ECLI:NL:RBDHA:2026:16641
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na beslissing op asielberoep
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister is afgewezen als kennelijk ongegrond in een verlengde procedure. Hiertegen heeft verzoekster beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep behandeld. Op de datum van deze uitspraak is op het beroep uitspraak gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Daarnaast bepaalt de voorzieningenrechter dat verzoekster een vergoeding van proceskosten toekomt, welke door de minister moet worden betaald. De vergoeding is vastgesteld op € 934,00, gebaseerd op een vast bedrag per proceshandeling conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Er wordt geen extra vergoeding toegekend voor de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening ter zitting.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter T.M. Weeda en griffier M.P. de Zwart, en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het asielberoep reeds is beslist, met toekenning van proceskosten aan verzoekster.