ECLI:NL:RBDHA:2026:16484
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens noodweer bij poging doodslag
De rechtbank Den Haag behandelde op 4 juni 2026 de zaak tegen verdachte die op 26 december 2024 te Waddinxveen de aangever met een mes in de linkerflank had gestoken. De tenlastelegging betrof poging doodslag, subsidiair poging tot zwaar lichamelijk letsel.
De rechtbank stelde vast dat verdachte met voorwaardelijk opzet handelde, omdat het steken in de linkerflank met een groot mes een aanmerkelijke kans op de dood van de aangever inhield. De verdediging voerde een beroep op noodweer aan, dat ook door de officier van justitie werd onderschreven.
Uit de feiten bleek dat de aangever de slaapkamer van verdachte binnenstormde, hem bij de nek greep en een stok vasthield, terwijl verdachte zich barricadeerde en in paniek handelde. De rechtbank oordeelde dat sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, waarbij verdediging noodzakelijk en proportioneel was. Daarom werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens noodweer bij poging doodslag.