Eisers, Syrische familieleden, hebben mvv-aanvragen ingediend om in Nederland te verblijven bij referent. De minister wees deze aanvragen af, waarna eisers beroep instelden bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank beoordeelde de aard en intensiteit van het gezinsleven tussen eisers en referent, evenals de financiële afhankelijkheid en de binding met Syrië, Turkije en Nederland. Hoewel er sprake is van gezinsleven, vond de rechtbank dat dit geen doorslaggevend belang heeft vanwege de aanwezigheid van ouders en de zorg die reeds wordt verleend.
De rechtbank oordeelde dat er een objectieve belemmering bestaat om het gezinsleven in Syrië uit te oefenen, maar onvoldoende is onderbouwd dat Turkije als onveilig derde land kan worden aangemerkt. De belangenafweging, waarbij ook het restrictieve toelatingsbeleid en de openbare orde werden betrokken, viel in het nadeel van eisers uit.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eisers geen recht hebben op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.