ECLI:NL:RBDHA:2026:16375
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen maatregel bewaring en verzoek schadevergoeding in vreemdelingenrecht
Eiser, van Ghanese nationaliteit, werd op 3 juni 2026 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 lid 1 onder Pro a van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn dochter in Spanje en dat het belang van het kind onvoldoende was meegewogen. Tevens voerde hij aan dat zijn biseksualiteit niet was betrokken bij de beoordeling van het non-refoulementbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende onderzoek had verricht, mede omdat eiser tijdens meerdere gehoorzittingen informatie had verstrekt over zijn gezinssituatie en financiële ondersteuning van zijn dochter. De rechtbank vond de motivering over het non-refoulementbeginsel toereikend, mede gezien de eerdere afwijzing van zijn asielaanvraag en het intrekken van een opvolgende aanvraag.
Verder concludeerde de rechtbank dat het belang van het kind in de maatregel was betrokken en dat er geen aanwijzingen waren dat eiser daadwerkelijk een familieleven onderhoudt in Nederland of Spanje. De maatregel van bewaring werd niet onrechtmatig bevonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.