Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:16547

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 mei 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
C/09/704738 / JE RK 26-781
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:257 BWArt. 6.1.2, tweede lid, JeugdwetArt. 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige ondertoezichtstelling en gesloten uithuisplaatsing van minderjarige wegens ernstige gedragsproblemen

De kinderrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 19 mei 2026 een beschikking gegeven waarin een minderjarige voorlopig onder toezicht wordt gesteld en een machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp wordt verleend. Dit besluit volgt op een eerdere beschikking van 8 mei 2026 en is genomen vanwege ernstige zorgen over de ontwikkeling en veiligheid van de minderjarige.

De gecertificeerde instelling heeft gemotiveerd dat de minderjarige al lange tijd niet naar school gaat, een belaste voorgeschiedenis heeft en recentelijk agressief gedrag vertoonde dat de veiligheid van zichzelf en anderen bedreigt. Een gesloten plaatsing is noodzakelijk om de veiligheid te waarborgen en de minderjarige tot rust te laten komen, zodat passende hulpverlening kan worden ingezet.

De minderjarige en zijn moeder hebben ingestemd met het verzoek. Tijdens de zitting met gesloten deuren heeft de kinderrechter de minderjarige gehoord en samengevat wat hij heeft verteld. De kinderrechter concludeert dat aan de voorwaarden voor voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan en dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn.

De beschikking geldt van 21 mei 2026 tot 8 augustus 2026 en is uitvoerbaar bij voorraad. De beslissing wordt geregistreerd in het gezagsregister. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na kennisname.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige voorlopig onder toezicht en machtigt een gesloten uithuisplaatsing tot 8 augustus 2026.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/704738 / JE RK 26-781
Datum uitspraak: 19 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een gesloten machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de Raad
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 mei 2026 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing verleend om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te plaatsen met ingang van 8 mei 2026 tot 21 mei 2026 en de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden tot deze zitting.
1.2.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de beschikking van 8 mei 2026;
  • de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 8 mei 2026.
1.3.
Op 19 mei 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige] met zijn advocaat;
- de moeder;
  • [naam 1] namens de Raad;
  • [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
Voor de feiten verwijs de kinderrechter naar de beschikking van 8 mei 2026.

3.De verzoeken

3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen tot 8 augustus 2026 en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Er zijn al langere tijd zorgen over [minderjarige] en zijn ontwikkeling. [minderjarige] heeft veel meegemaakt en er is de afgelopen 10 jaar al veel hulpverlening ingezet. [minderjarige] gaat al sinds lange tijd niet naar school. De afgelopen periode is de situatie ernstig geëscaleerd waarbij [minderjarige] zichzelf en anderen in onveiligheid heeft gebracht. Om de veiligheid van [minderjarige] en zijn omgeving te waarborgen acht de Raad een voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp noodzakelijk. [minderjarige] kan momenteel niet bij zijn moeder wonen of bij iemand uit het netwerk verblijven. Tevens is een andere plek momenteel niet haalbaar omdat zijn gedrag een contra-indicatie is voor een open plek. Een plaatsing in de gesloten jeugdhulp wordt als noodzakelijk gezien om [minderjarige] in een veilig en beschermde setting tot rust te laten komen en te stabiliseren. Vervolgens kan bekeken worden welke noodzakelijk hulpverlening ingezet kan worden. Het is van belang dat er meer inzicht komt op [minderjarige] zijn belaste voorgeschiedenis, mogelijk aanwezige onderliggende ontwikkelingsproblematiek en externaliserende gedragsproblemen. Hierna kan gewerkt worden aan de relatie tussen [minderjarige] en de moeder.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens [minderjarige] is het volgende naar voren gebracht. Volgens [minderjarige] klopt niet alle informatie die in het dossier staat. Hij is nooit op het politiebureau geweest. [minderjarige] heeft het naar zijn zin op [zorginstelling] en hij heeft daar dagbesteding. [minderjarige] heeft aangegeven daar graag te willen blijven. Vervolgens wil [minderjarige] gaan toewerken naar weekenden thuis. [minderjarige] staat achter het verzoek.
4.2.
Door de moeder is het volgende naar voren gebracht. Het was een zware en moeilijke beslissing die je als moeder niet wil. Echter heeft de vrijwillige hulpverlening al heel lang geduurd. [minderjarige] zit nu op een goede plek. Het contact tussen hen is fijn. De moeder is het eens met het verzoek.
4.3.
Door de gecertificeerde instelling is het volgende naar voren gebracht. De persoon die vaste jeugdbeschermer gaat worden is vandaag niet aanwezig. De moeder is betrokken en van plan om volledig mee te werken. Het verzoek van [minderjarige] om op de groep te willen blijven zal besproken worden.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.
5.2.
De kinderrechter constateert dat er grote zorgen zijn over [minderjarige] . De voorgeschiedenis en de recente informatie laat zien dat [minderjarige] in toenemende mate boos en agressief gedrag heeft vertoond waarbij [minderjarige] verbaal en fysiek gedrag heeft laten zien. Het is het belang van [minderjarige] dat er snel onderzoek gaat komen naar eventuele onderliggende gedragsproblematiek en welke hulpverlening passend is voor [minderjarige] . De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.
5.3.
Daarnaast is de kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [2] Een gesloten plaatsing is de enige manier om de veiligheid van [minderjarige] en zijn omgeving te waarborgen en [minderjarige] tot rust te laten komen. Ondanks dat [minderjarige] al langere tijd niet naar school gaat is het positief dat [minderjarige] op [zorginstelling] dagbesteding heeft. De kinderrechter is blij om te horen dat [minderjarige] het op [zorginstelling] naar zijn zin heeft en daar voorlopig niet weg wil. Wel acht de kinderrechter het van belang dat [minderjarige] gaat leren zijn boosheid op een veilige manier te uiten zonder andere mensen in onveiligheid te brengen.
5.4.
Gelet op het voorgaande stelt de kinderrechter [minderjarige] voorlopig onder toezicht tot 8 augustus 2026. Ook machtigt de kinderrechter de gecertificeerde instelling om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 8 augustus 2026. Deze termijn acht de kinderrechter passend en geboden gezien de zorgen en wat er nog moet gebeuren.
5.5.
De beslissing tot voorlopige ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [3]

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige] voorlopig onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 21 mei 2026 tot 8 augustus 2026;
6.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 21 mei 2026 tot 8 augustus 2026;
6.3.
verklaart de beslissing onder 6.1. uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026 door mr. J.M.J. Keltjens, kinderrechter, in aanwezigheid van B. van der Laken als griffier, en op schrift gesteld op 2 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:257 BW Pro.
2.Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).
3.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.