ECLI:NL:RBDHA:2026:16284
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. Paffen
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense vreemdeling afgewezen
Eiser, een Oekraïense vreemdeling, maakte bezwaar tegen de beëindiging van zijn tijdelijke bescherming door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank beoordeelde het beroep buiten zitting en stelde vast dat het beroepschrift tijdig was ingediend.
De kern van het geschil betrof de toepasselijkheid van de tijdelijke beschermingsrichtlijn 2001/55/EG. Eiser was vóór de vastgestelde datum van 26 november 2021 uit Oekraïne vertrokken en had niet aannemelijk gemaakt dat hij toen al bestendig in Nederland verbleef. Hoewel hij een stabiele woon- en werksituatie in Nederland had en een bijdrage leverde aan de samenleving, voldeed hij niet aan de voorwaarden voor tijdelijke bescherming.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit geen terugkeerbesluit is en dat eiser niet verplicht is terug te keren naar Oekraïne. Het beroep werd kennelijk ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. De rechtbank wees proceskostenveroordeling af en besloot het betaalde griffierecht terug te storten.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.