ECLI:NL:RBDHA:2026:16370
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel
De rechtbank Den Haag behandelde op 18 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1945, die verblijft in een zorgaccommodatie. Betrokkene lijdt aan een ernstige ziekte, waaronder beenmergkanker en neuropathie, en is gestart met een euthanasietraject. Daarnaast is sprake van een psychiatrisch ziektebeeld met een recidiverende depressieve episode.
Betrokkene verzet zich niet tegen medicatie en hulpverlening, maar kan niet duurzaam instemmen met verplichte zorg en verblijf in de accommodatie. De arts-assistent lichtte toe dat bij betrokkene geen ziektebesef is en dat bij terugkeer naar huis onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te verwachten is, waaronder levensgevaar en agressie uitlokkend gedrag.
De rechtbank concludeert dat de crisismaatregel noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden, dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn, en dat de verplichte zorg evenredig en effectief is. De machtiging wordt verleend voor een periode van drie weken, met maatregelen zoals medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie.
De beschikking is gegeven door rechter A.S. Perniciaro en griffier P.S.R. Nieman, en schriftelijk vastgesteld op 29 mei 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en verzet tegen verplichte zorg.