Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:16489

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
NL26.15552
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na vernietiging bestreden besluit

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen bij besluit van 19 maart 2026. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

Op 9 juni 2026 behandelde de voorzieningenrechter het verzoek samen met het hoofdberoep (zaaknummer NL26.15551). De rechtbank heeft bij uitspraak op die datum het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig was.

De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker, vastgesteld op € 934,00, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor één proceshandeling.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot en griffier M.C. Drenten - Boon, en is definitief; tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bestreden besluit reeds is vernietigd; de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.15552

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. E.J.P. Cats),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. A.E. Geçer).

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 19 maart 2026 afgewezen.
1.1.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep met zaaknummer NL26.15551, op 9 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.15551, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep, het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2.1.
De voorzieningenrechter ziet, gelet op de inhoud van de uitspraak op het beroep aanleiding te bepalen dat verzoeker een vergoeding krijgt van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt daarom in totaal € 934,00.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister tot betaling van een bedrag van € 934,00 aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Drenten - Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.