ECLI:NL:RBDHA:2026:16610

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
NL26.5682
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Syriër wegens onvoldoende geloofwaardig risico op vervolging

Eiser, een christelijke Syriër uit Sahnaya, diende een asielaanvraag in na bedreigingen door een man die hij had aangesproken op ongewenst gedrag jegens zijn zus. Deze man zou inmiddels deel uitmaken van de overheid, waardoor eiser vreest voor zijn veiligheid bij terugkeer. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het relaas en het ontbreken van een reëel risico op vervolging.

De rechtbank beoordeelde het procesverloop, waaronder de eerdere afwijzing wegens Dublin-verantwoordelijkheid en de nieuwe aanvraag. De geloofwaardigheid van eisers verhaal over de bedreigingen en zijn relatie tot de vermeende dader werd kritisch beoordeeld. Tegenstrijdigheden en summiere verklaringen over de klacht en de positie van de bedreiger leidden tot twijfel.

Daarnaast werd het argument van eiser dat hij als christen een risicoprofiel vormt niet gevolgd. De minister baseerde zich op recente ambtsberichten waaruit blijkt dat christenen in Syrië geen structureel risico lopen. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende had aangetoond dat hij persoonlijk vervolging of ernstige schade te vrezen heeft.

De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van de asielaanvraag terecht is en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter A. Sibma en griffier N. Walstra.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.5682

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. T. der Bedrosian),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. J. Kamphuis).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers asielaanvraag. Eiser is het niet eens met deze afwijzing. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 12 december 2023 een asielaanvraag ingediend. Deze aanvraag is met de beschikking van 19 juli 2023 niet in behandeling genomen omdat Roemenië verantwoordelijk was voor de aanvraag. Het beroep tegen deze beschikking is ongegrond verklaard.
2.1.
Omdat eiser niet tijdig is overgedragen, heeft eiser op 17 januari 2024 nogmaals een aanvraag ingediend.
2.2.
De minister heeft met het bestreden besluit van 7 januari 2026 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
2.3.
Eiser heeft op 2 februari 2026 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.4.
De minister heeft op 1 juni 2026 een verweerschrift ingediend.
2.5.
De rechtbank heeft het beroep op 9 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
3. Eiser komt uit Sahnaya, in het gouvernement Damascus, en is christen. Een man, [naam], heeft in Syrië seksueel getinte opmerkingen gemaakt over eisers zus die in een T-shirt liep. Eiser was hier niet bij, maar een vriend vertelde dit aan hem. Daarop is eiser samen met die vriend op zoek gegaan naar [naam]. Eiser heeft [naam] gevonden en hem op zijn gedrag aangesproken. Er is een handgemeen ontstaan. [naam] heeft daarbij een mes getrokken. Omstanders hebben eiser en [naam] uit elkaar gehaald en de politie heeft hen beiden meegenomen naar het politiebureau. Ze hebben geen aangifte gedaan tegen elkaar, maar [naam] is wel opgepakt omdat hij een mes had getrokken. Eiser is toen door enkele neven van [naam] bedreigd en daarop is eiser gevlucht. Nadat eiser was gevlucht is er een aanval in Sahnaya geweest waarbij alle mannen, dus ook eisers vader, naar buiten moesten komen. Eisers vader is daarbij met een geweer geslagen. Na deze aanval is [naam] naar het huis van eisers ouders gegaan en heeft hij eiser, via zijn ouders, bedreigd. Eiser kan niets tegen [naam] doen omdat hij beroeps is geworden, hij behoort nu tot de huidige overheid. Dit weet eiser omdat [naam], volgens eisers ouders, met een staatsauto bij eisers ouders kwam en hij staatskleding en militaire wapens droeg. Eiser wil niet terug naar Syrië omdat [naam] hem nog steeds zoekt en eiser niets tegen [naam] kan beginnen omdat hij bij de overheid hoort.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst en
2. Problemen met [naam].
4.1.
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat asielmotief 1. geloofwaardig wordt geacht. Over de problemen met [naam] heeft eiser op sommige punten summier en op andere punten tegenstrijdig verklaard. Daarnaast is een onderdeel van zijn verklaring, dat [naam] bij de autoriteiten hoort, slechts een vermoeden. Om die reden wordt dit motief niet geloofwaardig geacht. De identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser maken niet dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft bij terugkeer of dat hij een reëel risico op ernstige schade loopt. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond.
Geloofwaardigheidsbeoordeling
5. Aan eiser wordt tegengeworpen dat hij tegenstrijdig heeft verklaard over het indienen van een klacht tegen [naam]. Dit is volgens eiser niet juist. Eiser heeft niet gezegd dat hij een klacht heeft ingediend tegen [naam], tijdens het gehoor heeft hij dat al toegelicht en in de correcties en aanvullingen is het ook aangepast. Daarbij is er ook iets misgegaan in de vertaling. Volgens eiser miskent de minister het doel van de integrale geloofwaardigheidsbeoordeling door dit tegen te werpen. Ook meent eiser dat in redelijkheid niet van hem kan worden verwacht dat hij uitgebreid kan verklaren over [naam], zijn stam/achternaam of achtergrond. Eiser heeft gedetailleerd verklaard over de concrete gebeurtenis. Er kan niet verwacht worden dat eiser concreet verklaart over de betreffende persoon. Dat het slechts een vermoeden is dat [naam] beroepsmilitair is of onderdeel van de interim-regering/veiligheidsdiensten is niet juist. Het klopt dat eiser wellicht niet precies weet bij welk onderdeel [naam] hoort, maar door de kleding, militaire wapens en staatsauto is duidelijk dat hij macht heeft, dát is relevant.
5.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister de verklaringen over de klacht tegen [naam] vaag kunnen vinden. Ondanks de latere toelichting van eiser en de ingediende correcties en aanvullingen blijven onderdelen van eisers relaas op dit punt tegenstrijdig. Zo heeft eiser in het vrije relaas verklaard dat de neven van [naam] hem hebben bedreigd en hebben gezegd: “Als je man bent, kom je je recht met je eigen hand halen bij ons. Daarvoor hoef je toch geen klacht in te dienen bij de politie?”. [1] Ook heeft eiser verklaard: nadat ik een klacht tegen hem had ingediend, heeft hij gezegd dat hij uit een stam komt. [2] Dit strookt niet met de verklaring van eiser dat hij uit angst om zelf ook vervolgd te worden geen klacht heeft ingediend tegen [naam]. [3] De verklaring dat er een misverstand is geweest met de tolk volgt de rechtbank niet. De tolk heeft benoemd dat hij over de ontvangen nieuwtjes en bedreigingen mogelijk niet alles goed heeft vertaald, niet over de ingediende klacht. [4] Daarbij heeft eiser op verschillende momenten tijdens het gehoor benoemd dat hij een klacht heeft ingediend. De verklaring dat hij enkel bij de politie is geweest, maar geen klacht heeft ingediend is onvoldoende om deze tegenstrijdigheden weg te nemen.
5.2.
De stelling van eiser dat hij enkel over het moment van het handgemeen met [naam] moet kunnen verklaren en niet nader over [naam] zelf volgt de rechtbank niet. Eiser benoemt dat hij uit vrees voor [naam] het land heeft verlaten. Er mag van eiser verwacht worden dat hij kan verklaren over de reden dat hij [naam] vreest. Er wordt niet van eiser verwacht dat hij precies weet bij welk onderdeel van de regering [naam] hoort en wat zijn rang is, wel mag van eiser worden verwacht dat hij meer kan vertellen over de persoon waarvoor hij het land is ontvlucht. Eiser benoemt dat hij is bedreigd door de neven van [naam]. Dat eiser wel weet dat dit de neven van [naam] zijn, maar verder geen informatie kan verkrijgen over [naam] heeft de minister bevreemdend kunnen vinden. Er mag van eiser verwacht worden dat hij iets kan verklaren over de stam, zijn achternaam, familie of positie bij de autoriteiten. Daarbij heeft de minister mee kunnen wegen dat eiser, zoals hij zelf heeft verklaard, uit een klein dorp komt waar iedereen elkaar kent. De minister heeft het relaas van eiser over de problemen met [naam] ongeloofwaardig kunnen vinden.
Vrees voor vervolging of reëel risico op ernstige schade
6. Eiser meent dat de minister het dossier selectief heeft gelezen. Er is ook sprake van problemen met een religieuze/sektarische dimensie, dit is onvoldoende meegewogen. Eiser verwijst daartoe naar het algemeen ambtsbericht van 2025. Op de zitting heeft eiser toegelicht dat hij meent dat het huidige beleid van de minister niet juist is, christenen moeten als risicoprofiel worden aangemerkt. Daarnaast meent eiser dat hij zijn vrees voldoende individueel gemaakt. Eiser heeft op de vraag of hij persoonlijk problemen ondervond het volgende verklaard: “Ik persoonlijk niet. Maar ik heb u net verteld wat mijn familie meemaakt en wat mijn zus meemaakt in Damascus wegens onze religie.” [5] Dit is geen ontkenning van religieuze problematiek, maar een precisering van de problemen. Ook bij de inval van het huis van zijn ouders zijn religieuze beledigingen geuit, zoals: “ongelovige” en “varkens”. [6] Dit is onvoldoende meegewogen. Ook gaat de minister uit van de laagster gradatie van willekeurig geweld. Eiser stelt dat zijn aanvraag primair niet rust op willekeurig geweld, maar op gericht geweld van [naam]. Daarnaast mag de minister een lage gradatie van willekeurig geweld niet opvatten als een aanwijzing van veilig gebied. Er kunnen persoonlijke omstandigheden zijn waardoor er alsnog sprake is van risico op vervolging of ernstige schade. Zo zal eiser als christen terugkeren uit Europa, dat zorgt voor individueel risico.
6.1.
De minister stelt dat over christenen niets is opgenomen in het landenbeleid van Syrië. Het beleid is tot stand gekomen op basis van het meest recente ambtsbericht. In zijn algemeenheid wordt aangenomen dat in Syrië vrijheid van godsdienst is. In de beschikking is opgenomen dat, hoewel er een aantal incidenten gericht tegen christenen plaatsvonden in de verslagperiode, niet blijkt dat dit structureel is, maar eerder zeer incidenteel. Er is dan volgens de minister ook geen reden om christenen aan te merken als risicoprofiel. Daarbij is het, ook wanneer christenen wel als risicoprofiel zouden zijn aangemerkt, aan eiser om met persoonlijke verklaringen aannemelijk te maken dat hij wordt beperkt in zijn vrijheid van godsdienst en te vrezen heeft voor vervolging vanwege zijn religie of het uitdragen daarvan. Dit heeft eiser niet gedaan.
6.2.
De rechtbank volgt de minister. Niet is gebleken van een situatie waaruit volgt dat het leven als christen in Syrië onhoudbaar is. De minister heeft kunnen wijzen op het Algemeen ambtsbericht waaruit volgt dat christenen hun feestdagen konden vieren [7] en dat de HTS [8] aan heeft gegeven dat zij verschillende bevolkingsgroepen wil beschermen en hun rechten wil waarborgen. [9] Het beeld in het algemeen ambtsbericht van 2026 is niet anders. Daarin is ook opgenomen dat verschillende etnische en religieuze groepen in Syrië worden beschermd. [10] Aan de hand van hetgeen eiser heeft aangevoerd en ook anders is niet gebleken dat christenen als risicoprofiel moeten worden aangewezen. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit, de daar aangehaalde bronnen en de toelichting ter zitting voldoende dat het enkele feit dat eiser christen is, onvoldoende is om aan te nemen dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade of vervolging. Verder heeft eiser niet voldaan aan het individualiseringsvereiste. Dat eiser verwijst naar problemen die zijn familieleden zouden hebben ondervonden als christen is onvoldoende om zijn vrees aannemelijk te maken. Eiser heeft zelf verklaard nooit problemen te hebben ondervonden vanwege zijn religie. [11]
6.3.
De rechtbank begrijpt uit de gronden en de toelichting ter zitting dat de laagste gradatie van willekeurig geweld door eiser niet wordt bestreden. Eiser meent dat hij risico loopt door gericht geweld door [naam] en daarnaast meent hij dat het feit dat hij als christen terugkeert uit Europa onvoldoende is meegewogen. De rechtbank volgt eiser hierin niet. Zoals de rechtbank onder 5.1 en 5.2 heeft overwogen heeft de minister de verklaringen omtrent [naam], en dus het gestelde gerichte geweld, niet geloofwaardig hoeven vinden. Uit beschikbare landeninformatie volgt niet dat terugkeerders uit Europa een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade lopen bij terugkeer naar Syrië. Uit de informatie blijkt dat er steeds meer mensen terugkeren naar Syrië, ook vanuit Europa. Volgens de geraadpleegde bronnen waren de grensprocedures niet gecompliceerd en functioneerden de grensovergangen redelijk soepel. [12] Dat eiser benoemt dat reizigers in Syrië te maken krijgen met controleposten waarbij controles van identiteitsdocumenten en doorzoekingen van voertuigen plaatsvonden [13] maakt dit niet anders. De rechtbank ziet in hetgeen eiser heeft aangevoerd geen grond om te oordelen dat de minister de beschikking niet op deze manier heeft kunnen nemen.

Conclusie en gevolgen

7. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van N. Walstra, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Pagina 11 nader gehoor.
2.Pagina 10 nader gehoor.
3.Pagina 17 nader gehoor.
4.Pagina 25 nader gehoor.
5.Pagina 26 nader gehoor.
6.Pagina 12 nader gehoor.
7.Algemeen ambtsbericht mei 2025, pag. 98.
8.Hay’at Tahrir al-Sham, de dominante speler in de brede coalitie van gewapende groepen die begin december 2024 het Assad-regime omverwierp.
9.Algemeen ambtsbericht mei 2025, pag. 89.
10.Algemeen ambtsbericht januari 2026, pag. 91.
11.Pagina 26 nader gehoor.
12.Algemeen ambtsbericht januari 2026, pag. 139.
13.Algemeen ambtsbericht januari 2026, pag. 128 en 129.