ECLI:NL:RBDHA:2026:16572
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor arbeid tijdens bezwaarprocedure GVVA-verlenging
Verzoeker had een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) geldig tot 1 september 2025 en vroeg verlenging aan voor arbeid in loondienst bij zijn werkgever. De minister wees deze aanvraag op 13 maart 2026 af. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat hij tijdens de bezwaarprocedure mocht blijven werken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van spoedeisend belang omdat het bezwaar de rechtsgevolgen van het besluit niet schortte en verzoeker anders niet mocht werken. De minister verzette zich niet tegen het verzoek om voorlopige voorziening. Daarom werd het verzoek toegewezen, zodat verzoeker gedurende de bezwaarprocedure arbeid mag verrichten.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, waaronder het griffierecht en een vergoeding voor het ingediende verzoekschrift. De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, verzoeker mag tijdens bezwaarprocedure arbeid verrichten.