ECLI:NL:RBDHA:2026:16638
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat de rechtbank bij een eerdere uitspraak in een gerelateerde zaak (zaaknummer NL26.19915) reeds op het beroep heeft beslist. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 18 juni 2026 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak.