Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om een maatregel van bewaring op te leggen op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 17 juni 2026, waarbij eiser zich refereerde aan het ambtshalve oordeel over de rechtmatigheid van de maatregel.
De maatregel van bewaring is gebaseerd op meerdere zware en lichte gronden, waaronder het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen van Nederland, onvoldoende medewerking aan het vaststellen van identiteit en nationaliteit, het ontvangen van een overdrachtsbesluit zonder medewerking aan overdracht, het niet naleven van verplichtingen uit het Vreemdelingenbesluit, het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan.
De rechtbank stelt vast dat eiser deze gronden niet heeft betwist en acht deze feitelijk juist en voldoende toegelicht. Er bestaat een significant risico dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken, waardoor de maatregel van bewaring gerechtvaardigd is. De rechtbank ziet geen onrechtmatigheid in de maatregel gedurende de te beoordelen periode.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.