Uitspraak
Opposant.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het verzet gegrond;
- verklaart de uitspraak van 5 december 2022 vervallen;
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft het verzet van de minister van Asiel en Migratie tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank waarin het niet tijdig beslissen op een asielaanvraag werd vastgesteld. De rechtbank had de minister toen opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen en een dwangsom opgelegd voor overschrijding van die termijn.
De minister had inmiddels op 13 februari 2023 de asielaanvraag ingewilligd. De rechtbank beoordeelt nu of het eerdere oordeel over het niet tijdig beslissen terecht was, mede gelet op de Dublinprocedure die voorafging aan de nationale behandeling. De minister stelde dat de beslistermijn pas begon toen Nederland verantwoordelijk werd, namelijk op 22 maart 2022, en niet bij de datum van de aanvraag.
De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling van 11 mei 2022 prematuur was en dat de uitspraak van 5 december 2022 daarom vervalt. Omdat de minister inmiddels een besluit heeft genomen, is het beroep niet-ontvankelijk. De opgelegde dwangsom en proceskostenveroordeling vervallen eveneens. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting en verklaart het verzet gegrond.
Uitkomst: Het verzet van de minister wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vervalt en het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.