ECLI:NL:RBDHA:2026:16610
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Syriër wegens onvoldoende geloofwaardig risico op vervolging
Eiser, een christelijke Syriër uit Sahnaya, diende een asielaanvraag in na bedreigingen door een man die hij had aangesproken op ongewenst gedrag jegens zijn zus. Deze man zou inmiddels deel uitmaken van de overheid, waardoor eiser vreest voor zijn veiligheid bij terugkeer. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het relaas en het ontbreken van een reëel risico op vervolging.
De rechtbank beoordeelde het procesverloop, waaronder de eerdere afwijzing wegens Dublin-verantwoordelijkheid en de nieuwe aanvraag. De geloofwaardigheid van eisers verhaal over de bedreigingen en zijn relatie tot de vermeende dader werd kritisch beoordeeld. Tegenstrijdigheden en summiere verklaringen over de klacht en de positie van de bedreiger leidden tot twijfel.
Daarnaast werd het argument van eiser dat hij als christen een risicoprofiel vormt niet gevolgd. De minister baseerde zich op recente ambtsberichten waaruit blijkt dat christenen in Syrië geen structureel risico lopen. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende had aangetoond dat hij persoonlijk vervolging of ernstige schade te vrezen heeft.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van de asielaanvraag terecht is en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter A. Sibma en griffier N. Walstra.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.