Uitspraak
Vaststelling van het Nederlanderschap
Beschikking op het op 5 december 2024 ingekomen verzoekschrift van:
[de moeder] ,
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
[de vader] ,
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het bericht van 22 januari 2025 van verzoekster, met bijlagen
- het bericht van 24 februari 2025 van de IND, met bijlage;
- het bericht van 9 april 2025 van verzoekster, met bijlagen;
- het bericht van 23 september 2025 van de IND, met bijlagen;
- het bericht van 22 oktober 2025 van verzoekster, met bijlagen;
- het aanvullend verzoekschrift van 22 oktober 2025 van verzoekster, met bijlagen;
- het bericht van 23 oktober 2025 van verzoekster, met bijlage;
- het bericht van 29 december 2025 van verzoekster, met bijlage;
- het bericht van [datum 3] 2026 van de IND;
- het bericht van 18 februari 2026 van verzoekster, met bijlagen;
- het bericht van 19 februari 2026 van verzoekster, met bijlagen;
- het bericht van 16 april 2026 van de IND.
- de moeder (via een videoverbinding), bijgestaan door haar advocaat en een tolk;
- de vader;
- mr. A. Salis namens de IND.
Feiten
- De vader, [de vader] , is geboren op [geboortedatum 1] 1963 in [geboorteplaats 1] . De vader verkreeg de Nederlandse nationaliteit door geboorte op grond van
- De vader is op [datum 1] 1988 gehuwd met [naam 1] . Dit huwelijk is ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand van de [gemeente] op [datum 2] 2011.
- De moeder, [de moeder] , is geboren op [geboortedatum 2] 1975 in [land 1] . De moeder heeft de Russische nationaliteit.
- De minderjarige [minderjarige] (hierna: [minderjarige] ) is geboren op [geboortedatum 3] 2010 in [geboorteplaats 2] , [land 2] .
- Op de Russische geboorteakte van [minderjarige] , geregistreerd met nummer [nummer], staan de moeder en de vader opgenomen als de ouders.
- Uit een Certificate of Paternity Determination van 19 mei 2010, geregistreerd met nummer 325, blijkt dat de vader [minderjarige] heeft erkend op 19 mei 2010.
- De moeder en de vader zijn nooit met elkaar gehuwd.
- De vader was ten tijde van de geboorte van [minderjarige] en de erkenning van [minderjarige] nog gehuwd met [naam 1] .
- De moeder is in de periode van 12 februari 1991 tot 4 september 2024 niet gehuwd geweest.
- De vader is op [datum 3] 2015 gehuwd met [naam 2] .
- De moeder en de vader hebben op 27 september 2023 bij de Nederlandse ambassade in [geboorteplaats 2] een aanvraag voor een Nederlands paspoort voor [minderjarige] ingediend. De aanvraag is niet in behandeling genomen, omdat [minderjarige] niet in het bezit van de Nederlandse nationaliteit zou zijn, aangezien de vader ten tijde van de erkenning nog gehuwd was met een andere vrouw dan de moeder van [minderjarige] . Tegen die beslissing is bezwaar gemaakt. Het bezwaar is bij beslissing van 13 februari 2024 kennelijk ongegrond verklaard.
Verzoek en het standpunt van de IND
- voor recht te verklaren dat tussen de moeder en de vader ten tijde van de geboorte van [minderjarige] een band heeft bestaan die in voldoende mate gelijk valt te stellen met een huwelijk;
- voor recht te verklaren dat tussen [minderjarige] en de vader een nauwe persoonlijke band bestaat;
- vast te stellen dat [minderjarige] in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit.
Beoordeling
Zijn de ouders van het kind niet met elkaar gehuwd, dan wordt als vader van het kind geregistreerd de man die gezamenlijk met de moeder een schriftelijke verklaring bij het ZAGS-kantoor indient, de man die heeft verzocht het vaderschap vast te stellen onder bepaalde omstandigheden, of de man die bij rechterlijk besluit als de vader van het kind wordt vastgesteld (artikel 48 Federale Pro wet inzake akten van de burgerlijke stand). De verklaring kan worden ingediend vóór de geboorte (artikel 48 Familiewet Pro) ten tijde van of na de registratie van de geboorte (artikel 50 lid 2 Federale Pro wet inzake akten van de burgerlijke stand). Zijn de ouders van het kind niet met elkaar gehuwd, dan wordt als vader van het kind geregistreerd de man die gezamenlijk met de moeder een schriftelijke verklaring bij het ZAGS-kantoor indient, de man die heeft verzocht het vaderschap vast te stellen onder bepaalde omstandigheden, of de man die bij rechterlijk besluit als de vader van het kind wordt vastgesteld (artikel 48 Federale Pro wet inzake akten van de burgerlijke stand). De verklaring kan worden ingediend, vóór de geboorte (artikel 48 Familiewet Pro) ten tijde van of na de registratie van de geboorte (artikel 50 lid 2 Federale Pro wet inzake akten van de burgerlijke stand). Vaderschap van een persoon die niet met de moeder van het kind is gehuwd, wordt bepaald aan de hand van een gezamenlijke schriftelijke verklaring van de vader en moeder van het kind bij het ZAGS-kantoor (artikelen 48 juncto 50 lid 1 Federale wet inzake akten van de burgerlijke stand). Hieruit volgt de conclusie dat toestemming – of in ieder geval instemming – van de moeder noodzakelijk is voor de erkenning van het kind door de vader.”
– of in ieder geval instemming – noodzakelijk is. De rechtbank overweegt dat uit de stukken voldoende aannemelijk is geworden dat de moeder heeft ingestemd met de erkenning van [minderjarige] door de vader.