ECLI:NL:RBDHA:2026:16580
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K.C.L.J. Verhoeven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis pleegkind Afghanistan
Eiser, een minderjarige met de Afghaanse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis als pleegkind van zijn oom, die asielstatushouder is in Nederland. De minister wees de aanvraag af omdat de biologische moeder nog in beeld is en de rol van de referent in het leven van eiser als beperkt werd beoordeeld.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de biologische moeder niet meer voor hem kan zorgen, ondanks de bijzondere situatie van vrouwen in Afghanistan. De minister mocht het voordeel van de twijfel geven, maar het contact tussen eiser en zijn moeder is niet duurzaam verbroken en de moeder blijft betrokken.
Verder is vastgesteld dat eiser ongeveer een jaar feitelijk in het gezin van referent heeft verbleven, maar dit is onvoldoende om te spreken van een duurzame pleegzorgrelatie. De verklaringen over verzorging en financiële ondersteuning zijn niet concreet genoeg om volledige ouderlijke verantwoordelijkheid aan te nemen.
Het ontbreken van officiële documenten over pleegouderschap of voogdij weegt mee, maar is niet de enige reden voor afwijzing. De minister mocht dit in samenhang met andere feiten beoordelen. De rechtbank concludeert dat de feiten onvoldoende zijn om een pleegsituatie aan te nemen en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf nareis wordt ongegrond verklaard.