4.
Op 8 juli 2021 heeft DECC de vennootschap naar Curaçaos recht Casbit Group N.V. opgericht (Casbit). In de statuten van Casbit is de volgende statutaire doelomschrijving opgenomen:
‘to organize, market, promote, support and operate all types of remote gaming activities, comprising all types of games, betting and other operation of betting exchange, interactive casinos, bingos, lotteries, poker and other interactive games, for clients established or residing outside of Curaçao.’
.
3.5.
DECC is van 8 tot 11 juli 2021 bestuurder van Casbit geweest. DECC heeft de aandelen in Casbit op 9 juli 2021 overgedragen aan een derde. DECC is op 11 juli 2021 afgetreden als bestuurder van Casbit. DECC is vervolgens tot en met 24 april 2024 lokaal vertegenwoordiger van Casbit geweest, waarbij DECC als zodanig is opgetreden op basis van een volmacht.
3.6.
[gedaagde sub 4] is vanaf 1 september 2021 tot het faillissement bestuurder van Casbit geweest.
3.7.
Sinds 1 oktober 2021 is het toegestaan om kansspelen op afstand aan te bieden in Nederland, mits daarvoor een vergunning van de Ksa is verkregen. Voor het verkrijgen en behouden van een vergunning voor het aanbieden van online kansspelen in Nederland moet aan verschillende (strikte) voorwaarden worden voldaan.
3.8.
TOTO heeft sinds 1 oktober 2021 een vergunning van de Ksa voor het aanbieden van online kansspelen in Nederland en biedt deze sindsdien ook in Nederland aan.
3.9.
Casbit heeft het online casino Lala.bet (hierna ook: Lala.bet) geëxploiteerd. Zij heeft daarvoor een Curaçaose eGaming licentie verkregen, maar géén vergunning van de Ksa. Aan het online casino Lala.bet kon vanaf eind 2022 ook vanuit Nederland worden deelgenomen.
3.10.
In 2023 was Lala.bet verantwoordelijk voor circa 6% van het totale aanbod (aan online kansspelen) in Nederland in termen van bruto spelresultaat, en in 2024 voor circa 16% daarvan.
3.11.
In juli 2023 is de Ksa een onderzoek naar Lala.bet gestart.
3.12.
Bij besluit van 15 februari 2024 (het Besluit) heeft de Ksa een last onder dwangsom aan Casbit opgelegd wegens het aanbieden van illegale kansspelen op de website Lala.bet. Daarbij is Casbit geboden om binnen vier weken na dagtekening van het besluit van de Ksa de overtreding van artikel 1, eerste lid onder a van de Wok te staken en gestaakt te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 280.000 per week, tot een maximum van € 840.000.
3.13.
Casbit heeft per brief van 7 maart 2024 bewaar aangetekend tegen het Besluit.
3.14.
DECC is op 24 april 2024 afgetreden als lokaal vertegenwoordiger van Casbit.
3.15.
Bij besluit van 16 juli 2024 heeft de Ksa het bezwaar van Casbit tegen het Besluit ongegrond verklaard.
3.16.
Op 6 augustus 2024 is SkyGrow opgericht. SkyGrow is een vennootschap naar het recht van [land 3] . [gedaagde sub 6] is sinds de oprichting bestuurder van SkyGrow.
3.17.
Casbit is op 5 december 2024 failliet verklaard.
3.18.
Na het faillissement van Casbit is het online casino op Lala.bet geëxploiteerd door SkyGrow. Per september 2025 is de website Lala.bet niet langer operationeel. Op de website Chacha.bet wordt sindsdien een online casino geëxploiteerd dat min of meer identiek is aan het online casino dat eerder werd geëxploiteerd op Lala.bet.
3.19.
De Landverordening regelende het toezicht op het trustwezen (de Landverordening) regelt het toezicht op en de vereisten voor trustdiensten in [land 1] . In de Landsverordening is onder meer het volgende opgenomen:
"Artikel 12
1.Een verlener van beheersdiensten is verplicht met betrekking tot iedere buitengaatse onderneming waaraan hij beheersdiensten verleent over gegevens te beschikken die aanwijzen:
de directe en indirecte bron of bronnen van het kapitaal dat bij de oprichting en daarna in de onderneming is ingebracht; en
degene of degenen door wie middellijk of onmiddellijk aanspraken gemaakt kunnen worden op de uitkering, het kapitaal en het overschot na ontbinding.
(...)
Artikel 14
1. De verlener van beheersdiensten is verplicht tot geheimhouding van de in artikel 12, eerste lid, genoemde gegevens.
2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing, indien:
de [Centrale Bank van [land 1] en Sint Maarten] om de gegevens vraagt;
de geheimhouding in strijd is met de meldingsplicht, de identificatieplicht of andere verplichtingen ingevolge de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties en de Landsverordening identificatie bij financiële dienstverlening; of,
c. de verlener van beheersdiensten wordt geroepen om als getuige op te treden in het kader van
de opsporing, het gerechtelijk vooronderzoek of de behandeling ter terechtzitting van een
strafbaar feit’.
3.20.
DECC c.s. heeft naar aanleiding van de dagvaarding in deze procedure aan de Centrale Bank van [land 1] en Sint Maarten verzocht of het haar vrijstaat om de bij haar bekende informatie met betrekking tot Casbit te delen met TOTO. DECC c.s. heeft daarop de volgende reactie ontvangen.
‘Wij informeren u dat verleners van beheerdiensten ingevolge artikel 14 van Pro de Landsverordening toezicht trustwezen (“Ltt’’) verplicht zijn tot geheimhouding jegens derden, met uitzondering van entiteiten opgenomen in de limitatieve lijst in artikel 14 lid 2 van Pro de Ltt. In het kader van voornoemde dient [DECC] zicht te houden aan geldende wet- en regelgeving. Dientengevolge, heeft de Bank bezwaar tegen het vrijwillig delen van voormelde informatie door DECC.’

4.Het geschil

4.1.
Toto vordert – samengevat en na wijzigingen van eis – dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
bij wege van (voorwaardelijke) incident:
1. voorwaardelijk – indien de rechtbank het verzoek van TOTO om gedaagden op grond van artikel 22 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) te bevelen de hierna opgesomde gegevens te verstrekken niet honoreert – gedaagden op grond van artikel 194 en Pro 195 Rv beveelt om een digitaal afschrift van deze gegevens aan TOTO te verstrekken, op straffe van een dwangsom:
a. het register van aandeelhouders en uiteindelijke begunstigden met een substantieel belang in Lala.bet, Chacha.bet, Casbit en SkyGrow;
b. een beschrijving van de aandeelhoudersstructuur van Lala.bet, Chacha.bet, Casbit en SkyGrow, inclusief het percentage van de aandelen dat elke aandeelhouder bezit;
c. Adresgegevens van de aandeelhouders met een substantieel belang in Lala.bet, Chacha.bet, Casbit en SkyGrow, voor zover deze niet voortvloeien uit het register, althans de adresgegevens van de advoca(a)t(en) van deze personen aan wiens adres TOTO een eventuele dagvaarding kan betekenen;
d. alle correspondentie met de uiteindelijke begunstigden met een substantieel belang in Casbit, zoals blijkt uit het register, omtrent het faillissement van Casbit en een eventuele voortzetting in een nieuwe onderneming;
e. alle correspondentie met de uiteindelijke begunstigden met een substantieel belang in SkyGrow, zoals blijkt uit het register, omtrent het oprichten van SkyGrow, het op zwart zetten van Lala.bet en het voortzetten van de activiteiten via Chacha.bet;
2. hoofdelijke veroordeling van gedaagden in de proceskosten in het incident, waaronder de advocaatkosten en de nader te begroten kosten voor het verkrijgen van inzage of afschrift;
in de hoofdzaak
3. recht verklaart dat elk van de gedaagden onrechtmatig heeft gehandeld jegens TOTO en (hoofdelijk) aansprakelijk is voor de daardoor ontstane schade, deze schade nader op te maken bij staat;
4. gedaagden verbiedt om, op enigerlei wijze, direct of indirect, illegale kansspelactiviteiten gericht op de Nederlandse markt op een soortgelijke website als Lala.bet aan te bieden, te bevorderen, te faciliteren of daaraan medewerking te verlenen, op straffe van een dwangsom;
5. gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot het vergoeden van de door TOTO geleden schade, nader op te maken bij staat, te vermeerderen met wettelijke rente;
6. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in proceskosten en nakosten, te vermeerderen met rente.
4.2.
TOTO legt aan haar vorderingen
in de hoofdzaakinmiddels het volgende ten grondslag.
4.2.1.
Casbit en SkyGrow hebben door middel van Lala.bet online kansspelen aangeboden op de Nederlandse markt zonder de daarvoor vereiste vergunning van de Ksa. Aldus hebben Casbit en SkyGrow in strijd met dwingend Nederlands recht en daarmee illegaal online kansspelen aangeboden in Nederland. Casbit en SkyGrow hebben op deze wijze oneerlijk en onrechtmatig geconcurreerd met legale kansspelaanbieders zoals TOTO, en hebben daarmee een onrechtmatige daad jegens TOTO gepleegd. [gedaagde sub 4] als bestuurder van Casbit en [gedaagde sub 6] als bestuurder van SkyGrow treft hiervan ernstig persoonlijk verwijt.
4.2.2.
DECC c.s. heeft de illegale exploitatie van online kansspelen mede gericht op Nederland onmisbaar gefaciliteerd en in stand gehouden door het optuigen van ondoorzichtige structuren, waarmee is bereikt dat de feitelijk bestuurders en uiteindelijk begunstigden aan het zicht worden onttrokken om hun aansprakelijkheid te ontlopen. De eerdere illegale activiteiten op Lala.bet worden inmiddels op Chacha.bet voortgezet.
4.2.3.
Gezien het voorgaande hebben alle gedaagden onrechtmatig jegens TOTO gehandeld. TOTO heeft er recht op en belang bij dat de rechtbank dit in rechte vaststelt en gedaagden gebiedt om hun onrechtmatig handelen te staken. Verder heeft TOTO aanspraak op vergoeding van de schade, bestaande uit gemiste winst, die zij door de onrechtmatige daad van gedaagden heeft geleden en zal lijden.
4.3.
Toto legt aan de vordering
in het (voorwaardelijke) incidenthet volgende ten grondslag. TOTO houdt er rekening mee dat [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 6] niet de uiteindelijk begunstigden (UBO’s) van Lala.bet en Chacha.bet zijn. TOTO wil voorkomen dat de uiteindelijk begunstigden en feitelijk beleidsbepalers van Lala.bet en Chacha.bet blijven profiteren van hun illegale activiteiten. De in het incident gevorderde gegevens heeft TOTO nodig om vast te stellen wie de uiteindelijk begunstigden en feitelijk beleidsbepalers zijn. TOTO heeft daarom belang bij verkrijging van de gevorderde gegevens. Er is sprake van een rechtsbetrekking op grond van onrechtmatige daad waarbij TOTO partij is. De uiteindelijke begunstigden achter Lala.bet en Chacha.bet kunnen vervolgens in deze of in een separate procedure eveneens verantwoordelijk worden gehouden voor het illegale aanbod.
4.4.
DECC c.s. voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen in de hoofdzaak en in het (voorwaardelijke) incident.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

internationale en interregionale zaak
5.1.
Deze zaak heeft een internationaal karakter vanwege de woon- respectievelijk vestigingsplaatsen van [gedaagde sub 4] , SkyGrow en [gedaagde sub 6] buiten Nederland. Verder heeft deze zaak een interregionaal karakter vanwege de vestigings- respectievelijk woonplaats(en) van DECC, [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] op Curaçao. De rechtbank moet daarom ambtshalve oordelen over haar internationale en interregionale bevoegdheid. Indien de rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is, moet zij ook beoordelen naar welk recht de vorderingen moeten worden beoordeeld.
internationale bevoegdheid
5.2.
[gedaagde sub 4] , SkyGrow en [gedaagde sub 6] hebben een woon- respectievelijk vestigingsplaats buiten de Europese Unie. De zaak tegen deze gedaagden valt daarom buiten het formele toepassingsbereik van de Brussel I bis-Verordening [1] zoals afgebakend in artikel 6 van Pro die verordening. De zaak tegen [gedaagde sub 4] , SkyGrow en [gedaagde sub 6] wordt evenmin bestreken door een andere internationale bron van internationaal bevoegdheidsrecht, zoals een andere verordening of een verdrag.
Daarom moet de rechtbank beoordelen of zij haar internationale bevoegdheid ten aanzien van [gedaagde sub 4] , SkyGrow en [gedaagde sub 6] kan baseren op het commune internationale bevoegdheidsrecht van de artikelen 1 tot en met 14 Rv. De vorderingen tegen [gedaagde sub 4] , SkyGrow en [gedaagde sub 6] zijn gebaseerd op onrechtmatige daad en het door TOTO gestelde schade-brengende feit heeft zich in Nederland voorgedaan. De rechtbank baseert haar internationale bevoegdheid ten aanzien van [gedaagde sub 4] , SkyGrow en [gedaagde sub 6] daarom op artikel 6 aanhef Pro en onder e Rv.
interregionale bevoegdheid
5.3.
De rechtbank overweegt als volgt over de vraag of zij interregionaal bevoegd is ten aanzien van DECC, [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] .
5.4.
Een regeling van de rechterlijke bevoegdheid in privaatrechtelijke zaken van interregionale aard ontbreekt. Daarom moet zoveel mogelijk aansluiting worden gezocht bij de bevoegdheidsbepalingen die voor de rechter gelden op het nauw verwante terrein van het internationale privaatrecht. De rechter is gehouden om eerst te onderzoeken of in een geval van interregionale aard overeenkomstige toepassing kan worden gegeven aan de in verdragen en EU-verordeningen neergelegde bevoegdheidsbepalingen. Slechts indien dergelijke bevoegdheidsbepalingen ontbreken of zich niet voor overeenkomstige toepassing lenen, dient de rechter zijn rechtsmacht te bepalen overeenkomstig de artikel 1 tot Pro en met 14 Rv.
5.5.
Er is sprake van een handelszaak, wat meebrengt dat eerst moet worden nagegaan of de Brussel I bis-Verordening overeenkomstig kan worden toegepast. DECC c.s. heeft geen vestings- respectievelijk woonplaats in een EU-lidstaat. Daarom valt de vordering tegen DECC c.s. buiten het formele toepassingsbereik (zoals afgebakend in artikel 6) van de Brussel I bis-Verordening. De rechtbank moet dus door analoge toepassing van het commune internationale bevoegdheidsrecht beoordelen of zij bevoegd is ten aanzien van DECC c.s. Ook ten aanzien van DECC c.s. geldt dat sprake is van een vordering op grond van onrechtmatige daad en dat het schade-brengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan. Daarom baseert de rechtbank haar interregionale bevoegdheid ten aanzien van DECC op analoge toepassing van artikel 6 aanhef Pro en onder e Rv.
toepasselijk recht
5.6.
Op zaken bij de Nederlandse rechter is steeds het Nederlandse burgerlijk procesrecht (
lex fori) van toepassing. Daarom moeten de vorderingen die procesrechtelijk van aard zijn, naar Nederlands (proces)recht worden beoordeeld.
5.7.
De vorderingen zijn (grotendeels) gebaseerd op onrechtmatige concurrentie dan wel op onrechtmatige daad in het algemeen. In zoverre moet de rechtbank het toepasselijk recht vaststellen op basis het bepaalde in de (rechtstreeks dan wel analogisch toepasselijke) verordening Rome II. [2] Dat brengt mee dat de op onrechtmatige daad gebaseerde naar Nederlands recht moeten worden beoordeeld, ofwel ingevolge artikel 6 Rome Pro II (recht land waar concurrentieverhoudingen worden geschaad) ofwel artikel 4 eerste Pro lid Rome II (recht land waar schade door onrechtmatige daad zich voordoet).
het verzoek op grond van artikel 22 lid 1 Rv Pro
5.8.
TOTO heeft de rechtbank primair op grond van artikel 22 eerste Pro lid Rv verzocht om gedaagden te bevelen de gegevens te verstrekken die in dit vonnis zijn opgesomd in randnummer 4.1 onder 1 a tot en met e (de Gegevens). De rechtbank overweegt hierover als volgt. Artikel 22 Rv Pro is bedoeld om
de rechtbankin de gelegenheid te stellen op de vorderingen te beslissen op basis van alle nodige feitelijke informatie en toelichtingen, en niet om, zoals TOTO beoogt, TOTO
als procespartijin de gelegenheid te stellen nadere informatie te vergaren voor het instellen van nieuwe vorderingen tegen andere gedaagden.. De rechtbank zal het verzochte bevel daarom niet geven op grond van artikel 22 eerste Pro lid Rv.
in het (voorwaardelijke) incident
5.9.
Omdat de rechtbank gedaagden niet zal bevelen de Gegevens te verstrekken op grond van artikel 22 Rv Pro, is de voorwaarde waaronder TOTO de incidentele vordering heeft ingesteld, vervuld. Voor toewijzing van een vordering tot verstrekking van gegevens op grond van artikel 195 Rv Pro moet aan drie vereisten zijn voldaan. Ten eerste moet de verstrekking van bepaalde gegevens zijn gevorderd, die betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarbij degene die de gegevens vordert, partij is. De rechtbank oordeelt dat de incidentele vordering voldoet aan dit vereiste. De gegevens die TOTO vordert acht de rechtbank voldoende gespecificeerd en deze hebben betrekking op een jegens TOTO gepleegde onrechtmatige daad. Ten tweede is vereist dat er voldoende belang bestaat bij de verstrekking van de gegevens. Naar het oordeel van de rechtbank is ook dat het geval. Het belang van TOTO is gelegen in het kunnen nemen van juridische maatregelen tegen (rechts)personen die een onrechtmatige daad jegens haar hebben gepleegd en deze mogelijk nog altijd plegen. Als derde vereiste geldt dat degene van wie de gegevens worden gevorderd, daadwerkelijk over deze gegevens beschikt.
5.10.
TOTO heeft gesteld dat [gedaagde sub 4] , SkyGrow en [gedaagde sub 6] over de Gegevens beschikken. Deze gedaagden zijn niet in de procedure verschenen en hebben deze stelling van TOTO dus niet betwist, zodat de rechtbank in beginsel zal uitgaan van de juistheid daarvan. Uit het procesdossier komt duidelijk naar voren dat Lala.bet en Chacha.bet geen
rechtspersonenzijn, maar
websites.Als zodanig kan geen sprake zijn van aandeelhouders van Lala.bet en Chacha.bet. De vordering om gegevens over die aandeelhouders te verstrekken, komt de rechtbank dus ongegrond voor en zal worden afgewezen. Voor het overige komt de incidentele vordering jegens [gedaagde sub 4] , SkyGrow en [gedaagde sub 6] de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voor. De rechtbank zal deze vordering daarom toewijzen op de wijze zoals in de beslissing uitgewerkt, waarbij de gevorderde dwangsommen worden gematigd en gemaximeerd.
5.11.
TOTO heeft ook gesteld dat DECC c.s. over de Gegevens beschikt. De rechtbank overweegt dat, voor zover [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] toegang hebben (of hebben gehad) tot de Gegevens, zij die toegang uitsluitend hebben (gehad) in hun hoedanigheid van bestuurders van DECC. [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] beschikken dus niet (zelfstandig) over de Gegevens. Verder geldt dat DECC zal worden veroordeeld tot afgifte van de Gegevens voor zover zij daarover beschikt, waarover hierna meer, zodat TOTO geen zelfstandig belang heeft bij de vordering tot afgifte van die gegevens door [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] voor het geval DECC deze aan hen ter beschikking stelt. De incidentele vordering wordt dan ook afgewezen voor zover ingesteld tegen [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] .
5.12.
DECC c.s. heeft erkend dat DECC beschikt over bepaalde gegevens over Casbit in de periode vanaf de oprichting tot en met april 2024, waaronder het aandeelhoudersregister en informatie over de uiteindelijk begunstigden, maar heeft betwist dat DECC over de verder gevorderde gegevens beschikt. Niet in geschil is dat DECC slechts enkele dagen bestuurder van Casbit is geweest, ruim vóór het operationeel worden van Lala.bet eind 2022, en dat DECC haar taak als zaakwaarnemer van Casbit in april 2024 heeft neergelegd. Evenmin is in geschil dat SkyGrow de exploitatie van Lala.bet pas eind 2024 op zich heeft genomen en dat Chacha.bet pas sinds 2025 operationeel is. Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank dat de betwisting van DECC c.s. dat DECC over alle Gegevens beschikt, voldoende onderbouwd. De rechtbank gaat daarom ervan uit dat DECC uitsluitend beschikt over het aandeelhoudersregister van Casbit, een beschrijving van de aandeelhoudersstructuur van Casbit inclusief het percentage van de aandelen dat elke aandeelhouder bezit en de adresgegevens van de aandeelhouders met een substantieel belang in Casbit, telkens in de periode 8 juli 2021 tot en met 24 april 2024.
5.13.
DECC c.s. heeft aangevoerd dat van TOTO mag worden verwacht dat zij gegevens over Casbit bij de curator in het faillissement van Casbit opvraagt en dat zij om die reden geen gegevens hoeft te verstrekken. De rechtbank oordeelt echter dat het enkele feit dat het aandeelhoudersregister van Casbit en de verder gevorderde gegevens met betrekking tot Casbit ook in bezit zijn van deze curator, en eventueel ook van die curator kunnen gevorderd, op zichzelf geen grond vormt voor afwijzing van de vordering tot verstrekking van die gegevens door DECC. Dit verweer van DECC c.s. slaagt dus niet.
5.14.
DECC c.s. heeft ook aangevoerd dat DECC niet verplicht is om inzage in gevorderde gegevens met betrekking tot Casbit geven, omdat zij daarmee een geheimhoudingsplicht op grond van artikel 14 lid 1 van Pro de Landsverordening Trustwezen zou schenden, zodat gewichtige redenen zich tegen het moeten verstrekken van de gegevens verzetten (artikel 194, tweede lid, sub b Rv). De rechtbank overweegt dat in artikel 14, tweede lid sub, b van de Landsverordening Trustwezen is opgenomen dat de geheimhoudingsverplichting van het eerste lid niet geldt als de verlener van beheersdiensten wordt opgeroepen om als getuige op te treden in het kader van de opsporing, het gerechtelijk vooronderzoek of de behandeling ter terechtzitting van een strafbaar feit.
5.15.
Uit de memorie van toelichting bij de Landsverordening is verder af te leiden dat er een uitzondering op de geheimhoudingsplicht kan gelden als men wordt opgeroepen als getuige in een civiele zaak. In die lijn past dat er eveneens een uitzondering op de geheimhoudingsplicht geldt als in een civiele procedure een gerechtelijk bevel tot gegevensverstrekking wordt gegeven, in verband met een onrechtmatige daad wegens illegale activiteiten. DECC c.s. heeft niet onderbouwd gesteld dat zij voor de oplegging van een bestuurlijke boete of gevangenisstraf moet vrezen als zij wordt gedwongen de gegevens over Casbit door een rechterlijk bevel. Dit sluit ook aan op de communicatie van Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten geciteerd in randnummer 3.21 van dit vonnis, inhoudende dat er bezwaar is tegen het
vrijwilligdelen van de door TOTO gevraagde informatie over Casbit.
5.16.
De conclusie luidt dat er geen gewichtige redenen zijn die zich verzetten tegen veroordeling van DECC tot verstrekking van de gevorderde gegevens met betrekking tot Casbit in de periode van 8 juli 2021 tot en met april 2024. In zoverre zal de incidentele vordering tegen DECC worden toegewezen, op de wijze zoals in de beslissing uitgewerkt. De rechtbank ziet daarbij aanleiding om de gevorderde dwangsom te matigen en maximeren.
5.17.
[gedaagde sub 4] , SkyGrow en [gedaagde sub 6] worden in het incident in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van TOTO worden begroot op € 1.306 aan salaris advocaat (twee punten x tarief II à € 653 per punt).
5.18.
TOTO en DECC c.s. zijn in het incident over en weer in het ongelijk gesteld. De rechtbank zal de proceskosten in het incident daarom tussen hen compenseren, in die zin dat iedere zijde de eigen kosten draagt.
in de hoofdzaak
5.19.
Voor zover de vorderingen in de hoofdzaak zijn ingesteld tegen [gedaagde sub 4] , SkyGrow en [gedaagde sub 6] , worden deze toegewezen omdat zij de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomen, op de wijze zoals in de beslissing uitgewerkt. De dwangsommen worden daarbij gematigd en gemaximeerd.
5.20.
De rechtbank overweegt als volgt over de vorderingen in de hoofdzaak voor zover ingesteld tegen DECC c.s. Volgens TOTO heeft Casbit een onrechtmatige daad jegens haar gepleegd door het illegaal aanbieden van online kansspelen op de Nederlandse markt. Anders dan TOTO lijkt te menen, is het voor mede-aansprakelijkheid van DECC voor deze onrechtmatige daad van Casbit, onvoldoende dat DECC Casbit heeft opgericht met afscherming van diens uiteindelijk financieel belanghebbenden, dat DECC enkele dagen bestuurder van Casbit is geweest en dat zij een periode lokaal vertegenwoordiger van Casbit geweest. Het fungeren als trustkantoor, het in dat kader oprichten van rechtspersonen en het verrichten van diensten aan of ten behoeve van die rechtspersonen, is namelijk niet verboden en evenmin automatisch in strijd met een maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm.
5.21.
DECC heeft wel een maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm geschonden (ofwel in strijd gehandeld met een wettelijke plicht) als zij al bij het oprichten van Casbit wist of redelijkerwijs moest weten dat werd beoogd om met die vennootschap – met afscherming van de uiteindelijk financieel belanghebbenden – illegaal online kansspelen aan te bieden in Nederland. Hetzelfde heeft te gelden als DECC lokaal zaakwaarnemer van Casbit is gebleven terwijl zij wist of had moeten weten dat Casbit zich bezig hield met (deze) illegale activiteiten. Het is aan TOTO, die zich beroept op het rechtsgevolg van een door DECC gepleegde onrechtmatige daad, om dit voldoende onderbouwd te stellen en bij betwisting te bewijzen.
5.22.
TOTO heeft niet onderbouwd gesteld dat DECC al bij het oprichten van Casbit wist of moest weten dat Casbit was bedoeld als structuur om illegale activiteiten te ontplooien. Het enkele feit dat DECC haar activiteiten specifiek richt op de kansspelbranche toont een zodanige wetenschap niet aan. Op het gebied van online kansspelen kunnen immers ook legale activiteiten worden ontplooid, waarbij van land tot land kan verschillen wat wel en niet is toegestaan. De rechtbank kan daarom niet in rechte vaststellen dat DECC onrechtmatig heeft gehandeld enkel vanwege het oprichten van Casbit.
5.23.
TOTO stelt ook dat DECC de lokaal vertegenwoordiger van Casbit is gebleven nadat zij wist of moest weten van de illegale activiteiten van Casbit in Nederland. TOTO heeft daartoe ten eerste betoogd dat in de branche algemeen bekend was dat Lala.bet illegaal kansspelen aanbood in Nederland. DECC c.s. heeft daartegen ingebracht dat zij tot april 2024 niet wist dat het Casbit was die Lala.bet exploiteerde, en dat zij tot dan toe ook niet wist dat een last onder dwangsom aan Casbit was opgelegd wegens schending van de Wok. In dat verband heeft DECC toegelicht dat zij als lokaal zaakwaarnemer uitsluitend de taak had om fysieke inkomende post van Casbit te scannen en door te sturen, zonder tevens de e-mailinbox van Casbit te beheren. DECC heeft daarbij betoogd dat zij pas in april 2024 het Besluit per post heeft ontvangen. TOTO heeft daartegenover onvoldoende onderbouwd DECC hiervan vóór april 2024 wist of heeft moeten weten.
5.24.
TOTO heeft verder erop gewezen dat DECC c.s. ook betrokken is geweest bij een of meer andere online kansspelaanbieders aan wie de Ksa een boete heeft opgelegd, zoals een vennootschap genaamd Novatech. Dit kan TOTO niet baten, alleen al omdat de rechtbank in deze procedure niet kan vaststellen dat DECC c.s. haar dienstverlening aan deze andere online kansspelaanbieders is aangevangen of heeft voortgezet terwijl zij wist of moest weten dat deze zich bezighielden met illegaal kansspelaanbod in Nederland.
DECC c.s. heeft dat namelijk ook wat betreft deze andere online kansspelaanbieders voldoende gemotiveerd betwist. DECC c.s. heeft daarbij betoogd dat zij Novatech heeft ‘overgenomen’ van een ander trustkantoor, dat Novatech voor DECC heeft achtergehouden dat de Ksa een boete aan haar had opgelegd en dat DECC, nadat zij hiervan op de hoogte was gesteld, haar dienstverlening aan Novatech heeft gestaakt. De rechtbank kan in deze procedure niet vaststellen dat dit onjuist is.
5.25.
TOTO heeft ook nog gewezen op (internet)publicaties waarin DECC dan wel haar bestuurders in verband worden gebracht met dubieuze dan wel illegale kansspelactiviteiten. De inhoud van deze publicaties wordt door DECC c.s. weersproken. Echter, deze publicaties zijn niet afkomstig van een officiële instantie. Evenmin is duidelijk dat deze publicaties zijn gebaseerd op deugdelijk (journalistiek) onderzoek, zodat de inhoud en juistheid van deze publicaties in deze procedure onvoldoende kunnen worden getoetst. Op basis hiervan kan de rechtbank dus ook niet concluderen dat DECC c.s. diensten verleende aan (de personen achter) Casbit terwijl zij wist dat Casbit illegale kansspelactiviteiten in Nederland ontplooide.
5.26.
De conclusie luidt dat in deze procedure niet kan worden vastgesteld dat DECC een onrechtmatige daad jegens TOTO heeft gepleegd. Daarmee komt evenmin vast te staan dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] in dit verband als (voormalig) bestuurder(s) van DECC een ernstig persoonlijk verwijt treft. De vorderingen in de hoofdzaak tegen DECC c.s. worden daarom afgewezen.
Proceskosten
5.27.
[gedaagde sub 4] , SkyGrow en [gedaagde sub 6] zullen, als de in hoofdzaak in het ongelijk gestelde partijen, in de proceskosten van TOTO worden veroordeeld. Deze proceskosten worden begroot op:
- dagvaardingen € 119,40
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 1.306,00 (2 punt × tarief II à € 653 per punt)
- nakosten
€ 189,00(met de in de beslissing genoemde eventuele verhoging)
totaal € 2.328,40
5.28.
De door TOTO over de proceskosten gevorderde rente zal worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing opgenomen.
5.29.
TOTO zal, als de ten opzichte van DECC c.s. in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten van DECC c.s. worden veroordeeld. Deze proceskosten worden begroot op:
- griffierecht € 714
- salaris advocaat € 1.306 (2 punt × tarief II à € 653,-VII à per punt)
- nakosten
€ 189(met de in de beslissing genoemde eventuele verhoging)
totaal € 2.209
5.30.
De door DECC c.s. over de proceskosten gevorderde rente zal worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing opgenomen.

6.De beslissing

De rechtbank
in het incident:
6.1.
veroordeelt [gedaagde sub 4] , SkyGrow en [gedaagde sub 6] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis een digitaal afschrift van de volgende gegevens aan TOTO te verstrekken:
het register van aandeelhouders en uiteindelijke begunstigden met een substantieel belang in Casbit en SkyGrow;
een beschrijving van de aandeelhoudersstructuur van Casbit en SkyGrow, inclusief het percentage van de aandelen dat elke aandeelhouder bezit;
de adresgegevens van de aandeelhouders met een substantieel belang in Casbit en SkyGrow, voor zover deze niet voortvloeien uit het register, althans de adresgegevens van de advoca(a)t(en) van deze personen aan wiens adres een eventuele dagvaarding kan worden betekend;
alle correspondentie met de uiteindelijke begunstigden met een substantieel belang in Casbit, zoals blijkt uit het register, omtrent het faillissement van Casbit en een eventuele voortzetting in een nieuwe onderneming; en
alle correspondentie met de uiteindelijke begunstigden met een substantieel belang in SkyGrow, zoals blijkt uit het register, omtrent het oprichten van SkyGrow, het op zwart zetten van Lala.bet en het voortzetten van de activiteiten via Chacha.bet;
6.2.
verbindt aan de veroordeling van [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 6] onder 6.1 een dwangsom van elk € 1.000 per dag dat [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 6] daarmee in gebreke blijven, tot een maximum van elk € 1.000.000;
6.3.
verbindt aan de veroordeling van SkyGrow onder 6.1 een dwangsom van € 5.000 per dag dat SkyGrow daarmee in gebreke blijft, tot een maximum van € 5.000.000;
6.4.
veroordeelt DECC om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis aan TOTO te verstrekken: (i) het register van aandeelhouders en uiteindelijke begunstigden met een substantieel belang in Casbit, (ii) een beschrijving van aandeelhoudersstructuur van Casbit, inclusief het percentage van de aandelen dat elke houder in bezit had en (iii) de adresgegevens van de aandeelhouders met een substantieel belang in Casbit, voor zover deze niet voortvloeien uit het register, telkens in de periode 8 juli 2021 tot en met april 2024;
6.5.
verbindt aan de veroordeling van DECC onder 6.4 een dwangsom van € 1.000 per dag dat DECC daarmee in gebreke blijft, tot een maximum van € 250.000;
6.6.
veroordeelt [gedaagde sub 4] , SkyGrow en [gedaagde sub 6] in de proceskosten in het incident van TOTO, begroot op € 1.306;
6.7.
compenseert de proceskosten in het incident tussen TOTO en DECC c.s. in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt;
in de hoofdzaak
6.8.
verklaart voor recht dat [gedaagde sub 4] , SkyGrow en [gedaagde sub 6] onrechtmatig jegens TOTO hebben gehandeld en dat zij hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de daardoor ontstane schade, deze schade nader op te maken bij staat;
6.9.
veroordeelt [gedaagde sub 4] , SkyGrow en [gedaagde sub 6] hoofdelijk tot vergoeding van de door TOTO geleden schade, nader op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van Pro het van het Burgerlijk Wetboek vanaf 21 september 2022 tot de dag van volledige betaling;
6.10.
verbiedt het aan [gedaagde sub 4] , SkyGrow en [gedaagde sub 6] om, op enigerlei wijze, direct of indirect, illegale kansspelactiviteiten gericht op de Nederlandse markt op een soortgelijke website als Lala.bet aan te bieden, te bevorderen, te faciliteren of daaraan medewerking te verlenen, op straffe van een dwangsom van € 50.000 per dag, met een maximum van € 18.000.000;
6.11.
veroordeelt [gedaagde sub 4] , SkyGrow en [gedaagde sub 6] in de proceskosten van TOTO van € 2.328,40 te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde sub 4] , SkyGrow en [gedaagde sub 6] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten zij € 98 extra aan nakosten betalen, plus de kosten van betekening, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag waarop de proceskosten volledig zijn betaald;
6.12.
veroordeelt TOTO in de proceskosten van DECC c.s. van € 2.209 te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe. Als TOTO niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij € 98 extra aan nakosten betalen, plus de kosten van betekening, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag waarop de proceskosten volledig zijn betaald;
in het incident en in de hoofdzaak
6.13.
verklaart de veroordelingen in 6.1 tot en met 6.6 en in 6.9 tot en met 6.12 uitvoerbaar bij voorraad;
6.14.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.C. Hartendorp en in het openbaar uitgesproken 17 juni 2026.

Voetnoten

1.Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking),
2.Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen,