ECLI:NL:RBDHA:2026:16489
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na vernietiging bestreden besluit
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen bij besluit van 19 maart 2026. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Op 9 juni 2026 behandelde de voorzieningenrechter het verzoek samen met het hoofdberoep (zaaknummer NL26.15551). De rechtbank heeft bij uitspraak op die datum het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig was.
De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker, vastgesteld op € 934,00, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor één proceshandeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot en griffier M.C. Drenten - Boon, en is definitief; tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bestreden besluit reeds is vernietigd; de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.