ECLI:NL:RBDHA:2026:16491
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij uitstel van vertrek vanwege medische situatie
Verzoeker diende op 31 juli 2025 een aanvraag in voor uitstel van vertrek vanwege zijn medische situatie. De minister stelde deze aanvraag op 22 september 2025 buiten behandeling. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de minister handhaafde het besluit bij beslissing van 21 november 2025.
Verzoeker stelde beroep in tegen deze beslissing, waarbij het verzoek om een voorlopige voorziening werd gedaan om het vertrek uit te stellen zolang het beroep loopt. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 9 juni 2026 in zitting te Groningen.
De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan op het beroep en dit ongegrond verklaard. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep ongegrond is verklaard.