ECLI:NL:RBDHA:2026:16462

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
NL25.50047
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMartikel 28 Vreemdelingenwet 2000Vluchtelingenverdrag
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens uitsluitend sociaaleconomische motieven

Eiser, van Georgische nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland vanwege armoede, werkloosheid, criminaliteit en corruptie in Georgië. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond omdat de beweegredenen van eiser uitsluitend sociaaleconomische problemen betreffen, die geen grond vormen voor asiel volgens het Vluchtelingenverdrag en artikel 3 EVRM Pro.

Eiser voerde aan dat de minister onzorgvuldig handelde door hem geen uitstel te geven voor correcties op het nader gehoor en dat corruptie en gebrek aan bescherming door autoriteiten ook een asielmotief vormen. De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende gelegenheid had gekregen om aanvullingen te doen en dat de minister terecht de sociaaleconomische motieven niet inhoudelijk hoefde te beoordelen.

De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op vervolging of onmenselijke behandeling. Het beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van de asielaanvraag wegens uitsluitend sociaaleconomische motieven.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.50047

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. M. Pater),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: drs. [gemachtigde]).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag [1] van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft zich namelijk terecht op het standpunt gesteld dat de beweegredenen van eiser om zijn land van herkomst te verlaten niet als asielmotief kunnen worden aangemerkt omdat dit sociaaleconomische problemen zijn. Daarom hoefde de minister deze beweegredenen niet inhoudelijk te beoordelen. Omdat eiser verder niets heeft aangevoerd, heeft de minister de asielaanvraag als kennelijk ongegrond mogen afwijzen
.Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Georgische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1971. De minister heeft met het bestreden besluit van 8 oktober 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 4 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Wat is het asielrelaas van eiser?
3. Eiser heeft op 25 oktober 2024 een asielaanvraag ingediend en heeft hieraan het volgende ten grondslag gelegd. In Georgië heerst grote armoede. Er is geen werk te vinden en geen toegang tot (voldoende) sociale voorzieningen. Daarnaast heeft het land te kampen met veel criminaliteit en corrupte autoriteiten. Daarom heeft de gewone burger zonder invloed of steun geen overlevingskansen. Hijzelf leefde al jaren zonder werk en woning. Daarom is hij naar Nederland gekomen in de hoop om hier een leven te kunnen opbouwen. Bij terugkeer wacht hem een inhumaan bestaan dat in strijd is met artikel 3 van Pro het EVRM.
Wat is het standpunt van de minister in het bestreden besluit?
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister het volgende asielmotief:
- de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser.
4.1.
Volgens de minister kunnen de door eiser aangevoerde sociaaleconomische aangelegenheden niet als een asielmotief worden aangemerkt omdat deze problemen geen raakvlakken hebben met het Vluchtelingenverdrag en artikel 3 van Pro het EVRM. Daarom heeft de minister deze problemen niet inhoudelijk beoordeeld.
4.2.
De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. De minister vindt het echter niet aannemelijk dat eiser bij terugkeer naar Georgië te vrezen heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade. De minister heeft de asielaanvraag als kennelijk ongegrond afgewezen, omdat eiser alleen aangelegenheden heeft genoemd die niet relevant zijn voor de vraag of hij recht heeft op een asielvergunning.
Is eiser voldoende in de gelegenheid gesteld om correcties en aanvullingen in te dienen?
Wat is het betoog van eiser?
5. Eiser voert aan dat de minister het besluit onzorgvuldig heeft voorbereid. De minister heeft hem namelijk ten onrechte geen uitstel gegeven voor het indienen van correcties en aanvullingen op het rapport van nader gehoor. De minister had uit het verslag van het nader gehoor kunnen opmaken dat eiser wegens een taalbarrière, desoriëntatie en gebrek aan begeleiding niet in staat is geweest om dit verslag met zijn gemachtigde te bespreken.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. De rechtbank volgt eiser hierin niet. Het ligt op de weg van eiser om contact te leggen met zijn gemachtigde en andersom. Dat dit vanwege een taalbarrière en dergelijke lastig is voor een vreemdeling, is te verwachten en daarop had de gemachtigde van eiser kunnen anticiperen. Dit kan de minister niet worden verweten. Bovendien heeft de minister eiser wel in de gelegenheid gesteld om bij de zienswijze alsnog correcties en aanvullingen in te dienen en heeft de minister toegezegd dat hij deze dan zal meenemen in zijn beoordeling. Eiser heeft vervolgens geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Zijn de door eiser gestelde problemen alleen sociaaleconomische problemen?
Wat is het betoog van eiser?
7. Eiser betoogt dat zijn problemen niet uitsluitend sociaaleconomische problemen zijn. Eiser heeft namelijk ook verklaard dat de politie in Georgië corrupt is en dat de autoriteiten hiertegen geen bescherming bieden. De minister heeft dit ten onrechte niet meegewogen in zijn beoordeling.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
8. De minister heeft zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat de redenen waarom eiser Georgië heeft verlaten – zoals weergegeven onder 3 – slechts sociaaleconomische problemen zijn. De minister heeft daarbij van belang kunnen vinden dat eiser niet heeft toegelicht wat de gevolgen zijn van de gestelde corruptie van de politie en overheid voor zijn eigen leven. Eiser heeft niet onderbouwd dat hij geen hulp of bescherming zou kunnen krijgen van de autoriteiten. Hij heeft juist gesteld [2] dat hij op enig moment een uitkering heeft gekregen. Dat deze vervolgens is stopgezet omdat hij betaald werk kreeg, is niet ongebruikelijk. De minister heeft hierbij in aanmerking kunnen nemen dat eiser volgens zijn eigen verklaring niets heeft ondernomen om zijn eigen positie te verbeteren.
Zijn sociaaleconomische omstandigheden aan te merken als asielmotieven?
Wat is het betoog van eiser?
9. Eiser betoogt verder dat het in strijd is met het arrest Sufi en Elmi [3] dat de minister sociaaleconomische problemen niet inhoudelijk beoordeelt. Eiser stelt dat hij bij terugkeer naar Georgië zal worden blootgesteld aan een situatie van extreme armoede en mensonwaardige behandeling, wat in strijd is met artikel 3 van Pro het EVRM. Eiser heeft in dit kader verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen [4] .
Wat is het oordeel van de rechtbank?
10. De minister heeft zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat de sociaaleconomische motieven van eiser niet zijn aan te merken als asielmotieven. Ze zijn namelijk niet te herleiden tot enige grond in het Vluchtelingenverdrag of in artikel 3 van Pro het EVRM welke tot verblijf in Nederland zouden kunnen leiden. Met de niet onderbouwde stelling zoals weergegeven onder 9 heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Georgië te vrezen heeft voor vervolging dan wel een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM. Deze beroepsgrond slaag niet.

Conclusie en gevolgen

11. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, rechter, in aanwezigheid van A. Kanis, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw)
2.Pagina 8 rapport van nader gehoor.
3.arrest van het EHRM van 28 juni 2011, ECLI:CE:ECHR:2011:0628JUD000831907.