Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van de Staat van 29 oktober 2025 met producties 1 tot en met 11;
2.De feiten
3.Het geschil
primair: voor recht verklaart dat door de Staat onrechtmatig is gehandeld jegens
4.De beoordeling
niet de vraag is of aan betrokkene kan worden toegerekend dat hij behandeling behoeft en/of aan hem een tbs-maatregel is opgelegd. Het gaat hier om een objectieve beoordeling van de vraag of betrokkene op dit moment een gevaar vormt voor de openbare orde waarbij valt te verwachten dat betrokkene wederom een ernstig (gewelds)delict zal plegen waarbij een fundamenteel belang van de samenleving zal worden geschaad” (pagina 7 van het besluit). Hieruit lijkt juist te volgen dat de toerekeningsvatbaarheid niet van doorslaggevend belang was voor de intrekking. Op 6 november 2024 werd het intrekkingsbesluit uit 2020 ingetrokken, in verband met “
de ontwikkelingen in de jurisprudentie, wat maakt dat de zaak opnieuw beoordeeld zal worden in het licht van al die ontwikkelingen.” Uit deze beslissing blijkt niet op welke ontwikkelingen werd gedoeld. Evenmin blijkt daaruit dat deze beslissing het gevolg was van het feit dat [eiser] alsnog geheel ontoerekeningsvatbaar werd geacht.