Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening in een bestuursrechtelijke zaak betreffende een asielaanvraag. De minister van Asiel en Migratie had de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk was voor de behandeling.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter besloot zonder zitting en wees het verzoek af, omdat de hoofdzaak (zaaknummer NL26.18346) reeds was beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open. De beslissing is genomen op basis van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist en Frankrijk verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.