Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.. [eiser] te [woonplaats 1] ,2. [eiseres] te [woonplaats 2] ,
1.De procedure
- de op 4 juni 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij namens beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.
Rechtbank Den Haag
Eisers zijn eigenaar van een woonark gelegen op een ligplaats die zij huren van de Staat. De woonark is bereikbaar via percelen die eigendom zijn van gedaagde, die het gebruik van water, elektriciteit en overpad heeft beëindigd en ontruiming eist.
Eisers vorderen in kort geding dat gedaagde wordt verplicht de voorzieningen en het gebruik van de percelen te gedogen, met dwangsommen bij overtreding. Gedaagde betwist het ontstaan van een erfdienstbaarheid door verjaring en beroept zich op privacy en een rechtsgeldige opzegging.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de principiële discussie over de erfdienstbaarheid niet in kort geding kan worden beslecht en dat de belangenafweging in het voordeel van eisers uitvalt. Gedaagde wordt bevolen de water- en elektriciteitsvoorzieningen te herstellen en het gebruik van de percelen te gedogen, met voorwaarden en dwangsommen. Tevens wordt gedaagde verboden zich op of rond de woonark te begeven.
De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt bevolen water, elektriciteit en overpad te gedogen voor eisers met dwangsommen en proceskostenveroordeling.