ECLI:NL:RBDHA:2026:16394

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
NL25.47429
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:20 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-tijdig beslissen asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard

Eiser heeft op 30 september 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 3 februari 2022. Verweerder heeft op 27 oktober 2025 de asielaanvraag van eiser ingewilligd. Hierdoor is het beroep tegen het niet-tijdig beslissen feitelijk komen te vervallen.

De rechtbank oordeelt dat eiser geen procesbelang meer heeft bij het beroep en verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Desondanks veroordeelt de rechtbank de minister van Asiel en Migratie tot betaling van de door eiser gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 467, omdat het beroep terecht is ingesteld vanwege het niet tijdig beslissen.

De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 15 juni 2026 en openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard en de minister is veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.47429

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. L. Sinoo),
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder.

Inleiding

Eiser heeft op 30 september 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 3 februari 2022
In het besluit van 27 oktober 2025 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Beoordeling door de rechtbank

1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag van eiser, dient te worden vastgesteld dat met de inwilliging van deze aanvraag aan het beroep is tegemoetgekomen zodat eiser gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer heeft. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
2. Omdat eiser vanwege het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag terecht beroep heeft ingesteld, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 467 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467 (vierhonderdzevenenzestig).
Deze uitspraak is gedaan op 15 juni 2026 door mr. M.L.Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van O.Schep, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.