ECLI:NL:RBDHA:2026:16463
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen vanwege de Dublin-verordening, waarbij Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en geoordeeld dat deze niet meer nodig is omdat de hoofdzaak reeds is beslist in een andere uitspraak met zaaknummer NL26.23864. Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen als kennelijk ongegrond.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 17 juni 2026 door de voorzieningenrechter M.L. Weerkamp en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.