Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:16509

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
NL26.6285
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 Vw 2000Art. 31 lid 6 sub c Vw 2000Art. 64 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid gedwongen inwijding als Sowei

Eiseres, van Sierra Leoonse nationaliteit en behorend tot de Kono bevolkingsgroep, verzocht asiel vanwege gedwongen inwijding als Sowei binnen een Bondo-gemeenschap en de daaruit voortvloeiende vrees voor vervolging en moord. De minister wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas, met name omdat de verklaringen van eiseres niet samenhangend en onvoldoende onderbouwd waren.

De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de minister terecht de geloofwaardigheid van de gedwongen inwijding en de vrees voor vervolging in twijfel trok. Eiseres kon haar bezwaren tegen het worden van Sowei niet concreet en consistent onderbouwen, vertoonde tegenstrijdigheden in haar verklaringen over haar vrees en vlucht, en kon onvoldoende details geven over haar vlucht en de man die haar hielp. Ook de discrepanties met het TOELT-rapport en het AVIM-gehoor werden door de rechtbank als niet doorslaggevend beoordeeld.

De rechtbank concludeerde dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 en dat er geen aannemelijk risico op ernstige schade bij terugkeer naar Sierra Leone bestaat. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd.

Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.6285

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juni 2026 in de zaak tussen

[eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres

(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. R.A. Mandersloot).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw 2000 [1] . Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister stelt zich niet ten onrechte op het standpunt dat de gedwongen inwijding als Sowei in een Bondo-gemeenschap en de daaruit voortvloeiende vrees om door hen te worden vervolgd en vermoord, niet geloofwaardig zijn omdat de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 30 januari 2026 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 28 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres is van Sierra Leoonse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1988. Zij heeft verklaard dat zij behoort tot de Kono bevolkingsgroep. Zij is gevlucht vanwege het feit dat zij werd gedwongen de rol van haar oma als Sowei over te moeten nemen. Een Sowei is een uitvoerder van vrouwenbesnijdenis binnen de Bondo-gemeenschap. Vervolgens is zij opgevangen door een blanke man bij wie zij meerdere maanden heeft verbleven en met wie zij naar Nederland is gereisd. Na aankomst in Nederland heeft hij haar misbruikt. Bij terugkeer naar Sierra Leone vreest eiseres door het genootschap te worden vermoord omdat zij de kleren van de Sowei waarmee zij gevlucht is kwijt is geraakt en omdat zij het genootschap zou hebben verraden.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
  • Identiteit, nationaliteit en herkomst;
  • Gedwongen inwijding als Sowei in een Bondo-gemeenschap.
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig zijn. De gedwongen inwijding als Sowei in een Bondo-gemeenschap acht de minister niet geloofwaardig. Eiseres heeft haar verklaringen volgens de minister niet onderbouwd met objectieve documenten. Ook vormen haar verklaringen volgens de minister geen samenhangend en aannemelijk geheel. [2] De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond.
Vindt de minister de verklaringen van eiseres over de gedwongen inwijding als Sowei ten onrechte ongeloofwaardig?
5. Het is niet in geschil dat eiseres haar verklaringen over de gedwongen inwijding als Sowei niet heeft onderbouwd met (objectieve) documenten die dit asielmotief volledig onderbouwen. Daarom heeft de minister beoordeeld of het asielmotief alsnog geloofwaardig is. Dat is volgens de minister niet het geval, omdat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw 2000
.
Bezwaren tegen het worden van Sowei
6. Eiseres betoogt dat de minister haar verklaringen over de bezwaren die zij heeft tegen het worden van Sowei ten onrechte onvoldoende concreet en onduidelijk vindt. Zij heeft tijdens het nader gehoor op meerdere momenten aangegeven dat zij principieel tegen vrouwenbesnijdenis is, mede omdat zij zelf slachtoffer is geworden van deze praktijk en bijna dood is gegaan door bloedverlies. Zij heeft verklaard dat veel kinderen door deze praktijk overlijden en zij dit helemaal niet goed vindt. Bovendien heeft eiseres verklaard over de spirituele aspecten van het Sowei-zijn. Zij heeft gezegd dat het gaat om een geestending, dat zij lichamelijke en spirituele problemen zou krijgen, en dat zij gestoord zou worden. Zij heeft verklaard dat zij niet alle spirituele dingen heeft meegemaakt, alleen de helft van een ritueel, en dat zij bang was voor wat er zou gebeuren. Deze verklaringen vormen een duidelijke en begrijpelijke motivering voor haar weigering om als Sowei andere meisjes te besnijden en tonen ook aan dat eiseres meerdere bezwaren had tegen het worden van Sowei. Daarnaast miskent de minister de impact van trauma en de culturele context waarin eiseres is opgegroeid. Het is algemeen bekend dat traumatische ervaringen de wijze waarop iemand gebeurtenissen verwoordt kunnen beïnvloeden. De verklaringen van eiseres zijn begrijpelijk en consistent met haar persoonlijke en culturele achtergrond.
6.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister stelt zich namelijk terecht op het standpunt dat eiseres alleen in zeer korte en algemene termen heeft geantwoord op de vragen over haar bezwaren tegen het worden van Sowei. Zo heeft eiseres op de vraag wat zij van besnijdenis vindt, geantwoord dat zij hier tegen is. [3] Uit de verklaringen van eiseres valt niet op te maken dat zij principieel tegen vrouwenbesnijdenis is en dat zij daarom geen Sowei wil worden. De minister wijst er terecht op dat eiseres uitgebreid de mogelijkheid heeft gehad om te verklaren waarom zij geen Sowei wilde worden. Zo had zij bijvoorbeeld kunnen verklaren dat zij anderen niet wil besnijden. Eiseres heeft dat niet gedaan. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat van eiseres verwacht mag worden dat zij op een concrete en duidelijke manier over haar bezwaren kan verklaren, omdat haar bezwaren tegen het worden van Sowei de kern van haar asielrelaas raken. Niet valt in te zien waarom eiseres dit niet gedaan heeft. Zeker niet omdat het haar meermaals concreet gevraagd is. De enkele niet onderbouwde stelling dat haar verklaringen begrijpelijk zijn vanwege haar persoonlijke en culturele achtergrond maken dit niet anders. Ook mag er gezien het referentiekader van eiseres van haar verwacht worden dat zij uitgebreid kan verklaren waarom zij geen Sowei wil worden. Eiseres is immers een volwassen vrouw die tot de tweede klas naar school is geweest. De minister stelt zich hierover niet ten onrechte op het standpunt dat hij geen reden ziet dat eiseres zich niet op een duidelijke manier zou kunnen uitdrukken over haar eigen mening. Hier komt nog bij dat eiseres niet met medische stukken heeft onderbouwd dat haar traumatische ervaringen invloed hebben op haar vermogen om te verklaren.
Tegenstrijdigheden in verklaringen over vrees
7. Eiseres betoogt dat de minister haar verklaringen over de vrees voor het worden van Sowei ten onrechte tegenstrijdig acht. De beoordeling van de minister berust op een te strikte en onrealistische benadering van menselijk gedrag en bewustwordingsprocessen. Aanvankelijk nam eiseres de waarschuwingen van haar oma niet serieus, maar dit veranderde toen ze voorbeelden zag van anderen die werden gedwongen. Dit proces van geleidelijke bewustwording is normaal en verklaart de eventuele tegenstrijdigheden. De minister miskent ook de culturele en emotionele context waarin eiseres handelde door haar zieke oma te bezoeken. Eiseres heeft niet bewust het risico genomen om terug te keren naar haar oma met de verwachting dat zij gedwongen zou worden Sowei te worden, maar zij keerde terug uit zorg voor haar zieke oma. Pas ter plekke hoorde zij van haar oma’s overlijden en werd ze naar het Sowei-bos gebracht. Het is onredelijk om te verwachten dat zij onder emotionele stress volledig rationeel zou handelen. Menselijk gedrag in zulke omstandigheden is complex en kan niet met strikte logica worden beoordeeld.
7.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister stelt zich namelijk terecht op het standpunt dat de verklaringen van eiseres over de vrees voor het worden van Sowei tegenstrijdig zijn. Zo verklaart eiseres enerzijds dat zij vluchtte voor haar oma toen haar oma tegen haar zei dat zij Sowei zou worden en anderzijds verklaart zij dat zij dacht dat deze mededeling van haar oma een grap was. Toen eiseres met deze tegenstrijdigheid werd geconfronteerd verklaarde zij alleen dat zij nog steeds dacht dat het om een grap ging, maar dat zij wel eens zag dat mensen hun kinderen overdroegen en dat zij toen toch besloot om te gaan. [4] Dit is geen afdoende verklaring voor deze tegenstrijdigheid. Omdat het een zeer ingrijpend besluit is om te vertrekken, zeker gezien het feit dat eiseres op dat moment al kinderen had die met haar mee gingen, mocht de minister tegenwerpen dat eiseres deze beslissing zou nemen terwijl zij nog steeds dacht dat het een grap was. Daarnaast mocht de minister het tegenstrijdig vinden dat eiseres eerst wegvlucht van haar oma, om haar vervolgens weer op te zoeken als zij hoort dat haar oma ziek is. Zij neemt namelijk een groot risico om haar oma te bezoeken, terwijl dat degene is die haar Sowei wil laten worden. Dat het mogelijk is dat eiseres niet compleet rationeel en consistent dacht in deze situatie is geen afdoende verklaring. Het gaat namelijk om een vrees waar zij voor is gevlucht, terwijl zij later weer vrijwillig naar haar oma ging. De minister wijst er niet ten onrechte op dat dit gedrag dermate irrationeel is dat dit logischerwijs niet gevolgd kan worden.
Verklaringen in relatie tot het TOELT [5] -rapport
8. Eiseres betoogt dat de minister haar verklaringen over de vrees voor het worden van Sowei ten onrechte tegenstrijdig acht in relatie tot het TOELT-rapport. [6] Volgens eiseres baseert de minister zijn oordeel op een selectieve en onjuiste lezing van het rapport. Haar situatie wijkt namelijk af van de normale opleidingstrajecten omdat zij vluchtte voordat het ritueel was voltooid. Het is onredelijk om van eiseres te verwachten dat zij uitgebreide kennis heeft van een opleiding die zij nooit heeft gevolgd. Binnen de Bondo-gemeenschap geldt een sterke geheimhoudingsplicht, waardoor zij vooraf weinig informatie kreeg. Haar oma gaf nooit uitleg over het worden van Sowei, waardoor zij pas tijdens het ritueel ontdekte wat er van haar werd verwacht. Het rapport beschrijft algemene trends en biedt geen norm voor individuele gevallen zoals dat van eiseres. De omstandigheid dat het rapport meer openheid vermeldt, betekent niet dat dit in haar situatie ook gold. Het is volgens eiseres niet haar taak om te bewijzen dat procedures niet gevolgd zijn. De minister moet aannemelijk maken dat haar verklaringen ongeloofwaardig zijn.
8.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet, want de minister stelt zich terecht op het standpunt dat de verklaringen van eiseres over het worden van Sowei tegenstrijdig zijn met de bevindingen uit het TOELT-rapport. De minister mag uitgaan van de landeninformatie die volgt uit het rapport en het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de gebruikelijke procedures in haar situatie niet zijn gevolgd. Dat eiseres niet het volledige ritueel heeft doorlopen, maakt niet dat zij geen kennis zou hoeven hebben van het opleidingstraject. De minister betrekt daarbij terecht dat uit het TOELT-rapport blijkt dat er minder geheimhouding rondom de initiatie speelt. Hierdoor mag van eiseres worden verwacht dat zij hier meer over kan verklaren. Verder wijst de minister er terecht op dat eiseres haar stelling dat er in haar geval sprake was van een bijzondere situatie op geen enkele manier onderbouwt. Omdat uit het TOELT-rapport volgt dat het volgen van een meerderjarige opleiding gebruikelijk is voor een Sowei, hoeft de minister geen reden te zien om de niet onderbouwde stelling van eiseres zonder meer aan te nemen. Hier komt nog bij dat eiseres tot ongeveer haar 34e in een land heeft gewoond waar rituelen rondom het worden van Sowei steeds bekender werden. Daarom had van haar verwacht mogen worden dat zij hier meer over kon verklaren.
Verklaringen over het vluchten
9. Eiseres betoogt dat de minister haar verklaringen over haar vlucht ten onrechte als onvoldoende gedetailleerd beoordeelt. De minister miskent de moeilijke omstandigheden waarin zij verkeerde, zoals twee maanden opsluiting en afhankelijkheid van de man die haar hielp. Tijdens die periode richtte zij zich vooral op overleven, niet op het verzamelen van details over de man die haar hielp. Bovendien heeft zij verklaard slachtoffer te zijn van misbruik en uitbuiting door deze man, wat haar herinneringen beïnvloedt. Het is onredelijk om te verwachten dat zij in zo’n traumatische situatie gedetailleerde informatie verzamelt of onthoudt. Daarnaast kan niet van eiseres worden verwacht dat zij gedetailleerd en chronologisch verslag geeft van haar vlucht door het bos, omdat dit plaatsvond in een toestand van paniek en levensgevaar. Zij rende urenlang in het donker, bang om gevonden te worden door het genootschap. Deze omstandigheden waren extreem stressvol en traumatisch. Eiseres benadrukt dat het onredelijk is om even gedetailleerde verklaringen te verwachten over alle aspecten van haar vlucht. Ter onderbouwing wijst zij op twee artikelen. [7]
9.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister stelt zich namelijk niet ten onrechte op het standpunt dat van eiseres verwacht mag worden dat zij gedetailleerder kan verklaren over de man die haar geholpen heeft bij haar vlucht en over de vlucht uit het bos zelf. Eiseres heeft verklaard dat zij gedurende twee maanden in een huis in Freetown verbleef waar zij alleen contact had met de man die haar geholpen had. Niet valt in te zien dat eiseres na al die tijd alleen kan verklaren dat deze man lang en blank was, dat hij beperkt Krio sprak en dat hij een baard had. Hierbij betrekt de minister terecht dat de door eiseres gestelde traumatische gebeurtenissen nog niet plaatsvonden in deze periode. Van eiseres mag worden verwacht dat zij in deze twee maanden meer informatie over deze man kon achterhalen. In zo’n groot tijdsbestek kan er niet worden gesproken van vergetelheid door adrenaline en een focus om te overleven. De minister stelt zich niet ten onrechte op het standpunt dat de door eiseres gegeven beschrijving te algemeen is voor iemand die maandenlang met deze man in aanraking is geweest.
9.1.1.
Over de ontsnapping uit het bos stelt de minister zich ook niet ten onrechte op het standpunt dat van eiseres verwacht mag worden dat zij hier meer over kan verklaren. Het gaat namelijk om een ingrijpende gebeurtenis die eiseres zelf heeft meegemaakt en die de kern van haar asielrelaas raakt. Voor wat betreft het betoog dat eiseres vol adrenaline zat doordat zij in paniek en levensgevaar was en zich daarom geen details kan herinneren, wijst de minister er niet ten onrechte op dat dit niet urenlang aanhoudt en dat eiseres wel heeft verklaard dat zij urenlang gerend heeft. Tot slot geeft eiseres met de overgelegde artikelen geen inzicht gegeven in haar eigen mentale gesteldheid en hoe dit haar verklaringen heeft beïnvloed. Eiseres heeft hier geen medische documenten van overgelegd.
Verklaringen in het AVIM-gehoor
10. Eiseres betoogt dat de minister haar verklaringen in het nader gehoor ten onrechte tegenstrijdig acht met haar verklaringen in het AVIM-gehoor. Zij verklaarde juist tijdens het nader gehoor dat de Sowei altijd een vrouw is en dat een man hier niets mee te maken heeft, wat overeenkomt met informatie die bekend is over de Bondo-gemeenschap. De minister miskent dat eiseres zich mogelijk niet alle details van het AVIM-gehoor kon herinneren of begrijpen. Het AVIM-gehoor vond plaats met een telefonische tolk, waarbij vertalingen summier werden vastgelegd. Eiseres wijst erop dat interpretatieproblemen bij telefonische tolken vaak voorkomen. Daarom is het onredelijk om een enkele discrepantie in het AVIM-gehoor even zwaar te laten wegen als haar uitgebreide verklaringen in het nader gehoor met een live tolk. Ook wordt het AVIM-gehoor nooit nabesproken of gecorrigeerd.
10.1.
De minister stelt zich op het standpunt dat eiseres in het AVIM-gehoor tegenstrijdig heeft verklaard ten opzichte van het nader gehoor. Het gaat om een grote tegenstrijdigheid waarbij eiseres stelt dat de man die haar heeft geholpen haar juist tot Sowei zou maken. Verder mag van de correctheid van de vertaling van de telefonische tolk tijdens het AVIM-gehoor worden uitgegaan, omdat deze tolk ook voldoet aan de Gedragscode Tolken en Vertalers. [8]
10.1.1.
De minister wijst er op dat hier niet gaat om één discrepantie die het hele relaas ongeloofwaardig maakt. De minister heeft meerdere argumenten uiteen gezet waaruit blijkt dat het asielrelaas van eiseres ongeloofwaardig is. De discrepantie in het AVIM-gehoor is daarbij geen dragend argument.
10.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister deze tegenstrijdigheid niet aan eiseres kunnen tegenwerpen. Eiseres heeft er op de zitting terecht op gewezen dat uit de context van het AVIM-gehoor en de rest van haar verklaringen in dit gehoor kan worden opgemaakt dat zij de blanke man pas heeft ontmoet nadat zij van de inwijdingsceremonie was gevlucht. Wel volgt de rechtbank de minister erin dat deze tegenstrijdigheid geen dragend argument vormt voor de beoordeling over de geloofwaardigheid van het asielrelaas van eiseres. Ook zonder deze tegenstrijdigheid heeft de minister het asielrelaas ongeloofwaardig kunnen achten. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
Moeite met onthouden van data
11. Eiseres betoogt dat de minister haar ten onrechte tegenwerpt dat zij geen data kan noemen. De minister miskent hierbij de context van de verklaringen eiseres en de impact van trauma op haar geheugen. Eiseres heeft verklaard dat zij moeite heeft met het onthouden van data, dat zij beperkte scholing heeft gehad en dat binnen haar culturele context exacte tijdsaanduidingen een ondergeschikte rol spelen. Dat uit het medisch advies [9] blijkt dat zij bij benadering data kan noemen, betekent niet dat zij zich alle data uit haar verleden nauwkeurig kan herinneren. Bovendien is het onredelijk om van eiseres te verwachten dat zij exacte data kan noemen over neutrale gebeurtenissen, terwijl de minister erkent dat deze minder goed worden onthouden.
11.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet omdat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat uit het medisch advies blijkt dat eiseres bij benadering data kan noemen. Dit heeft zij zelf ook gezegd, zo blijkt uit het medisch advies. Daarom mag van haar verwacht worden dat zij enigszins inzicht kan geven in wanneer zij is weggevlucht van haar oma en hoe oud zij was toen haar oma naar Peiya verhuisde. Verder wijst de minister er terecht op dat voor wat betreft de beperkte scholing en culturele achtergrond eiseres op geen enkele manier heeft onderbouwd waarom dit ervoor zou zorgen dat zij geen data kan noemen. Aan eiseres wordt immers niet tegengeworpen dat zij geen exacte data kan noemen, maar dat zij ook bij benadering geen data kan noemen. Verder maakt de omstandigheid dat neutrale gebeurtenissen minder scherp in het geheugen van eiseres gegrift staan, niet dat eiseres niet bij benadering zou kunnen verklaren over de meest ingrijpende gebeurtenissen van haar leven.
Conclusie
12. De minister stelt zich op grond van het voorgaande terecht op het standpunt dat eiseres niet voldoet aan artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw 2000. Daarom hoeft de minister niet te volgen dat eiseres bij terugkeer naar Sierra Leone een reëel risico loopt om door de Bondo-gemeenschap te worden vervolgd en vermoord.
De gronden die eiser heeft laten vallen
13. Wat eiseres in de beroepsgronden aanvoert over de verblijfsvergunning regulier mensenhandel en uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vw 2000, heeft zij op de zitting laten vallen. Daarom gaat de rechtbank hier verder niet op in.
Mocht de minister een terugkeerbesluit opleggen aan eiseres?
14. Eiseres betoogt dat de minister haar ten onrechte een terugkeerbesluit heeft opgelegd, omdat zij aannemelijk gemaakt heeft dat zij bij terugkeer naar Sierra Leone een reëel risico loopt om door de Bondo-gemeenschap de worden vervolgd en vermoord.
14.1.
De beroepsgrond slaagt niet. Gelet op wat hiervoor onder 5 tot en met 12 is overwogen stelt de minister zich terecht op het standpunt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Sierra Leone. Daarom heeft de minister aan haar terecht en op goede gronden een terugkeerbesluit opgelegd.

Conclusie en gevolgen

15. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de minister de asielaanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, rechter, in aanwezigheid van mr. T.M.T. Brandsma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000
2.Zoals bedoeld in artikel. 31, zesde lid, onder c, van de Vw 2000.
3.Verslag nader gehoor, p. 17.
4.Verslag nader gehoor, p. 17 en 18.
5.Team Onderzoek en Expertise Land en Taal.
6.Sierra Leone: Geheime genootschappen en FGM, TOELT (mei 2021).
7.Department of Justice Canada, The Impact of Trauma on Adult Sexual Assault Victims; PART III – How Trauma Affects Memory and Recall, d.d. 20 januari 2023 en een webpagina over Trigger Warnings.
8.Gedragscode Tolken en vertalers, IND, mei 2025.
9.MedTadvies, d.d. 6 mei 2025.