ECLI:NL:RBDHA:2026:164
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Verzoek om vergoeding van proceskosten in asielzaak
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 7 januari 2026, gaat het om een verzoek van de verzoeker, vertegenwoordigd door mr. F. van Dijk, om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De zaak betreft een opvolgend beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag van de verzoeker. Nadat de verzoeker het opvolgend beroep had ingesteld, heeft de minister alsnog een besluit genomen, waarna de verzoeker zijn beroep heeft ingetrokken en om proceskostenvergoeding heeft verzocht. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister pas na het indienen van het beroep een besluit heeft genomen, wat betekent dat de minister aan de verzoeker tegemoet is gekomen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister de proceskosten van de verzoeker moet vergoeden, die zijn vastgesteld op € 467,-. De minister had eerder aangegeven bereid te zijn om € 453,50 te vergoeden, maar de rechtbank heeft het bedrag verhoogd naar € 467,-, conform het normbedrag voor 2026. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.