ECLI:NL:RBDHA:2026:16454

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
NL25.45122
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Procedurerichtlijn
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hersteluitspraak over beslistermijn asielaanvraag en oplegging dwangsom

De rechtbank Den Haag heeft op 16 juni 2026 een hersteluitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende een asielaanvraag. In de eerdere uitspraak van 11 juni 2026 was een onjuiste beslistermijn aan de minister van Asiel en Migratie opgelegd. De rechtbank corrigeert deze termijn en stelt vast dat de uiterste termijn van 21 maanden, zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn, op 23 juni 2026 zal verlopen.

De rechtbank draagt de minister op om zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen acht weken na verzending van deze hersteluitspraak, een besluit te nemen over de asielaanvraag. Tevens wordt een dwangsom van € 50,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser ter hoogte van € 467,-.

Deze hersteluitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier A. Hiddouch en is openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank herstelt de beslistermijn en draagt de minister op binnen acht weken te beslissen met een dwangsom bij overschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.45122

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] ,

V-nummer: [V-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. N.M. de Houwer-van Wijk),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Overwegingen

Gebleken is dat de uitspraak van 11 juni 2026 met zaaknummer NL25.45122 een onjuistheid bevat, die zich voor eenvoudig herstel leent. In de uitspraak heeft de rechtbank verweerder ten onrechte een verkeerde beslistermijn opgedragen. Zij herstelt deze onjuistheid op de hierna te melden wijze.

Beslissing

Aan de overwegingen wordt het volgende aangepast:
“Er is sprake van bijzondere omstandigheden, de uiterste termijn van 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn zal op 23 juni 2026 verlopen. De rechtbank ziet daarom aanleiding om verweerder op te dragen zo snel mogelijk op de asielaanvraag te beslissen, maar uiterlijk acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak.”
Het dictum in de uitspraak van 11 juni 2026 luidt als volgt:
De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit; draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken met inachtneming van deze uitspraak;
  • bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 50,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467,-.
Deze hersteluitspraak is gedaan op 16 juni 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van A. Hiddouch, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.