ECLI:NL:RBDHA:2026:16370

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 mei 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
C/09/705163 / FA RK 26-4818
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel

De rechtbank Den Haag behandelde op 18 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1945, die verblijft in een zorgaccommodatie. Betrokkene lijdt aan een ernstige ziekte, waaronder beenmergkanker en neuropathie, en is gestart met een euthanasietraject. Daarnaast is sprake van een psychiatrisch ziektebeeld met een recidiverende depressieve episode.

Betrokkene verzet zich niet tegen medicatie en hulpverlening, maar kan niet duurzaam instemmen met verplichte zorg en verblijf in de accommodatie. De arts-assistent lichtte toe dat bij betrokkene geen ziektebesef is en dat bij terugkeer naar huis onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te verwachten is, waaronder levensgevaar en agressie uitlokkend gedrag.

De rechtbank concludeert dat de crisismaatregel noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden, dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn, en dat de verplichte zorg evenredig en effectief is. De machtiging wordt verleend voor een periode van drie weken, met maatregelen zoals medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie.

De beschikking is gegeven door rechter A.S. Perniciaro en griffier P.S.R. Nieman, en schriftelijk vastgesteld op 29 mei 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en verzet tegen verplichte zorg.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/705163 / FA RK 26-4818
Datum beschikking: 18 mei 2026

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 15 mei 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1945 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. S.I. Kouwenhoven te Naaldwijk.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 14 mei 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Leiden tot het nemen van de crisismaatregel;
- een op 14 mei 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een brief van de officier van justitie van 15 mei 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 mei 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- arts-assistent, [naam 2]
- de verpleegkundig specialist, [naam 3] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene zou graag in overleg met haar echtgenoot en familie willen beslissen wat passende zorg is in haar situatie. Zij ziet namelijk in dat het niet langer haalbaar is om zelfstandig haar huishouden op orde te houden. Betrokkene heeft beenmergkanker en neuropathie. Zij is een euthanasietraject gestart omdat zij is uitbehandeld.
De advocaat verzoekt afwijzing van het verzoek. Betrokkene komt wilsbekwaam over in haar wens om haar leven te beëindigen. Op dit moment is er geen sprake van een depressieve stoornis of suïcidale uitingen. Betrokkene verzet zich niet tegen de medicatie, hulpverlening en behandeling. Daarbij ziet zij in dat voortzetting van het verblijf in de accommodatie haar rust kan brengen.
De arts-assistent heeft toegelicht dat er bij betrokkene sprake is van een psychiatrisch ziektebeeld. Betrokkene heeft geen ziektebesef en de informatie, die met haar gedeeld wordt, beklijft slecht. Bij opname deed betrokkene suïcidale uitingen. Daar lijkt op dit moment geen sprake meer te zijn. Als betrokkene nu naar huis terug zou gaan, is het wel voorzienbaar dat het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel opnieuw zal intreden. Verder heeft de arts-assistent toegelicht dat betrokkene eerst vrijwillig opgenomen is geweest, maar er al snel sprake was van een ontslagwens. Op dit moment lijkt er geen verzet te zijn, maar betrokkene is ambivalent in haar uitingen.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
-levensgevaar;
-ernstig lichamelijk letsel;
-de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een ernstige ziekte en niet meer zal genezen. Betrokkene ziet het leven niet meer zitten en heeft zich daarom aangemeld voor een euthanasietraject. Momenteel eet en slaapt zij nauwelijks en heeft zij nergens zin meer in. Betrokkene heeft al afscheid genomen van haar omgeving. Vriendinnen heeft zij verteld zichzelf te zullen snijden en dat zij bang is ‘het niet veilig te kunnen houden.’
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een recidiverende depressieve episode. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Betrokkene kan op dit moment namelijk niet duurzaam instemmen met de behandeling en het verblijf binnen de accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Om het ernstig nadeel af te wenden, is de inzet van verplichte zorg noodzakelijk. Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1945 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 juni 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, bijgestaan door P.S.R. Nieman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 18 mei 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 29 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.