ECLI:NL:RBDHA:2026:16453
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank stelt juiste ingangsdatum verblijfsvergunning asiel vast op 1 augustus 2022
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 3 september 2022 een verzoek om internationale bescherming in. Verweerder verleende op 6 juni 2023 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd met ingang van 3 september 2022. Eiser stelde beroep in tegen de ingangsdatum van deze vergunning.
De rechtbank behandelde het beroep op 16 juni 2026 en stelde vast dat partijen het eens waren over de omvang van het geschil en de gewenste uitkomst. De rechtbank oordeelde dat de juiste ingangsdatum van de vergunning 1 augustus 2022 is, omdat eiser op die datum ten overstaan van de Immigratie- en Naturalisatiedienst zijn asielwens kenbaar maakte.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de ingangsdatum betrof, stelde de ingangsdatum vast op 1 augustus 2022 en bepaalde dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het besluit. Tevens veroordeelde zij verweerder tot betaling van proceskosten aan eiser. De rechtbank wees erop dat deze uitspraak mogelijk discussie kan oproepen over de vaststelling van ingangsdata in de uitvoeringspraktijk.
Uitkomst: De rechtbank stelt de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel vast op 1 augustus 2022 en vernietigt het bestreden besluit voor zover dit anders bepaalt.